Ik heb al een getal

In zijn column 'Ik heb al een getal' (W&O, 9 okt.) nodigt Robbert Dijkgraaf de lezer uit mee te rekenen aan een som die Dirac op de lagere school zou hebben moeten maken. Aangezien ik, ingaande op deze uitnodiging, een nog kleiner aantal vissen vind dan Dirac, namelijk -29 in plaats van -2, maar niet twijfel aan de genialiteit van de jonge Dirac, moet ik concluderen dat de formulering van het probleem door de columnist niet volledig is.

De `verschijnselen' worden `gered' door het verhaal aan te vullen met het volgende: `De schoolmeester, vermoedend dat zijn leerlingen de som niet konden oplossen, gaf als oplossing: 25 vissen. Hij droeg vervolgens de klas op dit te controleren. Daarop stak Dirac zijn vinger op en meldde dat 25 niet het kleinste aantal vissen was daar een aantal van -2 ook voldeed. Dirac liet -29 als mogelijke oplossing weg omdat gegeven was dat de vissers een berg vissen hadden gevangen en hij -29 een te klein bergje vond.'

Overigens zou het me niet verbazen wanneer de in de column aangehaalde Pirahã's, niet geplaagd door deze oplossingen, maar ook zonder de aantallen te kunnen benoemen, de 25 echte vissen met gemak op de in de anekdote beschreven wijze zouden kunnen verdelen.