Toekomstperspectief?

De nieuwe technisch directeur van NOC*NSF Charles van Commenée pleitte deze week voor een beter toekomstperspectief voor coaches en noemde hun positie fragiel. Een terecht pleidooi?

Carina Benninga, oud-hockeyinternational en oud-hockeycoach (onder meer in de VS), vestigingsdirecteur van een bedrijf voor loopbaanbegeleiding: ,,Ik ben het met Van Commenée eens dat een groot deel van het succes van de coach afhangt. Maar een coach heeft een kwetsbaar beroep. Ik ken de situatie van Tjerk Bogtstra niet, maar ik kan me voorstellen dat zijn overstap naar het bedrijfsleven een maatschappelijke keuze voor meer zekerheid is. Een bepaalde bescherming voor coaches is goed. In Amerika wordt het als een echt beroep gezien. Coaches in het universiteitssysteem hebben daar een goed contract. Hier is de bescherming nihil. Het gebeurt te snel dat coaches weg moeten, omdat het niet goed gaat. Als coaches hun baan kwijtraken, hebben ze een probleem. Er is geen vangnet. En er gaat kennis verloren. Je moet coaches meer centraal stellen.''

Tjerk Bogtstra, coach van het Davis-Cupteam (tot eind 2005), stopt op 1 januari onder meer met Fed-Cupteam wegens aanvaarde baan bij auto-importeur: ,,Veel mensen hebben me gevraagd of het een stap naar meer zekerheid is, maar ik ga in het bedrijfsleven juist iets doen waar ik geen ervaring mee heb. Ik zie het als een avontuur en een kans om iets buiten de sport te doen. Van Commenées verhaal is positief, maar hoe ga je dat concretiseren? Coaches hebben vaak tijdelijk werk. Als ik stop met het Davis-Cupteam staat er voor mij niks klaar. Het salaris van een tenniscoach is niet zodanig, dat je een jaartje stil kunt zitten. Ik heb me als bondscoach wel eens afgevraagd wat hierna komt. Wat dat betreft is er geen toekomstperspectief en zijn de mogelijkheden voor coaches, buiten het voetbal, niet zo groot. De positie van coaches is onderbelicht. Langere dienstverbanden zijn goed voor meer zekerheid, maar wat bied je een coach daarna?''

Peter Blangé, oud-volleybalinternational en coach van Nesselande: ,,Van Commenée doelt op parttime-coaches bij kleinere sporten, waar de A-sporters vaak een stipendium van NOC*NSF hebben. Coaches hebben die ondersteuning niet. In de sport heb je het schaarstemodel en wordt eerst gekozen voor wat absoluut noodzakelijk is voor de sporter. Die moet het ook altijd doen, hoewel hij zonder goede coach gedoemd is te mislukken. Pas op plaats drie of vier komt het geld voor de begeleiding, maar dat verschilt per sport. Ik ben fulltime-coach en heb niet te klagen, maar vaak blijft het behelpen. Aan de andere kant is een baan in de topsport altijd onzeker. Ik houd wel van die uitdaging.''

Henk Gemser, oud-schaatscoach, wordt bestuurslid (topsport) van sportkoepel NOC*NSF: ,,Als een coach professioneel en fulltime bezig is, moet je hem meer zekerheid bieden. Bijvoorbeeld een contract voor een langere periode. Kennis gaat verloren als een coach vertrekt. Sinds ik in 2001 ben gestopt, is niets meer met mijn kennis en ervaring gedaan. Voor de schaatsbond ben ik niet meer actief. Ik ben wel door de Russen gevraagd een bijdrage te leveren en heb daar vorig jaar met collega-schaatscoaches gewerkt.''

Robert Eenhoorn, bondscoach Nederlands honkbalteam, oud-speler van de New York Yankees: ,,Buiten bepaalde sporten wordt het niet als vak gezien. Coaches werken vaak parttime en hebben te weinig zekerheid omdat ze morgen ontslagen kunnen worden. Slechte zaak als goede coaches daardoor naar het buitenland vertrekken. In de sport wordt vaak niet serieus naar coaching gekeken. Ik ben fulltime bezig, maar in de Nederlandse hoofdklasse stelt een coach op clubniveau eigenlijk niks voor. Ze doen het er gewoon bij. Je moet je afvragen in hoeverre een programma professioneel genoeg is om te concurreren met de wereld. Groot verschil met Amerika is dat coaches in de Major League alleen maar bezig zijn met coachen op het veld. Ik moet er hier allerlei dingen bij doen. In Amerika hebben ze daar professionals voor.''