Migranten in kaart gebracht

Turken en Marokkanen hebben minder vaak werk en zijn afhankelijker van uitkeringen dan Surinamers en Antillianen. Dit blijkt volgens het ministerie van Justitie uit de zogeheten `integratiekaart'. Maandag stuurt minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) deze aan de Tweede Kamer.

De integratiekaart is een nieuw meetinstrument dat inzicht biedt in de ontwikkeling van migranten in de Nederlandse samenleving. Bij wijze van experiment is de kaart samengesteld door het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Anders dan bij voorgaande overzichten bekijken de onderzoekers ook de verrichtingen van kleinere groepen migranten zoals de Egyptenaren en de Ghanezen.

De eerste resultaten van de kaart laten grote verschillen in arbeidsparticipatie en de afhankelijkheid van uitkeringen zien.

Concrete cijfers bevat de kaart echter nog niet, zo liet een woordvoerster van Justitie gisteren weten, wel indicaties van de verhoudingen tussen groepen. Ghanezen en Kaapverdianen hebben bijvoorbeeld relatief vaak werk. Somaliërs, Irakezen en Afghanen daarentegen vinden moeilijker hun weg op de arbeidsmarkt en ontvangen vaker een uitkering. Chinese en Egyptische migranten weten zich opvallend vaak te vestigen als zelfstandige ondernemers.