Tjitske Jansen

Eind dit jaar wordt de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands georganiseerd. Het Cultureel Supplement publiceert wekelijks een gedicht om de gedachten te bepalen.

Voor zijn verjaardag

Ik weet de kleur waar hij het liefst op loopt

Ik weet de kleur die hij bij voorkeur draagt

Maar lopen is niet hetzelfde als slapen

en dragen niet hetzelfde als wakker worden.

Ik heb hem dus gevraagd: in welke kleur wil jij het liefste

slapen, in welke kleur wil jij het liefste wakker worden

In de kleur van jouw ogen zei hij, in de kleur van jouw huid.

Ik heb er niet naar gezocht. Ik wist ook zonder zoeken wel

dat er geen winkel bestaat die dekbedovertrekken verkoopt

in die kleuren. Er zit niets anders op. Ik moet voor altijd

bij hem slapen.

Uit: Tjitske Jansen, Het moest maar eens gaan sneeuwen (uitg. Podium, 2003)

De Nacht van de Poëzie, De Wintertuin, Lowlands, de Amsterdamse Museumnacht – geen enkel zichzelf respecterend festival was het afgelopen jaar compleet zonder podiumdichteres Tjitske Jansen (1971), die pas een jaar geleden (op papier) debuteerde met de vijf keer herdrukte bundel `Het moest maar eens gaan sneeuwen'. Poëziecriticus Ilja Leonard Pfeijffer omschreef Jansens debuut, dat onder meer opvalt door de grote hoeveelheid verwijzingen naar sprookjes, als `een verfrissende, interessante bundel'; kleinkunstkenner Jacques Klöters als `eenvoud met diepe kelders eronder'. Meer informatie op www.kb.nl/dichters