Urbi et Orbi tussen de ruïnes

Het schrijversduo Monaldi en Sorti heeft weer curieuze feiten opgedoken uit eeuwenoude archieven. Met hun nieuwe historische thriller `Secretum' overtreffen ze zelfs de uitvinder van het genre, Umberto Eco.

Ergens in Rome heeft ooit de magische villa Het Schip gestaan. Het in de vorm van een oorlogsschip gebouwde huis, met de kanonnen veelzeggend op het Vaticaan gericht, was een spiegelpaleis dat volhing met wijze spreuken. Het speelt een hoofdrol in de net verschenen historische thriller Secretum. Er klinkt voortdurend muziek, en degene die musiceert, een Hollandse violist/componist genaamd Henrico Albicastro, spreekt orakeltaal, hij citeert uit Sebastian Brants Het Narrenschip en Erasmus' Lof der Zotheid en laat zo alle wijsheid in zijn tegendeel verkeren.

We zijn, kortom, terug in de wereld van Francesco Monaldi en Rita Sorti (M & S) – ze gingen als schatgravers en edelsmeden te werk –, die Het Schip portretteren als een zinnebeeld voor de onwaarschijnlijke gebeurtenissen die zich in de zomer van 1700 in Rome voltrokken. De nabijgelegen Villa Spada gebruiken ze als hogedrukpan van de Europese geschiedenis, zoals Herberg De Schildknaap in Imprimatur, hun eerste meesterwerk (zie kader).

Tussen de festiviteiten van een bruiloftsfeest door speelt zich een complot af rondom de opvolging van twee Europese vorsten. Dankzij de tuinknecht annex volièreschoonmaker, opgevoerd als ooggetuige, nemen de lezers daar stukje bij beetje kennis van. Die knecht is dezelfde naïeve en anonieme ik-verteller als in Imprimatur, dat zeventien jaar eerder speelt. Een andere oude bekende is diens medespeurder, de bejaarde maar nog zeer levenslustige nicht Atto Melani, die aan listigheid en inventiviteit niets heeft ingeboet. Deze wereldwijze abt liet in werkelijkheid een van de omvangrijkste verzamelingen persoonlijke documenten uit zijn tijd na. Maar M & S hadden uiteraard behoefte aan een persoonlijk referendaris die met `shock and awe' zijn belevenissen in het gezelschap van deze excentrieke held navertelt. Tussen abt en tuinknecht bestaat derhalve de klassieke literaire meester-leerlingverhouding van Sherlock Holmes en dokter Watson, van Laarmans en Boorman, en om eens een evident groot voorbeeld van M & S erbij te halen: van Adso en William van Baskerville uit De Naam van de Roos.

Achtervolgingen, leugens en bedrog, schietpartijen, bedwelming en ondoorzichtige complotten, geheimzinnige gesprekken, verloren documenten, duistere types, geweld en bedreigingen, alles wat je zo'n beetje in een thriller kunt verwachten (althans in eentje die in het jaar 1700 speelt), is terug te vinden in Secretum. Het is in die zin een keurige, zij het een wat trage thriller, hoewel dat thrillerelement in feite bijzaak, vorm, is. Ook de historische onthullingen die nog sterker fascineren dankzij de onbedoelde aanbeveling van het Vaticaan (zie kader) vormen niet meer dan een aanleiding om het boek te lezen. En hetzelfde geldt voor al die feitjes en voor de knappe plotconstructie, de levendige personages met hun hebbelijkheden en de humor die M & S onder meer in smakelijke pastiches en onverwachte knipogen (ver)stoppen.

Nee, de grootste kwaliteit, de reden waarom Monaldi en Sorti zeer grote auteurs zijn – ze laten de uitvinder van het genre Umberto Eco ver achter zich – is hun bloemrijke en zeer fraaie schrijfstijl. Ze hebben een onuitputtelijk reservoir van grammaticale constructies, waarin alle historisch verantwoorde feitjes, stofnamen, gewassen, kledingstukken, gerechten, enzovoort een smakelijke plek en een juiste toets krijgen. En vertaler Jan van der Haar weet voor al die termen een verrukkelijk Nederlands equivalent te vinden. Hij construeert zinnen die vele regels beslaan zonder ooit uit de bocht te vliegen of onduidelijk te worden. Kennelijk weten M & S dat ook, want ze hebben hem als `macroscoopmaker', een maker van verrekijkers, een plekje in hun boek gegeven.

Het enige, echt het enige dat je Monaldi en Sorti zou kunnen verwijten, is dat ze in al die pracht en bloemrijkheid geen maat weten te houden. Dacht je bij Imprimatur soms dat er geen geneeskrachtig kruid plus de bijwerking daarvan ongenoemd mocht blijven, ditmaal gaat er niemand aan tafel zonder dat alle gerechten worden genoemd, liefst inclusief ingrediënten en bereidingswijze.

Ergens tegen het einde van de vertelling wordt een bijeenkomst van bedelaars van de stad geënsceneerd. Deze `cerretanen', zoals ze worden genoemd, zijn tuig van de richel, maar allerminst armoedzaaiers. Het zijn veeleer goed verdienende luilakken met een arsenaal aan trucs. De georganiseerde onderwereld spreekt een eigen dieventaal die zo zijn eigen regels en afspraken hanteert. Tijdens hun officiële vergadering houdt hun oratorisch begaafde `Grote Baas' een toespraak vol formules en overtuigingen. Even besef je dat je als door een lachspiegel leest en zo het Urbi et Orbi hoort galmen tussen de ruïnes. En dan snap je ineens dat M & S voor de clerus onverdraaglijk briljant en leuk zijn.

Monaldi & Sorti: Secretum. Uit het Italiaans vertaald door Jan van der Haar. De Bezige Bij/Cargo, 765 blz. €25,–