De koeienvanger

Als er tweeduizend jaar geleden auto's hadden bestaan, zou Jezus er dan een hebben gehad, en zo ja, wat voor soort, welk merk had hij dan gekozen? Deze vraag, een jaar of drie geleden gesteld door een Amerikaanse televisiezender, heeft toen veel kijkers beziggehouden. Jezus was een menslievend man, begonnen als visser. Een bestelauto, dachten de meesten. Of een busje om Zijn werk met de apostelen goed te kunnen doen. Geen Cadillac, Lincoln of Lexus. En zeker geen SUV.

Dit soort auto, de Sports Utility Vehicle, was toen juist door een onderzoek in opspraak geraakt. Wie door een SUV wordt aangereden heeft minder kans het er heelhuids vanaf te brengen dan wie door een niet-SUV wordt geraakt, zei de wetenschap. De oorzaak lag in een combinatie van factoren. Sports wil zeggen dat je er krachtig mee voor de dag kunt komen; Vehicle wijst erop dat het ding kan rijden; in de Utility ligt de rechtvaardiging besloten. Nuttig rauzen. Een drie-eenheid op wielen. Onweerstaanbaar.

Ik schat dat de eerste SUV's een jaar of vijftien geleden op de weg zijn verschenen. Veredelde jeeps, van binnen comfortabeler en van buiten meer macho, hoger op de wielen en met bredere banden. Al de eerste SUV stelde de eigenaar in staat zich vervaarlijker aan de wereld te vertonen en toch lekker achter het stuur te blijven zitten terwijl hij zich nuttig maakte. Wat de meeste mensen willen.

Geen wonder dat er meer en meer SUV's zijn verschenen, terwijl door voortgaande vervolmaking de drie functies steeds beter tot hun recht zijn gekomen. Alle grote autofabrieken sprongen in het gat in de markt. De Europese en Japanse gingen meedoen. De jongste generatie staat nog hoger op de wielen, ziet er nog meer uit als een glanzende pantserwagen voor het luxe straatgevecht. Om dat tot een goed einde te brengen, heeft de SUV een bull bar, of koeienvanger, de geweldige bumper waarmee je stieren van de weg kunt duwen. Zit je achter het stuur van een niet-SUV, op gewone hoogte dus, en je ontmoet een van links komende SUV die geen voorrang geeft, dan heb je een redelijke kans dat je door de bull bar in milt en nieren wordt geraakt. De Amerikaanse statistiek toont aan dat dit vaak voorkomt.

Niettemin wordt op de televisie in Amerika veel reclame voor de SUV gemaakt. Uit de filmpjes blijkt dat de auto het best tot zijn recht komt in wilde, beboste streken waar ongetemde beekjes de primitieve karrensporen vrijwel onbegaanbaar maken. Voor de onverzettelijke SUV met aan het stuur zijn onverzettelijke eigenaar zijn al die hindernissen bij elkaar een kleinigheid. À raison van een recordaantal liters benzine wordt de wildernis overwonnen, waarna de chauffeur en zijn gelukkig gezin op het zelfgemaakte kampvuur de zelfgevangen vis gaan roosteren. Zo was het vóór elf september.

Toen kwam de oorlog in Afghanistan en daarna Irak. De verkoop van de SUV steeg. Opnieuw werd onderzoek gedaan. Een enquêteur had zich opgesteld bij de tolpoort van een snelweg, stelde vragen aan de SUV-rijders. Waarom rijdt u in deze benzineverslindende wagen? Meneer, zei er een, ik heb deze auto omdat ik me hierin een echte patriot voel. Met onze jongens aan het front! En hij reed verder, de veilige, geplaveide verte in. De vraag naar de SUV nam nog toe, en daarmee de kritiek, overal waar het ding op de openbare weg verscheen.

Nu wil GroenLinks, lees ik in deze krant, ,,de allergrootste terreinwagens van de weg laten halen en de rest zwaarder belasten. Dit type auto's moet verder niet te dicht in de buurt van scholen of in woonwijken komen.'' Dit gaat minister Peijs van Verkeer te ver. ,,Wel laat ze de mogelijkheid onderzoeken om de zogenoemde koeienvanger of bull bar aan de voorzijde te verbieden.'' Een mooie, typisch Nederlandse volzin. Verderop lezen we, dat ,,in Europees verband de koeienvanger vanaf 2007 op nieuwe auto's niet meer is toegestaan.'' We hebben dus nog twee jaar de kans om hier gidsland te zijn.

Door de auto leer je de eigenaar kennen. Dat weten we al heel lang. In de jaren vijftig (v.d.v.e.), toen de moderne welvaart uitbrak, werden in Amerika de auto's steeds langer en ook een beetje lager. In Amsterdam zie je een enkele keer, op een mooie zomermiddag, zo'n gevaarte rijden. Ik geloof dat het een Chrysler convertible is; zorgvuldig onderhouden, eindeloos gepoetst. De eigenaar, zo te zien een niet al te grote man van een jaar of zestig, kaal hoofd, sportief gekleed, heeft het dak opengedaan. Aan zijn gezicht is te zien, dat hij zijn trots zit te bedwingen. Elvis Presley reed in die tijd in een roze Cadillac. In Duitsland werd zo'n auto een Strassenkreuzer genoemd.

Ook tegen deze vervaarlijkheid kwam protest. Die dingen namen te veel parkeerruimte in beslag en ze zopen benzine. In Amerika verschenen de compact cars op de markt, auto's van een gewoon formaat naar Europese maatstaven. Verder kwam de Volkswagen Kever in de mode. Het is allemaal zo lang geleden dat je je zou moeten schamen om de mensen ermee lastig te vallen. Maar de geschiedenis gaat verder en herhaalt zich. Er breekt een nieuw tijdvak aan, met een nieuw type mens dat zich in een nieuw soort auto wil vertonen. Vandaar de SUV.

Waarom heeft de industrie deze vervaarlijkheid laten ontwerpen? Het ligt voor de hand, zeggen de psycho- en sociologen. Heimwee naar de primitieve rauwheid van de natuur, het avontuurlijk leven van de pioniers. Op de televisiereclame zie je, in overeenstemming met deze verklaring, de eigenaar het gebergte inrijden, bij een waterval zijn hengel uitgooien, en dan gebeurt er wat ik hierboven al beschreven heb. Dan is er de andere verklaring, die zegt dat de SUV veiliger is voor wie erin zit, en dat degene aan het stuur, met of zonder koeienvanger, heus wel voorzichtig rijdt. En ten slotte heb je de ervaringsdeskundige die een SUV ziet naderen, hoort hoe mooi de bassen uit de megawatt-installatie klinken, en dan misschien ook nog een blik kan werpen op de gelukkige eigenaar. Hij rijdt wat hij denkt. Wow man! Dat is leven! Ik zou er niet van opkijken als er nog een SUV-partij komt.