Selectieve verontwaardiging over Oostenrijk

De Nobelprijs van Elfriede Jelinek heeft geleid tot commentaren in de media, waarin uiting wordt gegeven aan onverholen afkeer van Oostenrijk. Ook Elsbeth Etty doet dat in haar column `Elfriede Jelinek en Anne Frank' in NRC Handelsblad van 12 oktober.

Zij schrijft over een klein land in de Europese marge dat wordt bewoond door een benepen volk, waar de kleinburgerlijkheid geen grenzen kent en de xenofobie zo groot is dat het voor een rechtspopulistische politicus geen enkele moeite is een groot electoraat voor zich te winnen.

Veel van de vaststellingen van Elsbeth Etty zijn juist. De geschiedenis van Oostenrijk, ook de meest recente, kent een groot aantal inktzwarte bladzijden. Die kunnen niet vaak en luid genoeg worden benoemd. Bij veel Nederlandse commentaren, ook dat van Etty, valt echter de gemakzucht en de selectieve verontwaardiging op waarmee dat gebeurt. Dan heb ik het nog niet over de vele feitelijke onjuistheden (Mozart is wel degelijk een Oostenrijker en zijn vermeende Duitserschap heeft niets te maken met het Derde Rijk, maar hoogstens met het Heilige Roomse Rijk waartoe veel van de tegenwoordige Duitse en Oostenrijkse gebiedsdelen ooit behoorden).

Bij het uiten van de verontwaardiging jegens Oostenrijk klinkt een belerende toon en een zeker triomfalisme vanuit een veronderstelde morele superioriteit door. Het verlichte en tolerante Nederland tegenover de achterlijke en achterbakse Alpenrepubliek.

Deze wonderlijke zelfgenoegzaamheid, die op steeds minder kan worden gebaseerd, begint bizarre vormen aan te nemen. Het is de priemende vinger van de dominee, die niet in de gaten heeft dat hij zelf niet meer zo zuiver in de leer is.

Tegenover de vervelende eigenschap om, op zichzelf gerechtvaardigde, kritiek slordig te brengen en de eigen (zwakke) positie hierbij helemaal uit het oog te verliezen, kan ik het spreekwoord plaatsen dat mijn Oostenrijkse moeder mij altijd heeft voorgehouden: Wer im Glashaus sitzt, soll andere nicht mit Steinen werfen!

Tot slot, ik kan het niet laten, zou het geen enkele moeite kosten een lijst op te stellen van de honderd Grootste Oostenrijkers die de vergelijking met de Nederlandse lijst eenvoudig doorstaat. Namen als Mahler, Schubert, Bruckner, Klimt, Schiele, Hundertwasser, Musil, Handke, Bernhard, Mach, Lorenz, Wittgenstein, Popper, Lauda, Klammer, etc., schieten me zo te binnen.

En ik weet vrijwel zeker dat in de toptien van de Grootste Oostenrijkers aller tijden géén rechts-populistische politicus zou voorkomen. Daarvoor is het nationale bewustzijn van de Oostenrijkers inderdaad te groot.