De krant antwoordt

Een redacteur of vaste medewerker mag zijn naam vermelden boven primeurs en grotere stukken zoals reportages, vraaggesprekken, achtergrondstukken, analyses, recensies en opinieartikelen. Kortere berichten, kadertjes, voortgangsberichten, uitlegstukjes en dergelijke verschijnen onder de vermeldingen `door een onzer redacteuren' of `door onze correspondent'. Bij persbureaukopij staat er niets boven een artikel, maar wel aan het einde: AFP of Reuters, altijd tussen haakjes.

Namen van tijdelijke medewerkers of stagiair(e)s bij de krant vermelden we in beginsel niet, tenzij er een goede reden voor is, zo luidt de hoofdregel. In de praktijk wordt die `goede reden' overigens gauw gevonden. Een goed stuk van een stagiair `verdient' een naamsvermelding, zeker nu een stagiair zelf meestal niet zoveel verdient.

Koppen boven artikelen worden door de eindredactie gemaakt, op basis van de lay-out van de pagina. Daarbij is de regel dat een kopregel de strekking van het artikel beknopt en direct moet samenvatten. Bij nieuwsberichten gaat het dan om een weergave van de belangrijkste feiten, liefst letterlijk ontleend aan de eerste alinea van het bericht. Bij reportages of achtergrondstukken is er meer vrijheid. Dan kan er tussen aanhalingstekens een citaat of in cursief letters een beeldende of interpreterende kopregel worden geschreven. Het Stijlboek zegt hier: `Koppen bevatten pakkende, compacte aanwijzingen over de aard en betekenis van nieuwsberichten, reportages, achtergrondverhalen en dergelijke, en geven bij voorkeur ook een indicatie over de aard van een artikel'. Een woord als `deportatie' is dus niet per definitie ongeschikt.

Bij ingezonden brieven luiden onze regels als volgt. ,,De redactie Opinie heeft het recht ingezonden brieven in te korten, maar de ingekorte versie dient recht te doen aan de inhoud van de brief. De krant mag brieven weigeren die te laat binnenkomen of geen nieuwe feiten bevatten. Zij mag ook briefschrijvers weren die geen zakelijke argumenten aandragen maar zich overgeven aan verdachtmakingen en vuilspuiterij. Bij gerede twijfel moet de krant verifiëren van wie een brief afkomstig is.'' Daarnaast is er nog een andere omstandigheid – we ontvangen veel meer brieven dan we aankunnen. Het is dus niet alleen kwestie van `mogen weigeren' maar ook van moeten selecteren. Dat doen we zo neutraal mogelijk. Een brievenrubriek gaat bij voorkeur in op meerdere artikelen uit de krant. Maar trekt een bepaald artikel heel veel brieven, dan worden er daarover ook relatief meer geplaatst. Er zijn nog andere praktijkregels. Zo worden er geen bijdragen opgenomen die elders reeds zijn aangeboden of die reageren op wat in andere media wordt gesteld. Open brieven weigeren we doorgaans, evenals gironummers, adressen, datums van bijeenkomsten enzovoorts, omdat die meestal niet direct ingaan op een stuk uit de krant.

De redactie doet zelf in beginsel niet mee aan de discussie in de brievenrubriek. Naschriften van de redactie moeten een hoge uitzondering blijven. De brievenrubriek moet niet als rectificatie-instrument worden gebruikt en ook niet zo worden opgevat. Daarvoor is de rubriek Correcties en aanvullingen.

Alles bij elkaar genomen is de redactie dus verantwoordelijk voor de bewerking die een ingezonden brief krijgt. Is er inderdaad een ,,slotconclusie geheel vervangen'', ik neem aan door iets anders, dan heeft de redactie daar een fout gemaakt. De redactie mag niet de inhoud van een brief veranderen. Maar of dat ook gebeurd is, kon ik in dit geval niet vaststellen.