Dissidenten Cuba

In april 2003 werden in Cuba 78 dissidenten, onder wie de dichter Raúl Rivero, na een showproces veroordeeld tot lange gevangenisstraffen.

De prominentste Cubaanse dissident, Oswaldo Payá, bleef ongemoeid. Payá zamelde in 2002 10.000 handtekeningen in ten behoeve van een referendum over verkiezingen, vrijheid van meningsuiting, samenkomst, pers, ondernemerschap en amnestie voor politieke gevangenen. De Cubaanse leider Fidel Castro negeerde de oproep. Het europarlement gaf Payá in 2002 de Sacharov-prijs voor zijn activiteiten.

De dissidenten op Cuba proberen al jarenlang om het politieke systeem zo te veranderen dat er in de toekomst een vreedzame overgang naar een democratie mogelijk wordt. Zij willen hiermee tegenwicht bieden aan de soms militante plannen van de grote groep Cubaanse ballingen in Miami.

Castro verdreef eind 1958 de door de VS gesteunde dictator Batista van Cuba. Nadat Amerika 1961 een handelsembargo tegen het land afkondigde, zocht Castro toenadering tot de Sovjet-Unie.

Na het wegvallen van de Russische steun in de jaren negentig, is het regime in een diepe economische crisis geraakt. Om toch dollars binnen te halen, heeft Castro het land geopend voor het massatoerisme. Tegelijkertijd treedt hij steeds repressiever op tegen de oppositie. Honderdduizenden Cubanen zijn het eiland ontvlucht in de ruim vier decennia dat Castro nu aan de macht is.