Flu shot

Een week voordat ik naar New York vertrok, ging ik even bij mijn huisarts langs. Een griepprik halen. Ik hoefde geen afspraak te maken, een oudere medewerkster van de arts zat de hele dag klaar om de patiënten aan de lopende band te vaccineren.

Ze had een kamertje boven de praktijk van de huisarts toegewezen gekregen, waar ze gezellig tussen de dozen met de vaccinvloeistof troonde. Neuriënd zette ze de spuit, alsof het de vanzelfsprekendste handeling was die ze in haar medische carrière had verricht.

Zo gaat het elk jaar. Voldaan keer ik huiswaarts in het besef dat ik er weer voor een wintertje tegen kan, tenzij er ergens in Mongolië of een uithoek van China een virus van een unieke smerigheid is gekweekt, waarmee ik over een paar maanden in een overvolle tram zal worden besmet.

,,Ga jij ook nog even'', zei ik tegen mijn vrouw. Ze had er niet veel zin in, want ze houdt niet van naalden, maar ze liet zich toch overhalen.

Zo vertrokken we, zeg maar rustig gepokt en gemazeld, naar de Verenigde Staten waar we na amper een dag merkten dat we tot een kleine groep uiterst geprivilegieerden behoorden. Een griepprik, of op z'n Amerikaans, a flu shot? Daar is de afgelopen dagen in Amerika heel wat voor afgeleden. Doordat een van de belangrijkste Engelse producenten het liet afweten, ontstond er plotseling een groot gebrek aan griepvaccin.

Voor de poorten van medische klinieken speelden zich, aanvankelijk vooral in New York, deerniswekkende taferelen af. Oudere mensen stonden urenlang in lange rijen te zuchten en te kreunen in afwachting van de griepprik die maar niet wilde komen. Op Manhattan moest de politie ingrijpen toen de oudjes al te opstandig werden. Er waren toch nog 180 mensen geholpen toen een bekendmaking volgde dat er voor de resterende tachtig mensen geen vaccin meer voorradig was. ,,Dit kun je de bejaarden niet aandoen, het is crimineel'', schreeuwde iemand volgens een verslag in The New York Times. Een andere bejaarde zette zijn voet tussen de deur, maar er stond niet bij of het een ongelukje was of dat het met opzet gebeurde.

In het tv-programma Meet the press vlogen op zondagmorgen twee strategen uit de kampen van Bush en Kerry elkaar in de haren over de vraag: als de president al niet in staat is zijn land tegen een griepje te beschermen, wat kunnen we dan wel niet verwachten wanneer Bin Laden akeliger bacteriën gaat inzetten?

Amerikanen verliezen niet graag de controle over gebeurtenissen waarover ze de regie dachten te voeren. Zo zijn ze de laatste tijd bezig hun land zo goed en zo kwaad als het kan aan alle kanten dicht te spijkeren. Ik merkte het bij aankomst op het vliegveld van Newark, waar eerdere avonturen met mijn visum – vorige week in deze rubriek beschreven – een passend vervolg kregen. Ik moest, net als op het Amerikaanse consulaat in Amsterdam, vingerafdrukken laten maken. De immigratiebeambte hield intussen een bolvormig fotocameraatje voor mijn gezicht en zei: ,,Ik moet u even fotograferen.''

Amerika besefte toen nog niet dat men zich uit oogpunt van griepbestendigheid geen betere nieuwkomer had kunnen wensen.