Alleenheersers

In het veldrijden domineren de Belgische en in mindere mate de Nederlandse renners. Af en toe beweegt een Franse, Italiaanse of Tsjechische crosser zich het snelste door het zand of de modder voort. In de jaren tachtig ging de strijd tussen de Belg Roland Liboton en de Nederlander Hennie Stamsnijder. Hun duels trokken destijds tienduizenden toeschouwers. Ze waren eigenlijk gespeelde vijanden, om het publiek te vermaken, want niet vies van een vriendendienst. Liboton was de beste van de twee. Het natuurtalent – hij had een hekel aan trainen – won het recordaantal van 21 wedstrijden in de Superprestige. De crosser uit Rillaar in de provincie Brabant werd vijf keer wereldkampioen waarvan vier keer als beroepsrenner. Op het WK moest Liboton in (Belgisch) ploegverband opereren, wat de notoire solist slecht afging. De dwarsligger heeft niet veel wielervrienden overgehouden. Hij was ook een losbol die na een veldrit gerust twee dagen op stap ging om zijn overwinning te vieren. Liboton had ook een goede wegrenner kunnen zijn, getuige zijn verdienstelijke deelname aan de Tour zonder serieuze voorbereiding. In 1992 stopte hij op 39-jarige leeftijd. Hij werd caféhouder, wat door een gebrek aan discipine en zakelijk inzicht geen succes was. Hij smeet zijn geld over de balk. Hij wilde graag bondscoach worden, maar meer dan een functie als parcoursbouwer zat er niet in voor deze alleenheerser op de fiets.

Dit is de elfde aflevering in een serie over alleenheersers in de sport.