Voorkennis, met de wetenschap achteraf

Cees van der Hoeven staat weer volop in de schijnwerpers. Het is een plek waar de oud-topman van supermarktconcern Ahold zich lange tijd als een vis in het water voelde, maar die hij nu verfoeit. Het decor is niet meer het Zaanse hoofdkantoor, maar de rechtbank in Amsterdam.

Van der Hoeven en drie andere voormalige bestuurders van Ahold staan voor de rechter wegens het anderhalf jaar geleden aan het licht gekomen boekhoudschandaal. Bij Ahold is sinds 1998 stevig geknoeid met de cijfers om de geschapen verwachtingen richting aandeelhouders keer op keer waar te kunnen maken. De omzet is voor niet minder dan 40 miljard dollar opgepompt. De operationele winst is over die jaren met meer dan 3 miljard euro te hoog voorgesteld.

Het openbaar ministerie heeft Van der Hoeven aangeklaagd wegens valsheid in geschrifte, oplichting en betrokkenheid bij het publiceren van een onware jaarrekening en publieksmisleiding tijdens de uitgifte van nieuwe aandelen. Van der Hoeven probeerde de afgelopen dagen duidelijk te maken dat deze beschuldingen kant noch wal raken, en vroeg de rechter daarom – zonder succes – ontslag van beschuldigingen.

Opvallend is dat het openbaar ministerie Van der Hoeven en zijn voormalige mede-bestuurders niet heeft aangeklaagd wegens voorkennis. De oud-topman heeft in de periode waarin het boekhoudschandaal plaatsvond regelmatig opties op aandelen verzilverd. In oktober 2002 werd via gedeponeerde gegevens bij de Amerikaanse beursautoriteit SEC bekend dat Van der Hoeven in de jaren daarvoor ruim 200.000 opties had uitgeoefend voor een bedrag van ongeveer 6,5 miljoen euro. Op dat moment had hij ook nog eens 1 miljoen onuitgeoefende opties op de plank liggen.

Of en hoeveel opties Van der Hoeven na oktober 2002 nog heeft verzilverd is onduidelijk. De eventuele transacties, die bestuurders moeten aanmelden bij toezichthouder AFM, zijn niet meer op de website van AFM te vinden. Maar dat is gewoon onderdeel van het beleid, gaf de toezichthouder eerder aan. Op deze manier zijn de exacte ontvangsten van Van der Hoeven niet meer te traceren.

De waarde van de Ahold-opties hangt af van diens aandelenkoers, en die is enige jaren te hoog geweest. Althans, achteraf gezien. En Van der Hoeven heeft daarvan geprofiteerd. Zijn opties waren meer waard dan op grond van de werkelijke cijfers, die pas jaren later aan het licht zijn gekomen, het geval mocht zijn. Er bestaat de kans dat Van der Hoeven zijn opties verzilverde terwijl hij wist dat de cijfers niet in de haak waren. Een duidelijk geval van voorkennis, zo lijkt het.