Alles is bespreekbaar, behalve maatschappelijk onrecht

Bent u geboren vóór of na 1 januari 1950? Het verschil kan al snel oplopen tot ruim twee jaarsalarissen! Bent u geboren vóór 1950, dan mag u in veel organisaties met 62 jaar stoppen met werken en houdt u drie jaar lang 70 procent van uw jaarsalaris (totaal dus 2,1 jaarsalaris). De generatie na 1-1-1950 krijgt, als de voorstellen van kabinet en Tweede Kamer doorgaan, niets.

Ik ben 54 jaar, te jong dus. Van het kabinet mag ik nu zelf de komende zeven jaar sparen als ik toch met 62 jaar wil stoppen tegen die 70 procent. Voor die drie jaren moet ik de komende zeven jaar 30 procent van mijn maandsalaris zelf in een levensloopregeling stoppen! (zeven jaar 30 procent inleg geeft drie jaar 70 procent uitkering). Fiscaal wordt dit niet gestimuleerd en deels zelfs dubbel belast!

In het voorjaar waren de sociale partners en het kabinet bijna bij een andere oplossing. Iedereen doorwerken tot ongeveer 62,5 jaar. Op die manier zouden regelingen blijven bestaan en draagt iedereen in dezelfde mate bij aan de verhoging van de arbeidsproductiviteit. Stoppen na 40 dienstjaren lijkt eveneens een algemeen geaccepteerd uitgangspunt.

Gaandeweg raken steeds meer mensen overtuigd van de noodzaak om de kosten van de sociale voorzieningen vanwege de vergrijzing toekomstbestendig te maken. Maar elke ingrijpende maatregel vraagt om een zorgvuldige en liefst gefaseerde invoer. Maatregelen opgelegd door een betrouwbare (en liefs voorspelbare) overheid en uitgevoerd door een betrouwbaar pensioenfonds. Over het afschaffen van de fpu (of prepensioen) is voor de verkiezingen bij mijn weten nooit gecommuniceerd.

Bij het ABP zou ik volgens de bestaande regeling met doorwerken tot 63,5 jaar ongeveer 100 procent prepensioen houden. Zelfs een lager percentage zou voor mij nog bespreekbaar zijn (2 jaar 70 procent is tenslotte meer dan niets, het voorstel van het kabinet).

De afgelopen (en komende) jaren betaal ik zonder problemen mijn bijdrage aan de fpu van anderen (de 55+). Maar het wordt een maatschappelijk onrecht, als ik 30 procent van mijn salaris extra moet betalen om voor dezelfde pensioenrechten in aanmerking te mogen komen.

Mag ik hopen dat mijn vakbond dit onrecht gaat verrekenen met mijn werkgever? Mag ik hopen dat het verschil in premielasten door pensioenfondsen wordt geëgaliseerd? (De inleg in een levensloopregeling voor iemand van 25 zal aanmerkelijk lager kunnen zijn dan voor iemand van 55 die nog maar 7 jaar heeft om te sparen).

Als de solidariteit tussen werkenden en niet werkenden, tussen ouderen en jongeren, zonodig verbroken moet worden, laat dan in elk geval de premiedruk voor iedereen gelijk zijn om op dezelfde uitkomst uit te komen. Kabinet en Tweede Kamer, alles is bespreekbaar behalve onrecht!