`Binnenpretje' kennen Duitsers niet

Volgende maand krijgt Waltraud Hüsmert voor haar vertalingen de Martinus Nijhoff Prijs. Gesprek met de vertaalster Nederlands- Duits. ,,Ik struikel vaak over het over het woord beeldvorming.''

,,Je moet alert zijn op verkeerde vrienden'', zegt de vertaalster. Falsche Freunde, weet Waltraud Hüsmert, behoren tot de grootste vijanden van elke vertaler die van een Nederlandse tekst een Duitse tekst wil maken. Falsche Freunde zijn woorden die in beide talen hetzelfde worden geschreven of hetzelfde klinken, maar een andere betekenis hebben. Verveloos is iets anders dan farblos. Een gevel is meestal geen Giebel. Sommige woorden betekenden vroeger weliswaar hetzelfde, maar inmiddels is één van beide talen de betekenis verschoven. Een Tafel is geen tafel meer, behalve als het een Festtafel is. (Een Tafel is een bord, geen bord voor op tafel, maar een schoolbord.)

Hüsmert vertelt enthousiast over het slinkse duo jovial/joviaal. Volgens Van Dale betekent joviaal ,,gulhartig, opgeruimd.'' Het Duitse jovial betekent ,,betont wohlwollend.'' In Duitsland kunnen alleen mannen jovial zijn; voor vrouwen wordt de term niet gebruikt. En je kunt alleen jovial zijn als je in een verhouding de sociale meerdere bent. Een ondergeschikte kan niet jovial zijn jegens zijn meerdere. Ook kunnen ondergeschikten onderling niet jovial zijn. ,,Het Duitse jovial heeft al bijna iets beledigends.''

Waltraud Hüsmert (53) zoekt dagelijks haar weg langs de valstrikken in het grensgebied tussen het Nederlands en het Duits. ,,Er zijn zoveel woorden die op elkaar lijken dat je er haarscherp naast kunt grijpen.'' En dan zijn er woorden die moeilijk te vertalen zijn: koesteren. Woorden waarvan de gevoelswaarde zich niet laat transporteren: Hongerwinter. En woorden waarvoor geen equivalent bestaat: binnenpretje. ,,En de laatste tijd struikel ik ook steeds over het woord beeldvorming.''

En dan hebben we het alleen nog maar over woorden. ,,Veel belangrijker is de zinsmelodie. Je kunt een zin letterlijk vertalen. Maar ook als hij dan grammaticaal klopt, hoeft het nog geen goede Duitse zin te zijn.'' De verwantschap van de talen zou de zaak eenvoudiger moeten maken, verzucht Hüsmert, maar maakt die juist moeilijker.

En het luistert nauw. Een Duitse vertaling van Hugo Claus' Het verdriet van België oogstte veel kritiek omdat het Vlaamse dialect grotendeels was geschrapt en door niets werd gecompenseerd. Willem Frederik Hermans was zó boos over de manier waarop zijn werk ooit in het Duits werd vertaald dat hij Duitse vertalingen in de ban deed. Jaren na zijn dood kon een Duitse uitgever de erven ervan overtuigen het nog eens te proberen. Met Hüsmert. Pas tijdens de presentatie van Die Dunkelkammer des Damokles verklapte de uitgeverij aan Hüsmert dat de vertaling eerst was voorgelegd aan een deskundige in Nederland: een eis van de erven.

In een bruin café in Kreuzberg spreken we over de valkuilen voor vertalers. Bij binnenkomst draait de gastvrouw de muziek extra hard, maar luide popmuziek past niet bij Hüsmert. Hardop reflecteren over haar werk is haar vreemd. Ze formuleert bedachtzaam. Ze is gewend om uren naar een woord te zoeken. In haar werkkamer in een oud huis niet ver van de roemruchte Chamissoplatz helpt ze Nederlandse schrijvers aan Duitse lezers. Dankzij haar versie van De donkere kamer brak Hermans alsnog door op de Duitse markt.

Volgende maand krijgt Waltraud Hüsmert voor haar vertalingen de Martinus Nijhoff Prijs. In het juryrapport wordt ze geprezen voor `haar indrukwekkende vermogen om de eigen toon van elk van haar schrijvers in het Duits over te brengen.' Haar vertalingen zijn `neutraal en creatief'. Ze vertaalde werk van Tessa de Loo, A.A. Alberts, Andreas Burnier, Maarten 't Hart, Tip Marugg en Mensje van Keulen. Hermans' De tranen der acacia's heeft ze net ingeleverd, een nieuwe vertaling van Het verdriet van België staat op stapel. Hoe ze het probleem met het dialect zal oplossen, weet ze nog niet. Een Duits dialect is in elk geval geen alternatief.

Hüsmert studeerde Nederlands in Berlijn en Leiden. Haar eerste klus was een vertaling van een Engels boek over de Mossad in het Nederlands voor uitgeverij Servire uit Katwijk, waar ze als student woonde. Later kwam de literatuur. Met vertaal-theorieën heeft ze niet veel op. Ze gaat pragmatisch en intuïtief te werk. ,,Een schrijver heeft toch ook geen theorie nodig?''

Een pagina vertalen kost doorgaans twee uur. Een enkele keer loopt ze vast. Soms gaat ze dan te rade bij de bron. Zo vroeg ze Thomas Rosenboom eens om uitleg over de indeling van een interieur en ontving per fax een tekening van de betreffende ruimte.

Voor vragen over Hermans wendde ze zich wel eens tot diens vriend Freddy de Vree. In Au Pair, ontdekte Hüsmert, heeft Hermans Nijhoff fout geciteerd: ,,Je bijna-jongensborst, je haar van goud'', waar Nijhoff dichtte: ,,mijn bijna-jongensborst, mijn haar van goud.'' Volgens De Vree paste de omkering in het spiegelspel dat kenmerkend is voor de roman en zo belandde Nijhoff `fout' in het Duits.

Hugo Claus laat een personage in een en dezelfde scène eerst ,,trappelen op Nikes'' en twee pagina's later op ,,dunne kalfsleren molières''. Wat kon daarmee bedoeld zijn? Claus antwoordde: ,,Criminele slordigheid – alsjeblieft verbeteren.''

Lastige passages ontaarden regelmatig in een intellectuele speurtocht. In Nooit meer slapen heeft Hermans het over ,,gele scherven van een schisteus gesteente''. Duitse geologen gebruiken de term schisteus niet. Hüsmert kon de term ook niet weg laten, want Hermans schreef: ,,De leek die niet weet wat dit is, moet het maar opzoeken of voor kennisgeving aannemen. Een van de oorzaken waardoor de meeste leesboeken altijd over dezelfde dingen handelen, is de bezorgdheid van de auteurs dat iedereen zal kunnen begrijpen waar het over gaat.'' Hüsmert nam contact op met het geologische instituut in Trondheim, waar een deel van de roman zich afspeelt. De plaatselijke geologen adviseerden haar de omschrijving ,,präkambrisches Sedimentgestein'', een term waar de Duitse leek in elk geval niets mee kan beginnen. In Trondheim kon men zich Hermans overigens nog herinneren.

Soms moet Hüsmert passen. Wat te doen met het jongetje in Hermans' Donkere Kamer dat zich afvraagt wat voor woud die Osewoudt eigenlijk is? Eén zin uit De tranen der acacia's laat haar nog steeds niet los, ook al ligt de vertaling bij de uitgever: ,,Een ogenblik was er een brug over het prikkeldraad geweest: twee lichtbundels waarop loodrecht vier pupillen staan.'' ,,Het is een raadselachtige zin'', zegt ze. Ze hoopt het geheim nog te ontraadselen, voordat ook deze Hüsmert in druk gaat.