Haven en politiek: vertrouwen is weg

Vertrouwen – daar draait het om in het meest recente onderzoeksrapport over de verdachte miljoenengaranties die de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam verstrekte aan wat in wezen een kansloze onderneming was. Havenbaas Willem Scholten heeft het vertrouwen geschonden door zijn bevoegdheden te overschrijden en zijn verantwoordelijkheden te buiten te gaan. De garantieverstrekkingen waren bedoeld voor (onderdelen van) de RDM-groep van Joep van den Nieuwenhuyzen, een omstreden ondernemer met de reputatie van oud ijzer goud te kunnen maken en omgekeerd. De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) is een gefailleerde scheepswerf die nu militaire voertuigen en onderzeeërs tracht te slijten, maar altijd zieltogend bleef. De Scholten-garanties belopen 183,5 miljoen euro, waarvan nog 107,2 miljoen openstaat; een eufemisme voor `daar kunnen we naar fluiten'.

In opdracht van de Rotterdamse gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders onderzocht oud-topambtenaar, voormalig burgemeester en CDA-senator Wolter Lemstra de garantie-affaire, die als een schokgolf door de Maasstad trok en ook ver daarbuiten haar sporen achterliet. Directeur Scholten, ooit gewaardeerd om zijn inzet voor de haven, moest opstappen nadat de banken hun zekerheden opeisten en de omvang van zijn financiële solotoer bekend werd. De verantwoordelijke wethouder kwam onder vuur te liggen, het hele systeem van checks and balances bij de gemeente en het havenbedrijf werd ter discussie gesteld en zelfs het nut en de noodzaak van verzelfstandiging van deze voormalige gemeentelijke instelling werden in twijfel getrokken.

Scholten handelde alleen en bracht eigenhandig de kwetsbare relatie tussen de lokale overheid en het zich daarvan losmakende havenbedrijf in onbalans. Had het voorkomen kunnen worden? Neen, zegt Lemstra met zoveel woorden, omdat de politiek erop moet kunnen vertrouwen dat een directeur niet stiekem zijn bevoegdheden te buiten gaat. Daarmee lijkt de belangrijkste politieke angel te zijn verwijderd. De teneur van het onderzoek is dat niemand verantwoordelijk is behalve Scholten. Met het vertrek van deze kwade genius en het opvolgen van een aantal nuttige aanbevelingen kunnen Rotterdam en het havenbedrijf overgaan tot de orde van de dag. Was dat maar het geval.

De kracht van Lemstra's onderzoek zit in het fileren van de besluitvorming en van de bestuurlijke verantwoordelijkheden en in het doorlichten van de verstrekte garanties. De zwakte zit in het apolitieke karakter ervan en in het doorgronden van persoonlijke relaties en dito belangen. Wat hadden Scholten en Van den Nieuwenhuyzen precies met elkaar en waarom is nooit in ernst geluisterd naar waarschuwingen dat het onverstandig was om met `Joep' in zee te gaan en dat zijn hele RDM-plannenmakerij niet deugde. En dat de aankoop van de oude cruiseboot `s.s. Rotterdam' – een drijvende asbestbak van onzinnig-nostalgische waarde – wel op een fiasco moest uitlopen.

Door ,,onjuiste, inadequate en niet tijdige informatievoorziening'' heeft het Rotterdamse stadsbestuur zijn verantwoordelijkheid niet kunnen waarmaken, aldus Lemstra c.s. Maar al handelde Scholten eigenmachtig, hij kon dat kennelijk doen omdat het hem wel erg makkelijk werd gemaakt. Opvattingen over politieke verantwoordelijkheid beginnen met scherpte voor signalen uit de samenleving. In en buiten het havenbedrijf bestond al langer onvrede over Scholtens functioneren en over zijn deals. Intern was er al jaren weerstand tegen de praktijken van de directeur, zo werd vandaag bekend. Een wethouder die die naam waard was geweest, had alerter gereageerd. Scholten heeft grenzen overschreden. Hij maakte de havenstad te schande door ondernemer en bankier te spelen en te falen in die rol. Politieke ja-knikkers zijn hem daarbij van dienst geweest. Ook dat is een vorm van vertrouwenschennis.