Uw dochters zijn voor ons

In de Mexicaanse stad Juárez worden opvallend veel vrouwen op gruwelijke wijze vermoord – de afgelopen elf jaar al bijna 400. Inwoners spreken van `feminicide'. Een dader is nog steeds niet gevonden. Ook niet gezocht trouwens.

Een vreemde, afwezige glimlach trekt over het gezicht van Ester Luna Amparo als ze over haar dochter praat. Alsof ze wil doen voorkomen dat acht jaar na de moord op Brenda de pijn over is. Dat alle wonden zijn geheeld.

Ze zit aan een tafel in een vergaderzaal van het kantoor waar ze als schoonmaakster werkt en plukt aan haar schort. Kalm vertelt ze hoe de vijftienjarige Brenda, de op een na oudste van haar vijf dochters, op een ochtend in oktober 1997 verdween op weg naar haar eerste werkdag. Hoe ze aan het eind van de dag in paniek de politie belde, de brandweer, het ziekenhuis en vrienden, hoe drie weken later het lichaam van haar dochter werd gevonden, dat de familie daar achterkwam via een krant en hoe ze Brenda moest identificeren aan haar jurk. Het lichaam was zo verminkt dat de kleding het enige herkenbare was.

Ester heeft vaker over de moord op Brenda gesproken, haar woorden komen er vloeiend uit. Haar bruine ogen vertellen het verhaal van Ciudad Juárez: van moeders die krampachtig proberen om niet te huilen als ze zeggen dat hun dochters nooit meer thuiskwamen. Van vaders die foto's laten zien van lachende tieners op hun vijftiende verjaardag en ondertussen spreken over de lichamen die verkracht, gemarteld en gewurgd werden teruggevonden in de woestijn aan de rand van de stad.

Het is een verhaal over bijna 400 vermoorde meisjes in één niet zo heel grote stad sinds 1993, zodat men in Juárez inmiddels spreekt over el feminocidio, de uitroeiing van vrouwen. Over roze kruisen op de plek waar de ontklede en verminkte lichamen werden gevonden en waar iedere dag verse bloemen liggen. Over 180 families die nog steeds wachten op nieuws van hun verdwenen dochters, maar het ergste vermoeden.

Maar het verhaal van Juárez gaat vooral over straffeloosheid in een stad ingeklemd tussen de Eerste en de Derde Wereld. Vanuit de sloppenwijken die zich tegen Juárez hebben genesteld, en waar kinderen in de felle zon de Amerikaanse dagjesmensen voor een dollar kauwgum en Mariabeeldjes proberen te verkopen, zijn de spiegelende kantoorblokken in het Amerikaanse El Paso te zien. Slechts de Rio Grande scheidt de VS van Mexico, waardoor het een ideale handelsplaats is. Alles word je te koop aangeboden – drugs, wapens, mensen. Het is een stad waar geweld en executies aan de orde van de dag zijn, een van de machtigste drugskartels ter wereld regeert en de politie bereid is de andere kant op te kijken.

In 1993 doken hier de eerste vermoorde vrouwen op: slanke meisjes met lang donker haar, sommigen pas twaalf jaar oud. De meesten van hen waren migranten uit het zuiden van Mexico die in Juárez werk hadden gevonden. Anonieme fabrieksarbeidsters, studentes en serveersters met weinig familie en vrienden in de stad en daardoor vrijwel onzichtbaar. Op mysterieuze wijze verdwenen ze, soms zelfs op klaarlichte dag en zonder dat er getuigen waren. Dagen later werden hun naakte lichamen aan de randen van de stad gevonden door voorbijgangers: gemarteld, verkracht en gewurgd. Zeker 76 meisjes waren overreden door een auto, vastgebonden met hun eigen schoenveters, hun borsten met een mes bewerkt en hun gezichten onherkenbaar door de vele blauwe plekken en schrammen. Zij zijn volgens deskundigen het slachtoffer van een seriemoordenaar of -moordenaars. Nog eens 300 andere jonge vrouwen zijn op min of meer dezelfde manier om het leven gebracht en achtergelaten in de woestijn. Deze moorden worden toegeschreven aan een na-aper en huiselijk geweld. Het laatste lichaam, van een jonge vrouw van 25, werd vorige week gevonden in een rioleringskanaal.

Wie

Vraag een willekeurige inwoner wie er achter de moorden zit en het antwoord is ,,la policia''. Dat komt vooral door het diepgewortelde wantrouwen in de politie en doordat er – na elf jaar – nog steeds geen einde is aan de moorden. Er zijn geen bewijzen voor de betrokkenheid van de politie, hoewel een aantal agenten wel verantwoordelijk is voor de executie van elf mannen in april. Maar een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties, de Organisatie van Amerikaanse Staten en mensenrechtenorganisatie Amnesty International spreken over de falende justitie en politie die ,,door onverschilligheid, gebrek aan wil, nalatigheid of onbekwaamheid'' geen einde weten te maken aan de moorden. Bewijsmateriaal is verdwenen, dossiers zijn nagenoeg leeg, getuigen werden gemarteld of niet gehoord, families kregen onjuiste informatie en in een aantal gevallen het lichaam van iemand anders te zien of werden weggestuurd toen ze hun dochter als vermist kwamen opgeven.

Bijna alle families hebben een verhaal over nalatigheid, dat soms bijna grappig is als het niet om de moord van hun dochters, zusters of nichten zou gaan. Zo is er de verslaafde die in 1999 werd gearresteerd voor een van de moorden, die bekende en de nabestaanden zijn excuses aanbood. In de rechtbank begon hij opeens uitzinnig te dansen, want, zo vertelde hij de rechter, ,,de dag van de moord zat ik in de gevangenis''. Of de journalisten van de krant El Diario, die tot hun verbazing zagen hoe agenten van de drie verschillende politiekorpsen – stad, staat en federaal – boven een van de lichamen slaags raakten over hun bevoegdheden en uiteindelijk wegliepen.

De autoriteiten schrijven de meeste moorden toe aan huiselijk geweld en andere vormen van mishandeling. Ze zijn trouwens ook opgelost. En ook de daders van enkele seriemoorden zijn veroordeeld, zeggen de autoriteiten. Abdel Latif Sharif bijvoorbeeld, een Egyptische chemicus die zeven vrouwen doodde en volgens de politie sindsdien vanachter de tralies andere moorden `bestelt'. En de buschauffeurs Victor Javier Garcia en Gustavo Gonzalez Meza. Sharif zit sinds 1995 vast, hoewel een van de meisjes die hij zou hebben vermoord nog bleek te leven. De buschauffeurs bekenden in 2002 acht moorden, maar trokken later hun bekentenis in, omdat deze zou zijn verkregen na marteling.

De moorden zijn niet gestopt. ,,Iedereen weet dat zij de moordenaars niet zijn'', zegt forensisch expert Oscar Maynez Griljava. Maynez, een jeugdige veertiger, spreekt met professioneel enthousiasme over de moorden en zijn werk als forensisch expert, hoewel hij in 2002 ontslag nam bij de politie nadat hij werd gedwongen bewijs te manipuleren. Acht jonge vrouwen waren gevonden in een katoenveld en binnen vier dagen had de politie de daders gevonden. Maar Maynez vond slechts op een van de lichamen DNA-materiaal dat afkomstig was van een van de gearresteerden. Zijn verontwaardiging is nog steeds groot dat dit in het uiteindelijke rapport voor de rechter was weggelaten. Nu is hij docent psychologie, maar hij werd onlangs gevraagd om opnieuw te komen werken bij de politie.

Maynez denkt te weten wie de daders zouden kunnen zijn. Hij denkt ook dat er meer mensen zijn met hetzelfde vermoeden en dat de politie het ook weet. ,,Maar in Juárez is alles en iedereen te koop. Het kan nog heel lang duren voordat de echte daders worden bestraft.''

Hij wil geen namen noemen, zeker niet middenin de lobby van het hotel waar het gesprek plaatsvindt en waar hij nauwlettend in de gaten houdt wie er binnenkomt, maar hij is verbazend helder in zijn beschuldigingen. Allereerst meent hij dat ,,de autoriteiten in Juárez te veel banden hebben met de drugsmaffia''. En hij denkt dat ,,achter de moorden een georganiseerde groep zit met veel middelen''. In Juárez betekent dat ,,drugs, politiek en zaken''. Over een motief wil hij niet speculeren.

Ook de Amerikaans-Mexicaanse journaliste Diana Washington Valdez heeft dat vermoeden. Ze volgde voor de krant El Paso Times de moorden en van haar hand verschijnt binnenkort het boek Harvest of Women. Washington Valdez meent dat het gaat om Los Juniors, zonen uit prominente families in Juárez en Tijuana die banden hebben met het drugskartel en bescherming kopen van de politie.

Het zijn volgens haar dezelfde mannen die ook de executies namens de narcobazen uitvoeren. ,,Via mijn bronnen weet ik dat ze moorden als hobby, als sport. Ze zoeken meisjes die jong en arm zijn – vrouwen die weggeworpen kunnen worden. Deze informatie heeft de Mexicaanse federale politie ook, er is altijd genoeg bewijs geweest.'' Door haar Mexicaanse uiterlijk kon ze lang onopgemerkt haar werk doen in Juárez, maar nadat Washington Valdez de namen publiceerde, adviseerde de Amerikaanse federale politie (FBI) haar de grens niet meer over te steken. Ook zij kijkt voortdurend om zich heen als ze haar theorieën ontvouwt. En in het Amerikaanse restaurant met uitzicht op het hek dat El Paso en Juárez scheidt vraagt ze om een tafel met uitzicht op de deur.

De autoriteiten in Juárez zeggen geen verbanden tussen het drugskartel en de moorden te hebben ontdekt. Een woordvoerder van Jesus Antonio Piñon Jimenez, de openbaar aanklager van de staat Chihuahua, noemt de theorie ,,een mythe'', maar wil verder geen uitleg geven over wie dan wel verantwoordelijk zou kunnen zijn. Een woordvoerder van de door president Fox aangestelde speciale aanklager belast met onderzoek naar de moorden, Maria Lopez Urbina, vertelt dat ze vijftig zaken opnieuw heeft onderzocht. De meeste moorden zijn het gevolg van ,,huiselijk geweld'' en ,,ruzies tussen geliefden'' zegt hij. Lopez Urbina wilde niet worden geïnterviewd. Beide woordvoerders wijzen erop dat ,,de zaak onder controle is''.

Waarom

Wat maakt dat juist in Juárez deze feminicide plaatsvindt? Niemand heeft een echt antwoord. Juárez verschilt weinig van andere steden aan de Amerikaans-Mexicaanse grens. Van de rust, ruimte en rijkdom in de VS is het soms slechts een minuut lopen tot de vrolijke chaos, de kleine drukke steegjes en bedelende marktkoopmannen in Mexico. Dagelijks komen honderden dromers uit de rest van Mexico aan, op weg naar het paradijs in het noorden of op zoek naar werk in de talrijke assemblagefabrieken die zich na het sluiten van een vrijhandelsakkoord tussen Mexico en de VS langs de grens vestigden. Van bordkarton, hout en golfplaat maken ze hun hutjes aan de rand van de bloedhete woestijn, waar enorme sloppenwijken – zonder geasfalteerde wegen, stromend water of elektriciteit – zijn verschenen.

's Avonds veranderen de grenssteden in een aaneenschakeling van donkere straten waar iedereen zich alles kan permitteren. Amerikaanse studenten en militairen komen voor het nachtleven in de kleurige disco's die vlak langs de grens zijn gebouwd, kopen goedkope drank in de glimmende supermarkten die overal verschijnen, en drugs van dealers op de straathoeken. Vrouwen alleen die geen prostituee zijn, zijn zeldzaam.

,,Dit had in iedere andere stad kunnen gebeuren'', zegt forensisch expert Maynez dan ook. ,,Alleen was men daar na drie moorden op zoek gegaan naar een seriemoordenaar.'' Hij legde voor zijn vertrek als forensisch expert een verband tussen 56 moorden, maar die theorie na zijn vertrek niet overgenomen door zijn bazen.

,,Hier ontkenden we eerst dat er een probleem was. Vervolgens bagatelliseerden we het. Toen kregen de slachtoffers de schuld: ze droegen te korte rokjes, hadden maar niet 's avonds over straat moeten lopen, waren vast prostituees.'' Voormalig openbaar aanklager Gonzalez Rascon hield tot 1999 vol dat ,,vrouwen die 's avonds laat naar buiten gaan en in aanraking komen met dronken mannen in gevaar zijn. Het is moeilijk op straat te lopen als het regent en niet nat te worden.''

Het is die houding die de moeders tot razernij brengt. Ester Luna balt haar vuisten als ze over de politie spreekt. ,,Ze zeiden dat Brenda vast was weggelopen, dat ze een straathoertje was en dat dit haar eigen schuld was.''

Gevolgen

Het gemak waarmee de moordenaars wegkomen heeft zijn invloed. Het is voelbaar op straat, waar het gefluit en geroep van rondhangende mannen niet zoals elders in Mexico met uitdagende blikken en het wiegen van de heupen wordt beantwoord. In Juárez spoeden vrouwen en meisjes zich, zeker als de schemering rond zeven uur 's avonds valt, naar huis. Ogen naar de grond, ijzige blik en vooral niet reageren.

En het is zichtbaar in Casa Amiga, het enige crisiscentrum voor vrouwen in de miljoenenstad. In de kleine wachtkamer van het crisiscentrum is nauwelijks nog ruimte om te passeren. In een hoekje zit een moeder met twee zwarte ogen en armen vol blauwe plekken te huilen, haar zoontje speelt aan haar voeten. Iemand vertelt het verhaal van een vrouw die op het eerste oog niets had, tot ze voorzichtig haar T-shirt optrok en de afdrukken van een strijkijzer zichtbaar werden.

Directeur Ester Chávez Cano van het centrum was een van de eersten die elf jaar geleden een patroon zag in de moorden. Ze schrok van het geweld in de stad en begon krantenberichten uit te knippen toen de slachtoffers steeds jonger begonnen te worden. Pas toen een journalist van CNN haar in 1998 vroeg wat ze deed voor de slachtoffers die nog leefden en om de moorden te voorkomen, realiseerde ze zich dat er meer aan de hand was in Juárez.

,,Dat hier complete straffeloosheid heerst heeft vreselijke gevolgen'', zegt Chávez. In haar kantoortje laat ze de cijfers zien. Dit jaar alleen klopten 8.636 vrouwen, van wie een groot deel minderjarig, bij Casa Amiga aan wegens huiselijk geweld, mishandeling, verkrachting of incest. Pas twee jaar geleden werd geweld binnen het huwelijk strafbaar in Mexico, maar nog steeds worden de daders zelden vervolgd. Soms wordt Chávez bijna moedeloos: ,,Wat zeg ik tegen de moeder van een 13-jarig meisje wier verkrachters worden vrijgelaten omdat de rechter vindt dat ze genoeg hebben geleden?''

Het maakt de vrouwen onverschillig, meent Chávez. ,,De armen hebben geen stem. Ze werken om te overleven, hebben geen tijd om voortdurend op de deur van de politie te kloppen en te vragen om resultaten.''

Ook lerares Marisela Ortiz van de organisatie Nuestras Hijas Regreso a Casa (Onze dochters komen thuis) meent dat het probleem groter is dan de moorden. Ze vangt moeders op wier dochters zijn vermoord sinds haar leerlinge Lilia Alejandra Andrade (17) in 2000 werd vermoord na vijf dagen te zijn gemarteld. Ortiz is een forse, strijdbare vrouw, maar moet huilen als ze spreekt over de psychose, de ziekte, die heerst in de stad. ,,Onder de mantel van straffeloosheid kan nu alles. Een jongen vermoordt zijn vriendin, dumpt haar in de woestijn en er gebeurt niets. Moord is vruchtbaar in Juárez.''

Een verklaring voor de straffeloosheid is er niet. Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties sprak vorig jaar over ,,ineffectiviteit'' en ,,structurele tekortkomingen in het justitiële systeem'' van Mexico.

Maynez, die weliswaar spreekt over ,,de legendarische corruptie van de politie'', wil zijn oud-collega's niet helemaal de schuld geven van het falende onderzoek. Hij meent dat de functie van de politie zeventig jaar lang het arresteren en martelen van dissidenten is geweest. Nu in Mexico meer openheid en democratie heerst, weet de politie niet beter dan door te gaan met die technieken. Hij vertelt dat Juárez een van de modernste DNA-laboratoria van Mexico heeft, maar dat niemand is opgeleid om ermee te werken.

De oplossing moet komen van president Vicente Fox, menen alle betrokkenen. De staat heeft te weinig macht, de aanklagers te weinig bevoegdheden en de oprichting van een speciale onderzoeksrechter naar de feminicide, in 1998, heeft tot dusver nauwelijks iets opgeleverd. Maar Fox, die bij zijn aantreden een structurele hervorming van het juridische systeem beloofde, zei eind september bij een bliksembezoek aan Juárez tevreden te zijn over het onderzoek hoewel ,,meer snelheid'' belangrijk was.

Forensisch expert Maynez ziet het somber in. Halverwege het gesprek zegt hij opeens:,,Ik zie je over vijf jaar wel weer. Dan stel jij dezelfde vragen, en geef ik nog steeds dezelfde antwoorden.''