Geleerde missie

In Rome is de basis gelegd voor ons beeld van katholiek Nederland in de 18de en 19de eeuw.

TUSSEN PALM- EN pijnboom achter het chique Romeinse park Villa Borghese ligt een Hollandse academische enclave. Hier hebben in de afgelopen eeuw 3500 Nederlandse onderzoekers en studenten de geschiedenis, kunst en archeologie van Italië bestudeerd.

Deze week komt koningin Beatrix naar Rome voor het eeuwfeest van het onlangs tot de koninklijke status verheven Istitutum Neerlandicum. Zo vlak voor de feestelijkheden is het stil in het instituut. Op het balkon discussieert de bibliothecaresse met een strak in het pak gestoken Italiaanse cateraar over het soort slagroom dat de koningin prefereert.

Duizenden studenten maakten gebruik van de logeerkamers en de zeer prettige bibliotheek van het instituut. Ze schreven scripties, artikelen en dissertaties. Maar hier is ook de basis gelegd voor ons geschiedbeeld van het achttiende en negentiende eeuwse katholiek Nederland.

Het begon allemaal eind negentiende eeuw, zo schrijft wetenschappelijk directeur Hans Cools in de jubileumbundel die deze dagen uitkomt. Dat was de eeuw van het opkomend nationalisme. En met de groei van het nationalisme nam ook het belang van de geschiedwetenschap toe.

In Nederland woedde in die tijd een discussie over de vraag of Nederland zich als een protestantse natiestaat mocht beschouwen, terwijl 40 procent van de bevolking katholiek was. De toonaangevende liberale Leidse historicus P.J. Blok vond van niet. Hij zag Nederland als een verzuilde natie met verschillende `grondtonen' en volksdelen. En daarom moest het katholieke deel van de natie in staat worden gesteld haar eigen geschiedenis te reconstrueren. Niet vanuit katholiek perspectief, maar volgens de heersende wetenschappelijke maatstaven en aan de hand van originele bronnen.

De opening van de Vaticaanse archieven in 1880 door paus Leo de XIII bood een unieke kans om dit te realiseren. In die archieven bevond zich een uitzonderlijke hoeveelheid manuscripten die betrekking hadden op de Nederlandse katholieke geschiedenis. En zo verstrekte na jaren van onderhandelen de Nederlandse regering in 1904 een subsidie van 3500 gulden waarmee de katholieke historicus Gisbert Brom zich kon vestigen in Rome. Het Nederlands instituut was geboren, al zou het nog 29 jaar duren voordat het in een eigen pand aan de Via Omero zou worden gevestigd.

Vanaf 1900 was het mode dat een zichzelf respecterend land een wetenschappelijke missie in Rome opende, in de stad die werd beschouwd als de wieg van de westerse beschaving. Historici uit heel Europa stortten zich op de grootste berg oud papier op aarde om er kennis op te doen over de Romeinse, de katholieke, maar ook over hun nationale geschiedenis. Immers het Vaticaan had als supernationale macht met een fijnmazig diplomatiek netwerk de ontwikkelingen in alle landen nauwgezet gedocumenteerd en gearchiveerd. Inmiddels, zo meent directeur prof.dr. Marjan Schwegman van het Nederlands Instituut, is het idee dat Rome samen met Athene de bakermat vormt van de westerse beschaving wat gerelativeerd. ``In een globaliserende wereld kunnen we ons afvragen of er niet meer bakermatten van de wereldcultuur zijn''.

caravaggio

Vele generaties studenten klassieke archeologie hebben hier in Rome het vak in de praktijk geleerd, vertelt historicus Cools. De meeste van hen hebben op het instituut gelogeerd. Zo nu en dan hebben ze ook belangwekkende vondsten gedaan. Zo ontdekten Nederlandse archeologen in 1977 in Satricum ten zuiden van Rome een van de oudste Latijnse inscripties daterend uit de vijfde eeuw voor Christus. Kunsthistorici reconstrueerden hoe Nederlandse volgelingen van de schilder Caravaggio, de zogenaamde de Caravaggisten Gerard van Honthorst en Dirk van Baburen in Rome leefden.

Behalve een uitvalsplek voor onderzoekers is het instituut steeds meer een onderwijscentrum geworden. Studenten kunstgeschiedenis die thuis in de boeken alles over de barok hebben bestudeerd, komen naar Rome om in onderwijspractica de barok in de honderden kerken aan den lijve te beleven. De laatste jaren komen studenten voor steeds kortere periodes. Schwegman: ``Met de drukke curricula en het modulaire onderwijs kunnen ze zich niet meer permitteren om er een jaar op uit te trekken om scriptieonderzoek te doen.'' Maar voor wie tijd weet vrij te maken en zich enige tijd op het instituut vestigt, blijft een studiereis naar Rome een unieke vormende belevenis, zegt Schwegman die zelf ook als student op het instituut verbleef.