Volkswagenwet ter discussie

Het besluit van de Europese Commissie om de zogenoemde `Volkswagenwet' voor de rechter aan te vechten is niet alleen goed nieuws voor de aandeelhouders van de Duitse autoproducent. Het is ook goed nieuws voor het concern zelf.

De wet wordt in het algemeen afgeschilderd als een `gifpil' die het bestuur moet beschermen tegen vijandige overnames en beleggersbelangen schaadt. En dat is ook zo. Maar de wet schaadt de belangen van Volkswagen net zo goed. Door een meerderheid van 80 procent van de stemmen te eisen voor belangrijke beslissingen, geeft de wet te veel macht aan de deelstaatregering van Nedersaksen. Door haar belang van 21 procent is die regering in staat veranderingen tegen te houden als het gaat om de locatie van de productiefaciliteiten of om nieuwe investeringsplannen. Dat deed niet zo veel ter zake in het tijdperk van het Rijnlandse kapitalisme, toen Volkswagen ermee instemde de regio van stabiele werkgelegenheid te voorzien in ruil voor de garantie dat de politici het concern met rust zouden laten.

Maar nu Volkswagen onder druk staat en moet bezuinigen – met name in Duitsland – beginnen de belangen van beide partijen uiteen te lopen. Er is sprake van een toenemend conflict.

Het schrappen van de Volkswagenwet zou het concern in staat stellen dit conflict te laten voor wat het is, waardoor het zich makkelijker op saneringsmaatregelen kan bezinnen. Dat zou uiteraard een goede zaak zijn, maar waarschijnlijk is niet iedereen bij Volkswagen het daarmee eens.