Hollands dagboek

Dankzij zijn koffiekannen, stoelen en tafels is Klaas Gubbels een van Nederlands bekendste kunstenaars. Sinds vorig weekeinde is in Arnhem een overzichtstentoonstelling van zijn werk te zien. `Ik zal blij zijn als ik zonder bijdingen weer in mijn atelier zit.' Klaas Gubbels is getrouwd met Heleen.

Woensdag 6 oktober

8.30 uur op. Moet om half negen in het museum zijn voor de laatste loodjes. Een ketel van vijf meter hoog in de Koepelzaal. Om tien uur naar het station om een kunstrecensent van Trouw op te halen. Een zwaar gesprek. Hemd van lijf + blaren op tong.

Omslag signeren bij zeefdrukker Hans Gaarenstroom van de luxe uitgave van het boek bij de tentoonstelling. Vijfhonderd stuks, veel te veel. En ik word nog verkouden ook. Nou met de fiets naar het museum. Nog even tegen Ype, de conservator, aankleppen. Denk steeds aan morgen. Dochter Jennig van vriend Jan Roeland is overleden, en dan valt alles in het niets. Jan Jan Jan, houd vol.

Om 16.30 uur krijg ik een hoestaanval, die duurt tot 18 uur. Is dat nou stress? Daarna wok-Chinees, met de allerheetste sauzen en dat helpt. Met neef Hidde en dochter Johanna. Om half negen stort ik in. Denk steeds aan morgen. Ze was heel aardig en aandoenlijk.

Donderdag

Eerst naar mijn atelier om een diabolo te op halen, een van mijn eerste attributen waarvan ik de vorm gebruikte en nog steeds gebruik. Vijftig jaar geleden kocht ik hem op de rommelmarkt in Arnhem. Ook verf en penseel meegenomen voor het schilderen van het beeld in de Rijnzaal. Ik vind de kleur van het brons niet goed. Probeer het zwart te maken met schoensmeer, maar het wordt paars.

Loop toch wezenloos rond. Zo'n jong meisje dat zo'n strijd – die eerst goed gaat – verliest.

Telefoon gaat. Henny de Lange van Trouw. Die vraagt hoe ik aan het citaat van August Willemsen ben gekomen. ,,Wie niets te zeggen heeft, bedenkt steeds iets nieuws. Wie iets te zeggen heeft, blijft dat zijn hele leven herhalen.'' Er stonden vanmorgen interviews in de Gelderlander en de Volkskrant. Als ik dat lees, denk ik: wat is het toch moeilijk om je gevoelens en gedachten in letters om te zetten. Steeds denk ik dan: het is anders, spreektaal en schrijftaal. Wat schilderen betreft is er de laatste anderhalf jaar zeer minimaal wat tevoorschijngekomen. Het lag natuurlijk ook stil vanwege de film die Jan Louter over mijn werk maakte (Stilleven van een schilder). En deze expositie had een grotere impact op mij dan ik had verwacht. Ik zal blij zijn als ik zonder bijdingen weer in mijn atelier zit.

Stop alsmaar mijn gedachten weg. We gaan op weg naar de begrafenis van Jennig, 42 jaar. Is zeer droevig, een aangrijpende begrafenis. Iedereen blijft heel lang – wat een bijzondere sfeer geeft – bij het graf staan waar we allemaal een zonnebloem op de kist leggen. We zijn allemaal aangeslagen.

Gerard Stigter is ook nog op de begrafenis. Kent Jan Roeland al 40 jaar. Met tranen in onze ogen, praten we toch ook over andere dingen. Over schaken: de Weerdenburg-opening E2-E3. We constateren: van wit zwart maken. Hij is een echte poëet: blij dat het weer goed is tussen ons, er zat wat zand tussen de raderen.

Spreek met Jacob, haar broer, die een beenmergtransplantatie met zijn zus heeft gedaan, die dus niet is aangeslagen. Dan loop ik gelijk leeg: terug met de trein. Daar is het landschap na zo'n gebeurtenis gelijk anders.

Thuisgekomen. Heleen is gelijk naar bed gegaan. Ik moet het even kwijt, dus ga naar de buren. Ja, dan praat je maar wat.

Vrijdag

Dan 's morgens naar het museum voor een radio-interview: gelukkig na een uur afgelopen. Begin mijn teksten nou uit mijn hoofd te leren. Om 10 uur een interview voor TV Gelderland. Maar nog steeds kan ik mijn gedachten niet goed onder woorden brengen. Zal wel altijd onvolwassen blijven. Daarna om 14 uur op mijn atelier een voorgesprek van een kwartier voor een tv-programma. Is trouwens heel leuk.

Dan naar het museum. Die weg begin ik nu ook uit mijn hoofd te kennen. Ype aan zijn kop zeuren, dus die begint er nu ook het apelazerus van te krijgen. Heleen trouwens ook. Maar het gaat nog steeds goed tussen ons.

Zaterdag

Naar het museum. Al mijn stoelen signeren, drie keer vijftien stuks, plus een tekst op muur. Krijg de catalogus. Veel kritiek van mij van tevoren. Eenmaal af ziet hij er zeer goed uit. Smelt altijd van jeugdfoto's. Moest ook nog een ets afdrukken uit 1970, de Pisbak van het Rappardplein, speciaal voor deze expositie. Ik had de etsplaat nog.

We verheugen ons op de komst van Nobuko en Mark (Brusse) uit Parijs. Half zeven gaat de bel. Daar staan ze. Ik zie Mark vaker van Nobuko, die heb ik lang niet gezien. Verlangde naar d'r. Ze brengen een prachtig brood mee. Kunstwerk!!!! En als toetje een spijkerjasje (Levi Strauss) uit Tokio: origineel!!! Eerst theedrinken. Mark drinkt niet meer. Daarna naar de Chinees in park Sonsbeek. Leuke herinneringen. De Chinees zit in de `theepit'. In dat gebouw dansten mijn ouders bij de eerste Sonsbeektentoonstelling op de muziek van Django Reinhardt. Trouwens, dat deed mijn moeder al in Rotterdam op Coleman Hawkins in dancing Pschorr op de Coolsingel met de Ramblers.

Zondag

Laat opgestaan. Mark komt in zijn onderbroek de trap af. Is de douche vrij? Jazeker, ik ga naar beneden – koffie zetten en de poezen eten geven: heerlijk met zijn vieren ontbijten. Jan Cremer belt op: ,,Kom later met Babette.'' Natuurlijk.

Ga toch wat eerder naar het museum. Want ik moet nog een prijskaartje maken voor de ets Pisbak op Rappardplein. Tijdens de expositie kost die 200 scheren, want het museum wil brood op de plank (voor mij dan). Zie veel bekenden. Kom ineens Tajiri tegen. Aardig toch. Ken ik nog van toen die voor het eerst naar Rotterdam kwam in 1953, in het Venster. Ziet er nog steeds jong en vitaal uit – net als ik zal ik maar zeggen. Directeur Max Meijer begint te spreken. Een zeer goede speech. Heel aardig. Daarna Stephan Verwey. Warm, humoristisch, met lichtelijk afzeiken. Veel lachers, met als hoogtepunt de mededeling dat hij bij mij op het atelier, zowel in Frankrijk als Arnhem, altijd instantkoffie krijgt. Terwijl ik de koffiepot heb uitgevonden, vertelt hij. Enorm gelach daarna. Dan Jan Houwert. Fantastische toespraak. Aardig toch, al die vrienden die zo hebben zitten blokken.

Pauline Krikke, de burgemeester, begint onaangekondigd. Dus ik denk: zeventig jaar, ik zal wel de penning van de stad krijgen. Begint ze ineens over ,,Hare Majesteit heeft het behaagd...''. Dan schrik je je toch een hoedje. Krijg je ineens de officiersorde. Iedere kunstenaar is een beetje anarchist, maar ik vind het toch wel wat.

Dan de expositie bekijken. Ik zie Kees Broos in een wagentje. Met z'n privé-cardioloog in wie hij zeer veel vertrouwen heeft. Jules Deelder draait platen. Alleen maar jazz. Onze band is Rotterdam, Cor Vaandrager, Faas Wilkes, Bep van Klaveren. En we hebben samen een bundel gemaakt: Happy End. Hij las daar een stel gedichten uit voor.

Zondagavond. Buiten onze logés komen Jan en Marty, en Max en Petra, om nog even alles door te nemen. En om wat te oefenen met drank. Het was een fantastische dag.

Maandag

Allemaal uitgeslapen. Mark, Nobuko, Bauke en José (IJlstra) zitten lekker te ontbijten. Jozef en Rita komen ook nog binnen. Begint de maandag toch nog leuk te worden. Ik ga 's middag naar het atelier. En dan weer naar huis om Mark en Nobuko gedag te zeggen.

Alle bloemen uit het museum, die Heleen gekregen heeft, worden gebracht. Prachtig vind ze ze.

Zes uur, bel gaat. Pierre Janssen. Even horen hoe het was gegaan. Heeft een van de grootste collecties werk van mij, onder andere De Leesplank.

Dinsdag

Om 9 uur moet ik in het museum zijn voor een rondleiding aan het personeel. Was zwaarder dan ik dacht. Technische vragen zijn altijd de leukste, maar die worden jammer genoeg het minst gesteld. Zoals: hoe moet je direct op hardboard schilderen. Langzaam gaat de bruine kleur van hardboard min of meer overheersen. Half elf afgelopen.

Ben naar mijn atelier gegaan, want iemand van Galerie Espace kwam werk uitzoeken. Moest nog schilderijen en tekeningen signeren. Wat altijd langer duurt dan ik denk. Om 17 uur komt iemand van galerie Wansink uit Roermond, ze willen allemaal iets doen met mijn werk tijdens de expositie in Arnhem. Wat ik wel begrijp. Dus hangen er op dit moment schilderijen bij Espace, werk op papier bij Wansink en grafiek, houtdruk en litho bij Steendrukkerij Amsterdam. Houtdruk is trouwens op mijn lijf geschreven.

Woensdag 13 oktober

8 uur opgestaan vanwege Hollands Dagboek. Wat deed ik gisteren? De bel gaat. Annie, al 25 jaar onze hulp. Zijn we zeer op gesteld. Ze was ook op de opening.

13 uur. Bel. Leen van Weelden. Oh ja, afspraak. Leen is adviseur bij Flevodruk in Harderwijk. Daar wil men graag een expositie van mijn werk. Leen heeft de opening al helemaal in zijn hoofd: een interview van Cherry Duyns met mij, op een podium met twee stoelen en een tafel, door mij gemaakt. Cherry gaat mij dan doorzagen (ze komt uit een variété-familie).

We rijden naar Van der Valk, 1 kilometer van mijn atelier. Uitsmijter met meegebakken spek, heb namelijk last van cholesterol.

Krijg ineens de officiersorde. Dat vind ik toch wel wat