Angst onder christenen groeit in Irak

De angst onder christenen in Irak groeit. Hun kerken zijn steeds vaker het doelwit van aanslagen.

Opnieuw zijn het afgelopen weekeinde in Irak bomaanslagen gepleegd op kerken. Bij de vijf explosies, zaterdagmorgen vroeg nog voor zonsopgang bij vijf verschillende kerken in de hoofdstad Bagdad, vielen deze keer geen slachtoffers. Maar de angst onder christenen groeit.

Het was de tweede reeks aanslagen op kerken: begin augustus vielen er twaalf doden bij soortgelijk geweld. De bomaanslagen van toen, vier in Bagdad en een in Mosul, werden gepleegd aan het einde van de zondagsdienst, te midden van massa's gelovigen. Kennelijk was het de daders dit keer meer om intimidatie te doen dan om het maken van veel slachtoffers.

Maar het effect onder de christenen is er niet minder om. Shamil, een ingenieur, vertelde gisteren telefonisch vanuit Bagdad hoe geschokt iedereen wel is. ,,Er is niemand gewond, maar psychologisch zijn wij diep geschokt. Mijn eigen kerk, de Mar Touma-kerk (Sint-Thomaskerk) in het district al-Mansour in West-Bagdad, is bij een van de aanslagen zwaar beschadigd: alle ramen zijn kapot, het marmer en zelfs het altaar zijn vernield. Het is verschrikkelijk. En we zijn bang dat het nu nog veel erger gaat worden. Vanuit Mosul krijgen we te horen dat er gedreigd wordt met geweld tegen onze vrouwen: tijdens ramadan [de islamitische heilige vastenmaand] moeten alle vrouwen de hoofddoek dragen – of het moslims zijn of christenen – en anders....''

De in augustus aangevallen kerk in de Doura-wijk in Bagdad en het erbij horende Sint-Peter seminarie van het chaldese [een christelijke geloofsrichting] patriarchaat werden geopend in 1960, op initiatief van het historische centrum van de chaldese christelijke gemeenschap dat zich in de noordelijke stad Mosul bevindt. De aanslagen troffen in Bagdad naast de kerk van Doura ook nog een Armeense en twee katholieke kerken.

De al flink uitgedunde christelijke minderheid – naar schatting 750.000 zielen nu, tegen meer dan een miljoen voor de Golfoorlog van 1991 – keek sindsdien met angst naar de toekomst.

Al-Rasad, ooit een haast volledig christelijk middenklassedistrict in Bagdad, werd tijdens Saddam Husseins regime langzaam maar zeker door rijke moslims overgenomen. Het betrof voornamelijk mensen die rijk waren geworden dankzij Saddams Ba'ath-regime. Al-Rasad was ooit een buurt vol buitenlandse vertegenwoordigingen en residenties, maar daar is na de Golfoorlog en de VN-sancties niets van overgebleven.

De christelijke gemeenschap staat na de val van Saddams regime voor een heel nieuwe uitdaging. Het seculiere Ba'ath-regime bood hun namelijk een zekere bescherming tegen religieuze discriminatie door de moslimmeerderheid. Het is geen toeval dat de ideologen die aan de basis stonden van de Ba'ath, onder wie Michel Aflaq, christenen waren. Alleen in een seculiere staat konden zij zich handhaven tegenover de moslimmeerderheid.

,,We waren ook bang onder Saddams regime, maar anders dan nu het geval is. Er worden ook drankwinkels in brand gestoken of met handgranaten aangevallen. We voelen ons niet meer veilig'' , zegt Shamil. ,,Als lid van een kleine minderheid zijn wij erg gevoelig voor dergelijke dingen.''

AANSLAGEN: pagina 5

Onze vrouwen, zegt ingenieur Shamil, kunnen zich niet kleden zoals ze willen temidden van geheel in het zwart verhulde vrouwen.

,, Op straat voel je je nooit helemaal op je gemak; de intimidatie is tastbaar.''

Sinds kort doen er zich ook meer kleine incidenten voor; moslims die kerken binnenvallen en heiligenbeelden beschimpen of gelovigen beledigen bijvoorbeeld.

,,Maar het is makkelijk daaruit verkeerde conclusies te trekken'', waarschuwde Shamil gisteren.

,,Al mijn vrienden zijn moslims; zij weten dat ik christen ben, maar dat leidt nooit tot enige animositeit of zelfs maar een opmerking – het is gewoon geen punt. Er zijn twee tegenstrijdige krachten aan het werk. Dat was al zo onder Saddam die altijd bloemen stuurde naar de kerken rond kerstmis om de christenen te feliciteren met hun feest, maar ook de Iraakse moslimidentiteit onderstreepte: hij ging om politieke redenen op Haj [de grote pelgrimstocht] naar Mekka.''

Even verderop in dezelfde buurt bevindt zich de kerk van de Heilige Maagd van de Rozenkrans. Priester Boutros Haddad zei na die eerste golf aanslagen dat de christenen in Irak geen speciale groep vormden: ,,We hebben het moeilijk net als alle andere Irakezen. Wat er zondag 1 augustus is gebeurd hadden wij helemaal niet verwacht. De moslims respecteren ons, ze vereren de Heilige Maagd. Zij houden van Myriam (Maria). Wij hebben van de shi'ieten, van groot-ayatollah Ali al-Sistani zelf, en ook van de mufti van de sunnieten betuigingen van medeleven ontvangen.''

Was vader Haddad bang voor een aanslag tegen zijn kerk, voor de veiligheid van zijn parochie? ,,Er waren vandaag welgeteld 18 gelovigen voor de mis. De mensen zijn duidelijk bang. En we houden ons hart vast voor de komende tijd. De kans bestaat dat er nog meer bommen ontploffen. Ik verwacht niet dat er de eerste tijd veel gelovigen naar de zondagsmis zullen komen. De angst zit erin'', aldus de priester.

Bent u zelf niet bang? ,,Jazeker, maar we moeten zelf moedig zijn om de gelovigen moed te geven. Onze relatie met de moslims, de Arabieren en de Koerden, is goed. Wij kennen geen getto's in Irak. De christenen leven sterk verspreid. Er zijn veel rijke families maar er leven ook christenen in de armste volkswijken. Hier leven wij temidden van een in hoofdzaak shi'itische bevolking en de relatie tussen beide gemeenschappen is uitstekend.''

,,Wat de toekomst betreft tasten wij helemaal in het duister. Wij kunnen als onbeduidende minderheid voorlopig alleen maar het beste hopen en bidden dat we van meer bloedvergieten gespaard mogen blijven'', aldus Boutros Haddad.

Sinds die eerste golf van antichristelijk geweld was het een paar maanden rustig gebleven rond de kerken van Irak. Maar met deze jongste golf van aanslagen weten de christenen zich opnieuw een makkelijk doelwit voor het blinde geweld in Irak.