Armoede is vaak tijdelijk probleem

Volgens de gangbare definitie die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) hanteren, telde Nederland in 2001 636.000 huishoudens met een inkomen beneden de `lage-inkomensgrens'. Deze grens is ooit gebaseerd op het bijstandsniveau, jaarlijks gecorrigeerd voor inflatie. Kortom, een kleine tien procent van alle huishoudens is `arm'.

Tot midden jaren negentig lag dat percentage nog rond de vijftien. De economische voorspoed aan het einde van de eeuw deed de werkloosheid sterk afnemen, en daarmee ook de armoede. Er kwamen in zeven jaar tijd 1,2 miljoen banen bij. Voor de meeste mensen is een baan de ontsnapping aan een leven in armoe. Working poor, zoals in de Verenigde Staten, zijn in Nederland zeldzaam.

Aan de andere kant hebben degenen die arm bleven minder geprofiteerd van de voorspoed dan degenen die niet arm bleven. Het gemiddelde inkomen van de Nederlandse huishoudens is tussen 1990 en 2001 gestegen met bijna 15 procent, gecorrigeerd voor inflatie. Wie een minimuminkomen had én jonger was dan 65 jaar zag zijn inkomen in deze periode daarentegen vrijwel niet stijgen. Bejaarden met een minimuminkomen konden de algemene inkomensontwikkeling gemiddeld wél bijhouden, althans bijna.

Armoede is meestal tijdelijk. Van de huishoudens die in 1999 als arm golden, was 35 procent dat een jaar later niet meer. Toch is er wel een hardnekkige kern van langdurig armen. Afhankelijk van hoe je meet, gaat het om 3 tot 5 procent van alle huishoudens die ten minste vier jaar achtereen in armoede verkeren. Kortom, zo'n 300.000 huishoudens leven langdurig in armoede. Naarmate iemand langer arm is, wordt de kans om daaraan te ontsnappen steeds kleiner.

In deze categorie zijn niet-westerse allochtonen oververtegenwoordigd, vooral Marokkanen. Van de Marokkaanse huishoudens behoorde in 2000 17 procent tot de langdurig armen. Overigens zijn in absolute aantallen verreweg de meeste langdurig armen van Hollandse komaf. Eenoudergezinnen zijn daarbinnen zwaar oververtegenwoordigd. Dit zijn bijna altijd huishoudens met een vrouwelijk hoofd (de bijstandsmoeders).

Armen wonen relatief vaak op een kluitje. Zulke concentraties zijn vooral te vinden in Groningen, Friesland en Drenthe, en in Rotterdam en Den Haag. De Haagse Schilderswijk kent in absolute aantallen de grootste concentratie armen. Internationaal gezien behoort Nederland tot de landen met relatief weinig armoede.

Op de meest gangbare schaal voor internationale vergelijkingen scoort Nederland zelfs het gunstigst van alle landen van de EU, en daarmee waarschijnlijk van de hele wereld.