Kokmeeuwzonen komen uit een zwaarder ei

Zonen van kokmeeuwen kruipen uit gemiddeld zwaardere eieren dan dochters, binnen hetzelfde broedsel althans. Handig voor het kuiken, want een zoon verbruikt meer energie dan een dochter. Meeuwenmoeders kunnen hun eieren dus manipuleren. Dat ontdekte bioloog Wendt Müller die 1 oktober in Groningen promoveerde op onderzoek naar kokmeeuwkolonies langs de Groninger waddenkust.

Een kokmeeuw (Larus ridibundus) legt gewoonlijk drie eieren die al gauw ruim een gram in gewicht variëren. Bioloog Wendt Müller ontdekte dat mannetjes uit gemiddels zwaardere eieren kruipen dan hun zussen. Dat geldt alleen binnen hetzelfde legsel. Het gaat dus op voor meeuwen die drie zware eieren van gemiddeld 45 gram leggen, maar ook voor meeuwen die drie eitjes leggen van gemiddeld 30 gram. In het eerste geval blijkt er bijvoorbeeld een jongetje te zitten in het ei van 46 gram en een meisje in de twee eieren van 44,5 gram.

Kennelijk kan een meeuwenmoeder haar ei aanpassen aan het geslacht van het kuiken, of andersom. Hoe ze dat doet, weet Müller niet. Wel weet hij dat het een strategie is voor betere overlevingskansen van haar kroost. Mannetjeskokmeeuwen worden groter dan vrouwtjes en hebben in het ei al meer energie nodig voor de groei van hun skelet. Ze produceren testosteron, wat die groei stimuleert maar wat ten koste gaat van de ontwikkeling van het afweersysteem. Daardoor zijn ze vatbaarder voor ziekten. Na uitkomst van de eieren is de sterfte onder meeuwenzonen groter dan onder dochters. Een fors ei geeft ze meer reserves en een betere start in de competitie om voedsel.

Een zwaarder ei vergt een hogere investering van de moeder. Bij kokmeeuwen neemt het gewicht van het ei gemiddeld af met de eivolgorde. Het derde ei is vaak het lichtst. De kuikens daaruit zijn dus niet alleen jonger maar ook kleiner dan hun broers en zussen. Ook hebben ze minder weerstand, want niet alleen het eiformaat, ook de hoeveelheid door de moeder meegegeven antilichamen neemt af. Ter compensatie krijgen derde eieren meer testosteron van de moedermeeuw mee, wat de groei bevordert. Dankzij die extra dosis kan een derde kuiken een halve dag eerder uit zijn ei breken.

Bij zo'n tien procent van de meeuwen is juist het derde ei het zwaarst. Die meeuwen investeren echt in het derde ei en moeten wel in top-conditie zijn. Kennelijk heeft een derde jong er baat bij een jongetje te zijn. Verder onderzoek zal duidelijk moeten maken welke voordelen dat jong precies heeft.