Een moeder Teresa met de stijl van een terriër

Ze is de machtigste vrouw binnen de vakcentrale FNV. Agnes Jongerius gaat door voor invoelend, maar kan haar medewerkers ook als haar hofhouding behandelen. Haar veel geroemde vechtlust kan haar bij de mogelijk grimmige CAO-onderhandelingen goed van pas komen.

In de herfst van 2002 gaat het er hard aan toe in het gebouw van de Sociaal-Economische Raad (SER) in Den Haag. De voorbereiding voor het Najaarsakkoord is in volle gang, maar de onderhandelingspartners kunnen het maar niet eens worden over het behoud van de Melkertbanen en het spaarloon. Het is rond tien uur in de avond als Agnes Jongerius, federatiebestuurder van de FNV, briesend het overleg verlaat en richting parkeerplaats beent – op de voet gevolgd door haar onderhandelingspartners. Ze stampvoet, waarop pardoes haar hak afbreekt. Na enkele minuten hervat zij zonder blikken of blozen de onderhandelingen.

,,Dat is Agnes ten voeten uit'', vindt Rienk van Splunder, die zich als CNV-bestuurder bezighoudt met sociaal-economisch beleid. ,,Ze laat zich door haar emoties leiden, maar verliest het einddoel nooit uit het oog.'' Jan-Willem van den Braak, directeur sociale zaken van werkgeversorganisatie VNO-NCW, vindt Jongerius' ,,heftigheid'' tijdens onderhandelingen ,,wel eens lastig'', maar hij heeft er ook begrip voor. ,,Het hóórt bij haar. Agnes is een geëngageerde vrouw.'' En als zij weer eens overkookt, zegt hij, gaan ze ergens een hapje eten om te bepraten hoe de zaken er achter de schermen voorstaan. ,,Dat werkt al jarenlang wonderwel.''

De meningen over de machtigste vrouw binnen de vakcentrale FNV lopen sterk uiteen. Ze wordt geroemd om haar strijd voor de minderbedeelden, maar laat zich daarbij graag op haar positie voorstaan. Ze is ,,tactisch knap'', maar ook wat naïef. Ze gaat door voor invoelend, maar kan haar medewerkers ook als haar hofhouding behandelen. Haar forse postuur en temperament boezemen een enkeling angst in.

Hier en daar wordt gesuggereerd dat Jongerius last heeft van ,,complotdenken''. Al deze eigenschappen kunnen een belangrijke rol spelen bij de zware taak die haar te wachten staat: de kabinetsingrepen in de sociale zekerheid ongedaan maken – zoals de afschaffing van de fiscale ondersteuning van het prepensioen. Voor het eerst in de geschiedenis komen alle CAO's – zowel voor bedrijfstakken als voor afzonderlijke ondernemingen – in dezelfde periode op de onderhandelingstafel. ,,Agnes zal heel wat bordjes omhoog moeten houden'', meent Anja Jongbloed, CAO-coördinator van FNV Bondgenoten. ,,Ik heb er het volste vertrouwen in dat ze de belangrijkste bordjes in de lucht houdt, want zij weet hoofdzaken doorgaans prima van bijzaken te scheiden.''

Agnes Maria Jongerius (1960) is het jongste kind uit een katholiek gezin met acht kinderen. Haar moeder gaf tot aan haar huwelijk les op een lagere school. Haar vader was tuinder. Nog voordat Agnes geboren werd, vond hij een baan bij een plantsoenendienst. Toen Agnes tien jaar was, verhuisde de familie van De Meern naar Vleuten. Jongerius omschrijft het gezin als ,,een typisch tuindersgezin dat weinig te makken had''. Van haar moeder, die bij hoge uitzondering de mulo mocht volgen omdat iemand van de padvinderij een goed woordje voor haar had gedaan, kreeg ze een flinke portie ambitie mee. ,,Mijn moeder vond dat haar kinderen zo hoog mogelijk uit moesten komen. Als arbeiderskind op de kweekschool kreeg zij vaak meewarige blikken. Daar trok zij zich niets van aan – en wij mochten dat ook niet doen.''

Thuis had Agnes weinig in te brengen. Als nakomertje luisterde ze met open mond naar de verhalen van haar broers en zussen. ,,Mijn hele leven lang krijg ik al te horen dat ik het kleinste zusje ben'', vertrouwde ze Marietje van Winter, docent geschiedenis aan de Rijksuniversiteit in Utrecht. Daar had Jongerius zich in 1979 aangemeld voor een studie sociaal-economische geschiedenis, omdat haar geschiedenisleraar op het gymnasium zo boeiend kon vertellen. ,,Wanneer word ik daar nu eens van verlost?'', wilde zij van De Winter weten. Het antwoord kreeg Jongerius tijdens een toespraak ter gelegenheid van haar afscheid van het dagelijks bestuur van de vakgroep geschiedenis, waar beiden deel van uitmaakten. Van Winter: ,,Ik heb haar toen gezegd dat zij thuis altijd het kleinste zusje zal blijven. Tot haar tachtigste aan toe. Maar op de universiteit was ze voor veel jongeren het oudste zusje. Die haalden haar niet meer in. Een aardige compensatie.''

Ook studiegenoot Eric Spaans vindt dat Agnes Jongerius op de universiteit ,,voor vol'' werd aangezien. Niet alleen in het dagelijks bestuur van haar vakgroep, maar ook in de Utrechtse Historische Studenten Kring (USHK). Voordat Jongerius en hij lid werden van de UHSK, bestond de club voornamelijk uit hardliners, met een harde kern van ex-CPN'ers. Zij werden beïnvloed door hoogleraar Theo van Tijn, een stevige marxist. Het tweetal maakte daar nog de laatste zweempjes van mee. Jongerius was volgens Spaans buitengewoon ambitieus en gedreven. ,,Maar ze was geen opvallende bestuurder. Ze keek de kat een beetje uit de boom.''

Dat veranderde toen Jongerius tegen het eind van haar studie, in 1987, bij de Vervoersbond FNV kwam te werken. De door mannen gedomineerde bond was een landelijke campagne begonnen om hoger opgeleide vrouwen voor bestuursfuncties te werven. Jongerius: ,,Het was de tijd van de grote werkloosheid, ik moest en zou voor mijn afstuderen een baan vinden. Op een dag sloeg ik de krant op en stuitte op een advertentie van de Vervoersbond. Ik voldeed aan de eisen. Met het idee: niet geschoten is altijd mis, heb ik een brief geschreven.'' Samen met vier andere vrouwen kwam Jongerius door de selectie; ze kreeg de binnenscheepvaart en het beroepsgoederenvervoer in haar pakket. ,,Agnes had nog nooit een schip, een vrachtwagen of een fabriek van binnen gezien'', vertelt Jannie Mooren, die gelijktijdig met Jongerius werd aangenomen en nog vaak met haar belt om de dag door te nemen. ,,Ter introductie mocht ze een reisje over de Rijn maken.'' Drie van de vijf vrouwen kwamen van buiten de vakbond. Mooren: ,,We werden in het diepe gegooid; zoek het maar uit, kregen we te horen.''

Een paar jaar na Jongerius' aantreden deed zich bij de Vervoersbond een schisma voor. Toenmalig voorzitter Ruud Vreeman, nu burgemeester van Tilburg, en secretaris Martin van Rossem stonden lijnrecht tegenover elkaar waar het de financiële positie van de bond betrof. Vreeman: ,,Ik kwam van de Industriebond, waar we jarenlang een strak financieel beleid hadden gevoerd. Dat wilde ik bij de Vervoersbond invoeren. Dus: een grootscheepse sanering met grote personele consequenties.'' Van Rossem zag er niets in. Er ontstond een lang gevecht dat uitmondde in een verkiezingscampagne voor een nieuw bestuur. In die campagne, herinnert Vreeman zich, ging Jongerius pal naast hem staan. ,,Ook zij pleitte voor een sanering en ze oordeelde dat de bond een integer bestuur nodig had. Ze stak echt haar nek uit.'' Vreeman kwam als sterkste uit de bus, Van Rossem werd tegen zijn zin in geroyeerd. Vreeman: ,,Bij de Vervoersbond heeft Jongerius leren vechten, en voor haar mening uitkomen.''

Die vechtlust kwam haar goed van pas toen ze in juni 1997 in het Federatiebestuur van de vakcentrale plaatsnam en de zware portefeuille sociale zekerheid in haar pakket kreeg. Zo werd in de jaren na haar aanstelling de uitvoering van de sociale zekerheid grondig hervormd, en kondigde het kabinet ingrepen in de WAO en het systeem van prepensioen aan. Mensen die haar in die periode van nabij hebben meegemaakt prijzen Jongerius om haar sterke dossierkennis en affiniteit met bijstandsmoeders en WAO'ers. Haar sociale bewogenheid leverde Jongerius binnen de vakcentrale zelfs de bijnaam `Moeder Teresa' op. ,,Gezien haar opvoeding een toepasselijk etiket'', vindt haar zus Margriet Jongerius. ,,Onze ouders waren zorgzame mensen, die hun kinderen sociaal gevoel bijbrachten. Mijn vader had tantes die in de missie werkten, moeder verrichtte zorgtaken vanuit het katholicisme.''

In haar werkkamer bij de FNV in Amsterdam erkent Agnes Jongerius dat ze wel eens wakker ligt van al haar verantwoordelijkheden. ,,Vooral als er mensen ontslagen dreigen te worden. Dat vind ik ontzettend moeilijk. Ik denk ook vaak: als ik een verkeerd advies uitbreng, verknal ik de toekomst van duizenden werknemers. Breathtaking vind ik dat.''

Het is een veelgehoorde klacht van mensen die nauw met haar samenwerken: Jongerius delegeert slecht, ze betrekt haar naaste medewerkers niet genoeg bij besluitvormingsprocessen. ,,Wat in het hoofd van Agnes omgaat is moeilijk te achterhalen'', vindt bestuurder Anja Jongbloed van FNV Bondgenoten. ,,Ze luistert naar je, maar geeft zelden een reactie. Bang dat anderen haar voor hun karretje proberen te spannen. Pas weken later vind je je eigen inbreng terug in een notitie. Dan weet je: ze heeft het toch gehoord.'' Jongerius geeft het schoorvoetend toe: ze delegeert niet graag. ,,Niet omdat ik zaken niet aan anderen toevertrouw, maar omdat ik mij graag met dingen mag bemoeien. Ik ben iemand van overzicht. Van sommige onderwerpen kan ik nu moeilijk afstand doen.''

Jongerius, zegt oud-FNV-secretaris Aad Regeer, is een controlfreak. ,,Het liefst heeft ze voor 150 procent de touwtjes in handen. Ze beheerst zaken tot drie cijfers achter de komma. Dat merkte ik toen we tijdens een interne verhuizing haar kamer moesten opruimen omdat zij met vakantie was. Een gigántische berg aantekeningen, in verregaande mate compleet.''

Waar Jongerius vaak niet het achterste van haar tong laat zien, pleegt zij snel te reageren als haar collega's bij de bonden openlijk kritiek spuien op haar beleid. Toen Egbert Schellenberg, onderhandelaar van FNV Bondgenoten voor de petrochemie, zich daags na het Najaarsakkoord in de Volkskrant afvroeg `hoe ze het in hun hoofd halen ja te zeggen tegen de nullijn', maande Jongerius haar collega Jongbloed in een telefonisch onderhoud Schellenberg tot de orde te roepen. Jongbloed: ,,Ze riep: laat hem lekker een loonsverhoging afspreken, als hij dat zo graag wil!'' Agnes heeft volgens haar weinig op met dissidenten.

Anderen, zoals Tweede-Kamerlid Jet Bussemaker (PvdA), typeren Jongerius als ,,een bijtertje''. Bussemaker: ,,Op 2 oktober, de dag van de massademonstratie in Amsterdam, had de PvdA een kennisfestival gepland. Jongerius was een van de velen die meenden dat dat evenement moest worden uitgesteld, omdat het anders te veel zou afleiden van de demonstratie. Maar wat deed zíj? Ze belde Jan en alleman om een klacht in te dienen bij het partijbureau.'' Mede dankzij Jongerius' inzet werd het evenement volgens Bussemaker op het laatste moment uitgesteld. ,,Een mooie prestatie, maar ik zie haar niet graag lijnrecht tegenover me staan.''

Bij de komende, vermoedelijk grimmige CAO-gesprekken met de werkgevers moet Jongerius op haar woorden passen, klinkt het in haar omgeving. Ze moet zich realiseren dat haar uitspraken op een goudschaaltje worden gewogen. Niet alleen door de tegenpartij, óók door de zestien FNV-bonden en de grote achterban. Een veelgehoorde raad is dan ook: toom je spontaniteit in en onderdruk je verlangen om aardig te worden gevonden.

`Routinier' Vreeman adviseert Jongerius om ,,dicht bij zichzelf te blijven'' de komende maanden. ,,Maak gebruik van je krachten en camoufleer je zwaktes. Agnes heeft een sterk denkvermogen, maar is geen groot redenaarstalent. Met beide zal ze rekening moeten houden.''

En welk advies heeft Jan-Willem van den Braak, haar tegenstrever bij VNO-NCW, voor Jongerius? ,,Laat je niet te veel meeslepen door de emoties en de euforie van het moment. Probeer afstand te nemen en je te realiseren dat een conflict uiteindelijk maar een conflict is.'' Hoe Jongerius zich zal handhaven? ,,De tijd zal het leren. Maar zeker is dat dit een vuurproef voor haar is.''

Mocht Jongerius die doorstaan, dan zou het haar kansen op het voorzitterschap van de FNV, na een vroegtijdig vertrek van Lodewijk de Waal kunnen vergroten. ,,Al is niets zeker in de vakbondswereld'', waarschuwt oud-FNV-secretaris Aad Regeer. ,,Iemand wordt alleen vice-voorzitter als hij of zij het in zich heeft om voorzitter te worden. Het laatste woord is aan de bonden.''