Vrolijk of schokkend

Een half jaar geleden zorgde de toekenning van Librisprijs voor ophef en vertier in de Nederlandse literatuur. De shortlist lag onder vuur omdat de beste romans van 2003 er niet opstonden. Het winnende boek (Een schitterend gebrek van Arthur Japin) was volgens critici een keuze uit armoede. Het juryrapport was al gedownload van het internet voordat de gasten aan het Libris-diner in het Amstel Hotel aan hun hoofdgerecht waren begonnen. En de juryleden werden beschuldigd van ijdelheid, vriendjespolitiek en onstelpbaar lekken. Daags na de chaotische uitreiking stond in deze krant de cartoon `FOKKE & SUKKE zitten in de jury', waarin een streng kijkende eend trots verklaarde: `Bij de Libresse-lectuurprijs wordt er nooit gelekt!'

De AKO Literatuurprijs 2004, die precies over een week wordt uitgereikt door een jury onder voorzitterschap van Paul Rosenmöller, heeft minder pennen in beweging gezet. Niet verwonderlijk, want er is betrekkelijk weinig aan te merken op de shortlist die twee maanden geleden werd bekendgemaakt. De asielzoeker van Arnon Grunberg (winnaar van de Bordewijkprijs) en Paravion van Hafid Bouazza (winnaar van de Gouden Uil) zijn niet gepasseerd; en ook de vier andere genomineerde boeken behoren volgens de literaire kritiek tot de hoogtepunten uit de periode juni 2003-juni 2004. De kritiek van AKO-watchers spitste zich dan ook toe op het feit dat de prijs dit jaar wordt uitgereikt in het programma RTL Boulevard, iets wat zelfs na de rampzalige ervaringen met Barend & Van Dorp in 2003 en 2002 wordt gezien als een bedreiging voor het literaire gehalte van het AKO-circus.

Slechts één van de zes boeken op de Libris-shortlist staat ook op de AKO-lijst, Bernlefs Buiten is het maandag; waarbij moet worden opgemerkt dat de Libris-genomineerden Arthur Japin en Tomas Lieske wel de AKO-longlist van 25 boeken haalden, en dat bijvoorbeeld Ter navolging van Kees 't Hart volgend jaar nog kan meedingen naar de Libris-prijs van 2005. De genomineerde bundel kunstkritieken Het wonder werkt van Pam Emmerik is een vreemde eend in de bijt, maar niet als je bedenkt dat de AKO-prijs er ook voor literaire non-fictie is (en dat vorig jaar de Multatuli-biografie van Dik van der Meulen werd bekroond). Meer omstreden is Het grote baggerboek van Ilja Leonard Pfeijffer, dat door een enkele recensent is verketterd wegens de overdosis seks, geweld en onwelvoeglijk taalgebruik, en dat in het juryrapport wordt aangeduid als `het vunzigste' van de Nederlandse literatuur.

Alle zes genomineerde boeken voor de AKO-prijs 2004 werden de afgelopen zestien maanden in de bijlage Boeken besproken; en allemaal positief. Het zuinigst met haar lof was Janet Luis in het geval van De asielzoeker, Arnon Grunbergs kroniek van een moeizame liefdesrelatie die vooral lijkt te berusten op een wederzijdse afspraak om geen illusies te koesteren omtrent elkaar en de wereld. `De aantrekkingskracht van de roman schuilt niet zozeer in het geheel,' schreef Luis op 13 juni 2003, `als wel in de verschillende onderdelen: in kleurrijke episodes, in losse zinnen en in soms snelle registerwisselingen.' Acht maanden later (op 27-02-04) was de recensente beduidend enthousiaster over Ter navolging van Kees 't Hart. Het verhaal van een neerlandicus die onderzoek doet naar het schrijversduo Betje Wolff en Aagje Deken werd door haar besproken als een `zeer vermakelijke en leerzame avonturenroman', waarin vrolijk wordt gehopt `van de achttiende naar de eenentwintigste eeuw en terug.'

Paravion, de derde roman van Hafid Bouazza, was volgens Arjen Fortuin (24-10-03) `toegankelijker dan zijn eerdere werk en daardoor op het eerste gezicht ook wat lichter'; de sprookjesachtige vertelling over een Noord-Afrikaans dorp dat leegloopt door emigratie was bovendien `de roman waarvan je al jaren hoopte dat Bouazza die zou schrijven.' Het wonder werkt van Pam Emmerik, medewerkster van het Cultureel Supplement van deze krant, kon op vergelijkbare lof rekenen. Kunstcriticus Gijsbert van der Wal beschreef Emmeriks `verhalen over kunst' als `doortimmerde stukken, scherp en intelligent', die zich onderscheiden door een lichtvoetige verteltrant. `Door haar uitgesproken betrokkenheid weet [Emmerik] te enthousiasmeren voor de kunst die er in haar ogen toe doet.'

De twee andere romans van de AKO-shortlist werden besproken door Elsbeth Etty, die net als radiomaker Johan de Haas (VRT Literair) en de critici Jos Borré (De Morgen), Judith Janssen (de Volkskrant) en Rob Schouten (Trouw) in de jury zit. In Bernlefs Buiten is het maandag, over een man die zijn plotseling verdwenen zoon gaat zoeken, prees ze de afgemeten stijl en de `subtiele spanning' (14-11-03). In Ilja Pfeijffers `met bloed en sperma geschreven ontboezemingen van een baggeraar' bewonderde ze de taal, die `het midden houdt tussen plat Deelderiaans Rotterdams en nog platter Haags.' Het grote baggerboek is volgens Etty `een woorddronken meesterwerkje' én een `humoristische psychologische roman' (26-03-04).

Als de recensenten van NRC Handelsblad het voor het zeggen hadden, gingen de vijftigduizend euro naar Bernlef, Bouazza of Pfeijffer. Wie het – eind augustus openbaar gemaakte – juryrapport bij de shortlist leest, komt tot een andere conclusie. De meeste superlatieven daarin zijn gereserveerd voor Grunbergs Asielzoeker (`een prachtige, schokkende roman') en 't Harts Ter navolging ('een schitterende roman').

Eerlijk gezegd zou het mij niet verbazen als de AKO Literatuurprijs 2004 werd toegekend aan Arnon Grunberg – een daad van gerechtigheid die een beetje goed zou maken dat De asielzoeker bij de Librisprijs niet eens mee mocht doen.