Wetenschap zou moeten uitzoeken hoe je mensen kunt leren hun eigen hypnose op te heffen

Wetenschap is grofweg in twee gebieden in te delen. In het ene gebied worden verschijnselen onderzocht, zoals lucht, licht, bliksem, planeten en allerkleinste deeltjes. In het andere gebied worden verschijnselen bestudeerd waar de mens zelf bij betrokken is, zoals ziekten en overgewicht.

Onderzoekers in het eerste gebied hebben hun methoden prima op orde. Zij werken met duidelijke protocollen en behalen indrukwekkende resultaten, zoals een lancering van een ruimtestation naar Jupiter.

Het andere gebied heeft het moeilijker. De wetenschap die zich met de mens bezighoudt, lijkt moeite te hebben om de juiste weg te vinden. Kijk maar naar het onderzoek naar overgewicht. Wetenschappers blijven maar hameren op het verschil tussen energieopname en -afgifte als oorzaak van overgewicht. Doordat vet per gram meer energie levert dan eiwit, koolhydraten of alcohol, wordt aan vet de zwarte piet uitgedeeld. Wetenschappers gaan gemakkelijk voorbij aan het feit dat mensen met een constant lichaamsgewicht, of dat nu te laag, gemiddeld of te hoog is, op zeer nauwkeurige wijze in balans verkeren van energieopname en -afgifte.

Door de voeding als oorzaak te beschouwen, begrijpen veel wetenschappers niet het bestaan van twee wetenschapskampen. Met behulp van succesvolle onderzoeksmethoden uit het eerste gebied bedrijven zij onderzoek in het tweede kamp. Zonder zich daarbij te realiseren dat een mens geen steen, geen planeet en geen machine is. De unieke en bijzondere kanten van het individu worden over het hoofd gezien.

Bij een workshop over overgewicht was één persoon aanwezig die duidelijk aan de zware kant was. Geen twijfelgeval. Gewoon zichtbaar. Een moedige vrouw, die zich niet gemakkelijk van de wijs liet brengen. De workshopleider had vooraf aan iedereen gevraagd een voorwerp mee te nemen om het probleem van overgewicht op persoonlijke wijze toe te lichten. Zij had niets bij zich, maar ze zei dat het een voorwerp zou moeten zijn dat er van de buitenkant heel simpel uitziet, maar dat van binnen erg complex is.

Dat was voor haar het symbool van overgewicht. Ik opperde dat de kubus van Rubik misschien het door haar gezochte voorwerp zou kunnen zijn. Daar stemde zij mee in. Van buiten lijkt het zo eenvoudig, gewoon draaien tot alle vlakjes met gelijke kleuren bij elkaar gebracht zijn. Gewoon positief blijven denken en draaien, dat lukt me wel.

Maar de praktijk leert anders. Pas als je het mechanisme begrijpt, krijg je alle blokjes in het gelid. Je zoekt eerst uit hoe de vlakjes er voorstaan, dan een paar slagen maken en het geheel is weer op orde.

De wetenschapper die overgewicht bestudeert, lijkt alleen maar de gekleurde vakjes te kijken en blijft zeggen: zorg er nu maar voor dat alle vlakjes van gelijke kleuren bij elkaar komen. Het onderliggende mechanisme wordt niet gezien.

De wetenschapper van het tweede gebied is de weg kwijt, omdat hij niet beseft dat een mens meer is dan een lichaam. Het lichaam staat niet los van gedachten en ideeën. Hoe zou een wetenschapper bijvoorbeeld achter de wet moeten komen dat ieder mens zijn eigen werkelijkheid creëert?

Ik zie het beeld voor me van de mens, soms in de rol van wetenschapper, als die van een vis in een vijver. Uiteraard heeft de vis geen idee wat een bos is en wat een paard doet. De vis is ervan overtuigd dat met wetenschap alles op te lossen is. Zijn instrumenten laten zijn zichtbare wereld zien, en alles wat niet zichtbaar is, bestaat niet.

Maar de wereld is groter dan hij kan meten. Soms springt de wetenschapper even boven de waterspiegel uit. Bijvoorbeeld wanneer hij mensen hoort vertellen dat ze afvallen door alleen maar vette producten te eten. Ze hebben geen honger en hebben een prettig gewicht.

Je hoort de wetenschapper denken: ik zal aantonen dat jullie gek zijn. Natuurlijk zijn er ook miljoenen mensen die zonder enige kennis van energieopname en -verbruik jaar in, jaar uit op gewicht blijven. Als iets goed gaat, is het blijkbaar niet interessant om het mechanisme er achter te bestuderen.

De wetenschapper ziet het innerlijke mechanisme niet en blijft al rondjes zwemmend roepen: er is dringend geld nodig om meer onderzoek te kunnen doen.

Waarom is de wetenschapper blind voor het innerlijke mechanisme? Een mogelijke verklaring is dat de methoden en technieken van de technische wetenschapper kritiekloos zijn overgenomen door de wetenschappers van het tweede gebied. Deze methoden hebben het imago van wetenschappelijk. Als je dezelfde methoden gebruikt, ben je ook een wetenschapper. Zij denken daarbij dezelfde successen te kunnen boeken als hun natuurwetenschappelijke collega's. Je kunt nog intenser van een zonsverduistering genieten, als je precies op het juiste tijdstip op de juiste plaats staat. Je geniet van de voorspelling én van het verschijnsel. Dat is nu wetenschap zoals we menen dat wetenschap bedoeld is.

Maar de wetenschap staat met lege handen als er een patiënt bij de dokter komt met vage hoofdpijn. Of als een man die niets zichtbaars mankeert en de dokter duidelijk wil maken dat hij niet meer kan werken. Conclusie: de mens is geen machine waarop het mechanische onderzoeksmodel van toepassing is.

Artsen kijken naar een ziek lichaam alsof het los van de geest kan bestaan. Meer onderzoek is gewenst. De wetenschapper is een twijfelaar, want zo kun je door blijven gaan met onderzoek. Aan twijfelaars geen gebrek, vooral niet als het inkomen genereert.

Een gevolg van het overnemen van methoden uit het eerste onderzoeksgebied is de belangstelling voor probleemgevallen. Alsof probleemgevallen de weg naar algemene wetmatigheden aangeven. Het ziekenhuis sorteert patiënten gemakshalve op basis van een defect in hun fysiologie. Ziekenhuizen gaan steeds meer op garages lijken. Om een auto te kunnen verbeteren, is het verstandig om mankementen en klachten te inventariseren. Maar is de werking van de menselijke geest het best te doorgronden bij geestesziekten? Is smaak te doorgronden door mensen te onderzoeken die niet meer kunnen ruiken? Is het probleem van overgewicht het beste te onderzoeken bij te dikke mensen? Is het raadsel van gezondheid te begrijpen door zieken te onderzoeken?

Je komt ook niet achter de dynamiek van het leven door dode kikkers te ontleden. Het is toch buitengewoon interessant dat er mensen zijn met de vreemdste voedingsgewoonten die tot op hoge leeftijd actief zijn en levendig van geest? Als je in mechanistische modellen denkt, is het logisch om naar gemiddelde waarden te kijken. Als je duizend keer de afstand van de aarde tot de zon meet, is de gemiddelde uitkomst beter dan wanneer je maar drie keer meet. Maar bij mensen hebben gemiddelde waarden veel minder betekenis. Als het niet mogelijk is om af te vallen, dan is het zaak om te onderzoeken wat daar bij die ene mens achter zit.

De innige relatie van lichaam en psyche is de reden dat het mechanisme van een lichaam niet met dat van een auto is te vergelijken. Mensen kunnen verliefd raken op een auto, maar een auto niet op een mens. Het lichaam van de verliefde tintelt en vermoeidheid bestaat niet. Een auto heeft nooit hoofdpijn, kent geen stress en hoeft niet te rusten om de volgende dag beter te kunnen presteren.

Mensen geven hun eigen leven inhoud en vorm. Dat doen ze op basis van ingenieuze innerlijke mechanismen. De mens is een psychosomatisch wezen, of dat nu een patiënt, een dokter of een natuurkundige is. Het innerlijke mechanisme is wat structuur betreft voor iedereen gelijk.

De uitwerking is persoonlijk en verschillend. Ieder mens creëert zijn eigen werkelijkheid op basis van zijn bewustzijn. Daarmee onderscheidt de mens zich van een auto. Zonder dat iemand dat wetenschappelijk heeft aangetoond, is dat een feit. We kijken naar de omgeving alsof die onafhankelijk van ons bestaat, en we realiseren ons niet dat we tegen onze eigen denkbeelden aankijken.

Veel mensen geloven dat menselijke gezondheidsproblemen van technische of chemische aard zijn en dat daar chemische oplossingen voor zijn. Men vraagt zich daarbij niet af hoe het allereerste begin van de chemische reactie in gang wordt gezet. Is een gedachte een molecuul of is het andersom?

Natuurlijk reageert het lichaam op kwaadheid. Er zijn talloze chemische reacties die de kwaadheid begeleiden, maar is het begin van die kwaadheid een verdwaalde molecuul? Of is dat ons bewustzijn, dat als een operator in een ingenieus complex van chemische verbindingen processen aanstuurt om vorm en inhoud te kunnen geven aan gevoelens en gedachten?

Het bewustzijn is lastig te onderzoeken, omdat de onderzoeker zijn eigen bewustzijn niet kent. Soms kunnen we bijzondere eigenschappen van het bewustzijn gadeslaan. De macht van gedachten is te zien bij hypnose. De hypnotiseur vertelt de gehypnotiseerde dat hij zijn hand niet van een paal af kan halen. Hij zit er aan vast. Toeschouwers zien tot hun verbazing dat het hem niet lukt om los te komen. Een raadsel. Ze kijken op dat moment naar een, door de hypnotiseur aangebrachte mentale blokkade. Er wordt een blik geworpen op de werking van het innerlijke mechanisme van de mens dat veel complexer is dan Rubiks kubus.

Het wordt duidelijk dat je eerst de blokkade moet opruimen om effectief te kunnen handelen. Met positief denken worden gevoelens en gedachten onder de mat geschoven, maar ze blijven daar onopgeruimd liggen. Als je in staat bent innerlijke blokkades te doorzien, worden er geen gevoelens verplaatst, maar echt veranderd. Als je naar iemand kijkt die niet bij machte is om iets simpels als een paal los te laten, begrijp je dat het zinloos is om te roepen: eet wat minder en beweeg toch meer!

Het is een mentale kracht die het lichaam dicteert. Het lichaam blijkt te gehoorzamen aan onbewuste, mentale processen. Die kun je niet blijvend overschreeuwen.

Als je het verschijnsel van mentale blokkades begrijpt, wordt opeens duidelijk dat het zinloos is om extra belasting op vette of zoete producten te heffen. Het gaat er om te onderzoeken hoe mentale blokkades ontstaan, vastgehouden worden en hoe deze blokkades losgemaakt kunnen worden.

De vraag is hoe je mensen hun eigen hypnose kan laten opheffen. Ze hebben het zelf opgeroepen, dus kunnen ze het ook zelf opheffen. Dat antwoord zit in jezelf, niet in producten of genen.

Wetenschappers zijn net mensen. Ook zij houden hun eigen denkwereld in stand. Uiteraard zijn er creatieve vissen die voortdurend omhoog springen om verder te kijken, maar hele scholen vissen zie je nooit boven komen. Ze blijven achter elkaar aan zwemmen.

Chemicus en directeur van het Centrum voor Smaakonderzoek in Wageningen. Zijn onderzoek concentreert zich op de vraag hoe consumenten kwaliteit ervaren, vooral vanuit psychomatiek. Hij werkt aan een boek over de beleving van smaak.