Voordelig shoppen bij de baas

Het belastingvrije sinterklaasgeld en het onbelaste kerstpakket, van oudsher fiscale aardigheidjes voor werknemers, zijn verdwenen of aan banden gelegd. Maar personeelswinkels met producten van het eigen bedrijf hebben nog wel fiscale mogelijkheden in de aanbieding. Wat kan en mag er zoal?

Wie appelen vaart, die appelen eet. Deze zegswijze stamt uit de tijd dat de fiscus zich er nog niet mee bemoeide als iemand iets uit de eigen zaak consumeerde. Maar hoe vanzelfsprekend het ook klinkt dat de bakker korting krijgt op zijn eigen brood, de fiscus ziet dat tegenwoordig anders. Elk voordeel dat met je baan samenhangt, is belast. Niet alleen het gewone loon. Er zit ook belasting op voordeeltjes zoals kortingen, een mobieltje of de auto van de zaak. Die tellen mee als loon in natura. Wie bijvoorbeeld in een kledingzaak werkt en daardoor goedkoper een trui uit het rek kan kopen, moet volgens de wet extra belasting betalen.

Dit rigoureuze systeem wordt in een aparte regeling wat verzacht: bedrijven mogen belastingvrij tot 20 procent korting op personeelsaankopen geven. Per jaar blijft hooguit 450 euro onbelast. Dat bedrag geldt sinds 1 januari 2003. Omdat het maximumbedrag geïndexeerd is, geldt voor 2005 een bedrag van 475 euro.

Vrijwel alle grote concerns hebben een `personeelswinkel' waar werknemers tegen gereduceerd tarief eigen producten kunnen kopen. Neem Anneke de Vries. Zij heeft een kantoorbaan bij Ahold Vastgoed. Omdat ook Albert Heijn tot het Ahold-concern behoort, mag zij bij de supermarkt belastingvrij met korting kopen. Lange tijd deed ze dat niet. ,,Ik ging naar de Digros. Die is goedkoper en dichterbij.'' Ze is niet de enige. Vóór de prijzenslag bij de supermarkten kocht slechts 40 procent van de medewerkers van Ahold in de eigen winkel. Inmiddels is dat percentage toegenomen tot ruim 70 procent. Dat komt mede door de verdubbeling van de personeelskorting van 5 naar 10 procent. Het Ahold-personeel betaalt in de supermarkt de normale prijs. Via een speciaal pasje worden de aankopen geadministreerd. Bij de salarisuitbetaling wordt de korting automatisch verrekend. Ahold gaat voor de personeelsaankopen niet verder dan 300 euro per jaar.

Philips heeft zeven personeelswinkels, die uitsluitend bestemd zijn voor de eigen werknemers. Daar krijgen de medewerkers het volle pond aan belastingvrije korting, dus 20 procent. Ook Philips kent een pasjessysteem. Het belastingvrije maximum is 450 euro per jaar.

Ook voor KLM-personeel bestaat dit extraatje. Woordvoerder Frank Hoeben van de KLM meldt dat zijn bedrijf het personeel korting op vluchten biedt. Daarvoor bestaat een regeling met de belastingdienst waar de KLM geen mededelingen over wil doen.

Kleinere bedrijven kunnen geen aparte afspraken maken met de inspecteur. Die past bij hen gewoon de wet toe. Zulke ondernemingen gaan door hun kleine schaal wel soepeler met hun personeel om. Pasjes zijn niet nodig, de korting wordt meestal aan de kassa verrekend.

Het belastingvrije bedrag voor werknemers kan met wat kunst- en vliegwerk vrij eenvoudig uitkomen boven de wettelijk toegestane grens van 20 procent van de verkoopprijs in de winkel.

Stel dat u als verkoper in een kledingzaak een colbert van 200 euro koopt. Het winkelpersoneel krijgt een korting van 50 procent op de normale verkoopprijs. Van die 200 euro is volgens de hoofdregel 20 procent, dus 40 euro onbelast. Resteert een te belasten loonbedrag van 60 euro (de korting min het onbelaste deel). Dat bedrag kan omlaag. Want voor het berekenen van de korting vormt de `waarde in het economische verkeer' de maatstaf. Dus als een andere kledingzaak hetzelfde jasje voor 180 euro verkoopt, telt díe prijs voor uw fiscale berekening. U rekent aan de kassa weliswaar 100 euro af (50 procent van de normale verkoopprijs), maar de fiscus stelt de korting op 80 euro. Daarvan is 36 euro onbelast (20 procent van 180). De fiscus belast 44 euro.

Dat scheelt al. En als u even wacht tot de uitverkoop (in uw winkel of een andere) waardoor de winkelprijs zakt tot 140 euro, dan wordt het beeld nog gunstiger. De fiscale korting wordt nu berekend over een bedrag van 140 euro. Daarvan is 20 procent belastingvrij, dat is 28 euro. Het belastingbedrag over de resterende 12 euro is zo laag dat de werkgever dat gemakshalve zelf met de inspecteur zal afrekenen via de loonbelasting.

De belasting over 60 euro is zo als sneeuw voor de zon verdwenen. Volgens een Rotterdamse inspecteur van de loonbelasting die niet bij naam genoemd wil worden, merkt de fiscus dat verscheidene winkeliers inderdaad de grenzen van het mogelijke opzoeken.

Sommigen wachten zelfs niet op de uitverkoop, maar prijzen artikelen waar het personeel interesse voor heeft tussentijds af. Zo komen de medewerkers goedkoop en zonder fiscale gevolgen aan mooie spullen. De winkelier die werknemer in de eigen zaak is, profiteert even hard mee.

Volgens de zegsman is dat allemaal heel moeilijk controleren. Overigens gaat het volgens het ministerie van Financiën niet om een wijdverbreid probleem.

Terug naar de legale sfeer. Sommige bedrijven produceren of verhandelen kostbare zaken zoals bankstellen of auto's. Dan is de grens van 450 euro wat krap. Dat betekent dat de belastingvrije aankoopruimte uitkomt op 2.250 euro per jaar (immers 20 procent van 2.250 euro is 450 euro).

Stel, u wilt als medewerker van een autobedrijf zo gunstig mogelijk een auto kopen die voor 20.000 euro in de showroom staat. De belastingdienst accepteert dat iemand die de afgelopen jaren niet met onbelaste korting heeft gekocht, de vrije ruimte van 2002 en 2003 gebruikt in 2004. Dat resulteert bij maximale korting in een totale belastingvrije aankoopprijs van 6.750 euro.

Een beetje rondkijken op internet kan helpen om de onbelaste aankoopprijs te drukken. Ziet u daar hetzelfde aanbod voor 15.000 euro, dan bent u al een eind op weg. Voor de toepassing van de fiscale kortingsregeling is de auto nu 15.000 euro waard. Op basis van 20 procent korting zou de maximale belastingvrije korting 3.000 euro mogen zijn. De limitering op jaarbedragen staat evenwel geen hogere korting dan drie maal 450 euro (= 1.350 euro) toe.

Werkgevers kunnen ervoor terugschrikken om bij het berekenen van de belastingvrije korting van een lagere waarde uit te gaan dan de verkoopprijs in de eigen winkel. Zoiets moeten ze namelijk uitleggen als de belastingcontroleur langskomt. Een kopie van de advertentie of internetpagina van de goedkopere aanbieder is evenwel voldoende.

Als uw werkgever u maximaal wil helpen, kunt u zonder fiscale gevolgen de auto die u normaal als verkoper voor 20.000 euro aan derden verkoopt, zelf meenemen voor 13.650 euro (15.000 euro min de maximale korting van 3x450 euro). Dan is de onbelaste personeelskorting opgelopen tot ruim 30 procent. Misschien wil uw werkgever dat percentage hanteren omdat zijn werknemers ook nooit moeilijk doen als ze eens wat langer door moeten werken. Als hij om die reden een algemene royale kortingsregeling hanteert, is er fiscaal niets aan de hand. Als hij (over)werk als voorwaarde stelt voor het verkrijgen van de korting, heeft hij wel een probleem. Overwerkloon is dan vermomd als korting en dat pikt de inspecteur niet. Het gaat in de fiscaliteit vaak om subtiliteiten.

Kijk bij het plannen van de aankoop niet alleen naar de uitverkoop, houd ook de jaarwisseling in de gaten. Voor omvangrijker aankopen maakt het verschil of u nog in 2004 koopt of in januari 2005. Beslissend voor de keuze is uw situatie in 2002: als u toen al bij uw huidige werkgever in dienst was én nog geen fiscaal begunstigde personeelsaankopen heeft gedaan, dan is het zaak nog vóór de jaarwisseling toe te slaan. Was u in 2002 nog niet in dienst, dan loont het om tot ná de jaarwisseling te wachten.

Het maximum van de vrijstelling geldt per kalenderjaar. Wie in december 2003 in dienst kwam en in januari 2005 een aankoop in het eigen bedrijf doet, heeft recht op de maximale vrijstelling van 1.375 euro (twee maal 450 euro plus 475 euro voor 2005). Dan zijn vervolgens de mogelijkheden over 2005 wel uitgeput.

Bij grote concerns zijn de regels in overleg met de ondernemingsraad strikt vastgelegd. De fiscale mogelijkheden worden dan lang niet altijd uitgebuit. Zo zagen we al dat Ahold veel minder korting geeft dan Philips. Een bedrijf kan ook meer dan 20 procent korting geven. Dat is niet verboden, zoals werkgevers wel eens stellen. Er hangt alleen een fiscaal prijskaartje aan. Het bedrijf kan die extra belasting zelf betalen. Als het daar geen zin in heeft, wordt de extra belasting op uw loon inhouden. Dat gebeurt meestal aan het einde van het jaar. In beide gevallen wordt u niet zelf door de belastingdienst lastiggevallen en u hoeft er in de aangifte inkomstenbelasting geen rekening mee te houden.

Belastingvrij kopen bij de baas geldt niet voor alle werknemers. Alleen personeel van op winst gerichte ondernemingen profiteert ervan. Ambtenaren vallen dus buiten de boot. Ook parlementariërs kunnen niet met korting kopen in het winkeltje met snuisterijen van de Tweede Kamer. En boswachters kunnen niet onbelast winkelen in hun eigen voorlichtingscentrum. In de praktijk worden er soms toch kortingen gegeven, maar dan neemt de werkgever de belasting zelf voor zijn rekening.

Belastingvrije kortingen leveren werknemers gezamenlijk 40 miljoen euro per jaar op. Maar als iedereen alle regels op dit gebied zou kennen en toepassen, zou dat héél wat meer kunnen zijn.