Politieke toenadering als aangename bijkomstigheid

Aartsrivalen India en Pakistan komen nader tot elkaar. Dankzij of ondanks de intensieve sportcontacten van de afgelopen maanden? Over sport als vredesduif.

,,Als twee landen weer vrienden willen worden, kan sport helend werken.'' Als iemand het kan weten dan is het Imran Khan, de bij leven al legendarische oud-aanvoerder van het Pakistaanse cricketteam die acht jaar geleden zelf in de politiek stapte. Khan deed zijn uitspraak dit voorjaar, aan de vooravond van de beladen crickettestserie tussen de twee gezworen erfvijanden van het Aziatische subcontinent: India en Pakistan.

Diezelfde twee landen beëindigden zondag in Hyderabad hun hockeytestserie over acht duels (vier in Pakistan, vier in India). Ook die krachtmetingen stonden in het teken van de vrede. Pakistan won de Dosti Hockey Series `dosti' staat in zowel het Hindi als het Urdu voor `vriend' waardoor de stand weer gelijk werd getrokken, nadat India eerder de crickettestserie (in Pakistan) in zijn voordeel had beslecht.

Het zijn, en daar zijn vriend en vijand het wel over eens, lovenswaardige initiatieven, bedoeld om de gespannen politieke verhoudingen tussen de aartsrivalen te verbeteren. Vanuit de sleets klinkende gedachte dat `sport verbroedert'. Maar is dat ook zo? ,,Op lager niveau zeker'', weet Robert Siekmann, die als sportjurist verbonden is aan het TMC Asser Instituut in Den Haag. Hij geldt als een expert op het gebied van sport en politiek. ,,Kijk naar de vluchtelingenkampen in Afrika, waar onder leiding van de Verenigde Naties met succes voetbalwedstrijden worden georganiseerd, die bepaalde bevolkingsgroepen denk aan de Hutu's en de Tutsi's aantoonbaar dichter tot elkaar brengen.''

Zijn het druppels op een gloeiende plaat? Of is sport een door overheden onderschatte manier om politieke meningsverschillen te overwinnen? Siekmann vermoedt het laatste. ,,Wat ik me altijd afvraag is: beseffen machthebbers eigenlijk wel hoezeer sport leeft onder het volk? Zijn ze niet té druk met hun staatszaken? Johan Cruijff is een universeel begrip. Toen hij begin dit jaar opriep tot de vrijlating van Arjan Erkel (de in de Kaukasus gegijzelde Nederlander van Artsen zonder Grenzen, red.) maakte dat daar en in Rusland beduidend meer indruk dan dezelfde woorden van welke minister dan ook.''

Toeval of niet, maar op dezelfde dag dat de hockeyers van India en Pakistan in Karachi afsloegen voor het eerste onderlinge duel, schoven in New York de twee machthebbers van beide kernmachten aan voor – zo bleek later – `een goed en constructief gesprek': minister-president Manmohan Singh (India) en president Pervez Musharraf (Pakistan).

Maar hebben de cricket- en de hockeytestserie de vrede op het Aziatische subcontinent een stap dichterbij gebracht? Roelant Oltmans, als bondscoach van Pakistan aanwezig bij zeven van de acht duels, zegt het slechts te kunnen hopen. ,,Ik ben geen politicus, en durf dan ook niet te beweren dat de wereldvrede nu ineens een grote dienst bewezen is. Maar wat ik wel heb kunnen constateren is dat, gelet op het enorme enthousiasme van het publiek én het warme onthaal in beide landen, er bij grote delen van de bevolking wel degelijk een goede basis is om tot verzoening te komen. Daar zouden de politici hun voordeel mee kunnen, en misschien zelfs wel moeten doen. Hoezeer de kwestie-Kashmir (omstreden deelstaat, red.) beide landen ook verdeelt.''

India en Pakistan zijn zo tevreden over het aanhalen van de sportieve banden dat beide broederstaten hebben besloten over twee maanden zogeheten Friendship Games te houden. Veertien disciplines staan in Patiala (India) op het programma. Niet van de partij zijn de Pakistaanse tennisser Aqeel Khan, die een uitnodiging ontving voor India's nationale kampioenschappen en het toernooi anderhalve week geleden won, en de Indiase golfster Shruti Khanna die maandag hetzelfde deed in Lahore.

Hét schoolvoorbeeld van sport als de ideale, politieke bruggenbouwer is de destijds nogal plotselinge toenadering tussen de Verenigde Staten en China, begin jaren zeventig. Henry Kissinger, toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, benutte een tafeltennisinterland tussen beide grootmachten om achter de schermen de banden aan te halen. Hij deed dat met succes: de Chinezen bleken bereid de strijdbijl te begraven.

Die veelgeprezen `pingpongdiplomatie' verdient navolging, betoogt Siekmann. ,,India en Pakistan doen dat nu in zekere zin, al blijft het de vraag of het signaal wordt opgepikt. Sport is de laatste jaren steeds salonfähiger geworden, maar de ervaring leert dat politici uiteindelijk toch vooral oog hebben voor hun eigen agenda.''

Sport slaat weliswaar bruggen, maar kan ook fungeren als katalysator van sluimerende ongenoegens, benadrukt Siekmann. Het beruchtste voorbeeld is de bloedige strijd die Honduras en El Salvador in 1969 uitvochten, en die de boeken is ingegaan als `de voetbaloorlog'. Twee uit de hand gelopen WK-kwalificatieduels tussen beide buurlanden in Midden-Amerika vormden de directe aanleiding om een aloud grensgeschil alsnog te beslechten, met de wapens ditmaal. Tweeduizend doden waren het gevolg.

Hoe nauw sport en politiek met elkaar verweven (kunnen) zijn bewezen ook de supportersrellen, die het voetbalduel tussen Dinamo Zagreb (Kroatië) en Rode Ster Belgrado (Servië) op 13 mei 1990 ontsierden. Sommige historici beschouwen de schermutselingen in en rondom de bekerfinale, waarbij op het veld ook een aantal spelers zich niet onbetuigd liet, als het officiële begin van de burgeroorlog in wat toen nog Joegoslavië heette. Ondanks de beëindiging van de vijandelijkheden (midden jaren negentig) staan wedstrijden tussen de voormalige deelrepublieken, zoals afgelopen zaterdag het treffen tussen Bosnië-Herzegovina en de Unie Servië-Montenegro (0-0), sindsdien nog altijd te boek als (politiek) beladen duels met een verhoogd risico.