Het boek als spiegel

In de jeugdboeken van Karin Hilterman proberen allochtone meisjes zich te ontworstelen aan de cultuur van hun thuisland.

KARIN HILTERMAN is de juf geworden die ze vroeger zélf had willen hebben. Bevlogen. Idealistisch. Een juf die haar leerlingen serieus neemt en het lesboek als kapstok gebruikt voor haar eigen verwondering over wat er in de wereld gebeurt. Een juf ook die haar boeken in conceptvorm laat lezen door haar leerlingen. En hen de titels van haar boeken laat verzinnen. Want Karin Hilterman is niet alleen docente Nederlands op het Jacob Roeland College in Boxtel, ze is ook schrijfster van jeugdboeken.

Even is Karin Hilterman (1949) ontroerd als ze vertelt over haar leerlingen uit 3-gym van vorig jaar, die aan het einde van het schooljaar hun juf bedankten voor haar bijzondere lessen en verhalen. En vertelden dat ze zoveel bij haar hadden geleerd. ``Dat was heel bijzonder'', zegt Hilterman.

Het gesprek vindt plaats aan de eetkamertafel in haar huis in Den Bosch. Een oud huis, waarin ze naast één kamer boven (haar werkkamer) alleen de benedenverdieping bewoont, met – haast studentikoos – een bed in de woonkamer. De rest verhuurt ze. Hilterman moet zuinig aan doen, zegt ze zelf, omdat ze parttime werkt. En van het schrijven van boeken is ze tot nu toe ook niet rijk geworden. Niet dat ze dat zou willen, want als haar huis iets ontbeert is het luxe. Een bewuste keuze: ``Ik heb een hekel aan elektrische apparaten'', zegt ze, terwijl ze met een keteltje kokend water opgiet op het koffiefilter.

Hilterman vindt dat er te weinig aandacht is voor jongerenboeken. ``Het is juist voor deze groep van zeg twaalf tot zestien, zeventien jaar enorm belangrijk om te lezen. En wanneer gaan ze lezen? Als ze een boek vinden dat hen aanspreekt, een boek waarin ze zich herkennen.''

Hilterman probeert het gat dat ze ontwaart in boekenland te vullen met een speciaal soort jeugdboeken: boeken over allochtone jongeren (overwegend van Turkse komaf) die in botsing komen met de normen en waarden in hun cultuur. In `Eerwraak' (2001) is Dudu een slim hardwerkend meisje, dat haar wat dommige oudere broer Hassan weet te behoeden voor het wreken van de eer van hun inmiddels overleden zus Nur. In Meryem (2002) ontloopt de gelijknamige hoofdpersoon het traditionele toekomstperspectief van jong trouwen en kinderen krijgen door aan de Turkse Rivièra in een hotel te gaan werken. Haar meest recente boek `Zwarte Bergen' (2004) gaat over de Koerdisch-Turkse tiener Karmin die haar droom over een zelfstandig leven probeert te verwezenlijken door naar Nederland te vluchten. Ze komt in een asielzoekerscentrum terecht en slaat na een poosje opnieuw op de vlucht. Dan ontmoet ze haar Nederlandse evenknie, de 14-jarige Katja.

In de meeste van haar boeken zijn het dus de meisjes die zich proberen te ontworstelen aan de cultuur van hun thuisland. De jongens en mannen komen er over het algemeen wat minder genadig van af: ze mishandelen hun dochters, zussen en vrouwen en komen terecht in louche zaakjes. Slechts een enkeling vergaat het beter. Dat is een nogal eenzijdig beeld van het gezinsleven in de islamitische cultuur, maar volgens Hilterman wel waarheidsgetrouw. ``Turkse jongens worden thuis vaak verwend en voeren dus weinig uit, ook op school. De meisjes kunnen wel hard en gedisciplineerd werken, zij zouden meer mogelijkheden moeten krijgen.''

Hilterman, die ettelijke keren rondreisde in Turkije en op de Universiteit van Istanbul Turks leerde, voelt zich absoluut thuis in het land. Maar niet in de cultuur, althans niet in sommige aspecten ervan, zoals de roddel, de enorme sociale controle en de druk van de naaste familie. En dat laat ze in haar boeken zien. ``Ik wil jongeren, Nederlandse en allochtone, een spiegel voorhouden en aan het denken zetten. Het woord `waarom' is nogal beladen in de islamitische cultuur, heb ik gemerkt. Als je als vrouw vraagt waarom iets zo en zo geregeld is dan wordt er gegeneerd gereageerd. Maar dat `niye' (Turks voor `waarom') is zo belangrijk voor de ontwikkeling van je visie op de wereld en je eigen positie. Ik kom geregeld op scholen waar ik met allochtone leerlingen mijn boeken bespreek en ik merk soms dat meisjes zich niet goed raad weten met mijn boeken. Omdat ik, naar hun idee, hun vuile was buiten hang. Dat zijn meisjes die wel naar school gaan, maar in afwachting zijn om de trotse draagster van een sluier te worden. En ik ben fel aanhangster van de grootst mogelijke vrijheid voor iedereen, maar ik ben absoluut tegen de hoofddoek. Omdat dat veelal geen vrije keuze is, maar meer een politiek symbool. Ik heb zelf een tijd verplicht gesluierd rondgereisd in Iran en merkte dat ik al na een paar weken met heel andere ogen naar mijn eigen lichaam ging kijken. Ik ging me onrein voelen. Zodra meisjes een hoofddoek opdoen, doen ze als het ware hun venster op de wereld dicht. De hoofddoek beknelt hun verstand. Dan valt er niet meer met ze te discussiëren.''

En discussiëren is volgens Hilterman de enige weg naar emancipatie en integratie. ``Praten over wat je bezighoudt en waarom.'' Want zaken als eerwraak, maar ook die vermaledijde hoofddoek, staan volgens Hilterman diametraal tegenover de emancipatie van allochtone jongeren. ``Het gaat tegen alles in wat respect is. Respect voor mensen, respect voor vrouwen vooral. Dat moet anders wil het ooit wat worden met de multiculturele samenleving. Daarom hoop ik dat mijn boeken – die ook nog eens spannend zijn om te lezen – jongeren aanzetten tot nadenken om zo respect én begrip te krijgen voor elkaar en elkaars cultuur.''