Strafschilderingen voor de politiek

Het schilderij lijkt precies op maat geschilderd voor de galerieruimte van De Praktijk. Met afmetingen van ruim drie bij vijf meter zit het doek geklemd tussen vloer en plafond. Afstand nemen is onmogelijk. Met je rug tegen de muur kijk je naar zeven levensgrote mannen die in een uitgebrande schuur op de grond knielen, hun handen lijdzaam in de nek gevouwen. Achter hen is een landschap met zonovergoten heuvels te zien. De voorstelling heet Srebrenica I.

Een strafschilderij wilde Ronald Ophuis (1968) maken, zo schrijft hij op de uitnodiging voor zijn tentoonstelling Threnody (klaagzang). Een strafschilderij voor de politiek, de Nederlandse militaire top en de V.N., die niet konden voorkomen dat in 1995 ruim zevenduizend mannen de dood vonden in moslim-enclave Srebrenica. ,,Een monument van schaamte en onvermogen'', noemt Ophuis het schilderij. ,,Een werk dat verontwaardiging, woede, verdriet oproept.''

Niet eerder liet Ophuis, die Srebrenica vorige zomer bezocht en er met overlevenden sprak, zijn ongenoegen en zijn persoonlijke betrokkenheid zo duidelijk blijken als op deze tentoonstelling. Tegenover het grote doek hangt een serie kleinere schetsen en voorstudies waarin de kunstenaar haast de rol van verslaggever aanneemt. Doorwerkte portretten van Serven, Kroaten en Bosniërs met gekwelde blikken gaan vergezeld van emotionele commentaren. Bij een deels met olieverf beschilderde fotocollage van een man en een vrouw die naar een grasveldje staren, staat vermeld: ,,The place where they shot my father.''

Het is duidelijk dat Ophuis inspeelt op ons gevoel. Dat heeft hij altijd gedaan, ook met zijn afschuwwekkende voorstellingen van verkrachtingen in concentratiekampen, misbruik van peuters, miskramen en martelingen. Maar waar Ophuis in deze vroegere werken de kijker bij de kladden greep door een overdosis aan schokeffecten – de vele bloederige en onsmakelijke details hebben in de loop der jaren menig museumbezoeker op de kast gejaagd – heeft hij nu zelfcensuur toegepast. Hij schilderde niet de executie zelf, maar koos voor het moment dat eraan voorafging. De horrorbeelden krijgen we niet te zien, en dat komt het werk alleen maar ten goede.

Wat wel onveranderd bleef, is de vunzige manier van schilderen. Als Ophuis een douchecel afbeeldt, zie je de kalkaanslag zitten. Schildert hij een kleedkamer dan zit er stront aan de muren. Op Srebenica I hebben de protagonisten, die zoals altijd een beetje houterig zijn neergezet, ongeschoren, pokdalige gezichten. Hun kleding is kreukelig en morsig en grauw. Het is alsof je het angstzweet van de mensen door de verflaag heen kunt ruiken.

Threnody, schilderijen en tekeningen van Ronald Ophuis. T/m 10 nov in De Praktijk, Lauriergracht 96, Amsterdam. Di t/m za 13-18u. Inl: 020-4221727, www.depraktijk.nl