Oud-Haagse politiek

Zelden dienen fracties in de Tweede Kamer een motie van wantrouwen in tegen een bewindspersoon. Vannacht overkwam het dan toch minister De Geus (CDA). PvdA-leider Bos zegde, gesteund door zijn collega's Halsema (GroenLinks) en Marijnissen (SP), expliciet het vertrouwen op in de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat de grootste oppositiepartij dit initiatief nam, is veelzeggend. Meestal redeneren de sociaal-democraten dat het contraproductief is een dergelijke motie in te dienen als op voorhand vaststaat dat deze niet de steun zal krijgen van een Kamermeerderheid. Ook gisteravond gebeurde dat niet en dus overleefde De Geus de motie met gemak. Niettemin is het voor een bewindspersoon een niet mis te verstaan signaal als hij niet langer het vertrouwen heeft van 58 leden van de Tweede Kamer. In de plenaire zaal van het parlement hing vannacht dan ook de geur van aangeschoten wild.

De aanleiding voor de motie was indirect. Volgens de linkse oppositiepartijen had de minister onvoldoende afstand genomen van de afspraak van de coalitiefracties om het minimumloon te verlagen voor de groep van laagopgeleide werklozen die jarenlang in de bijstand zitten. De Geus werd kortom niet afgerekend op zijn eigen beleid en daardoor was de motie nogal geconstrueerd.

Op zich is het voorstel van de coalitie om de kloof tussen de bijstandsuitkering en het wettelijk minimumloon voor de groep van alleenstaande bijstandsgerechtigden te overbruggen, niet onzinnig. Door het minumumloon voor deze groep tijdelijk te verlagen, wordt het aantrekkelijker voor werkgevers hen in dienst te nemen. Het is al eerder gesignaleerd dat het relatief hoge niveau van het minimumloon in combinatie met het nog veel hogere niveau van de laagste CAO-schalen in de praktijk vaak functioneert als een `armoedeval'. Het is een oude liberale wens om daar iets te doen. Deze week week kreeg de VVD min of meer bij toeval het CDA zover dat het hier eindelijk mee instemde. Het ging om een ouderwetse uitruil, compleet met beraad in `achterkamertjes', waarbij de VVD de verlaging van het minimumloon kreeg en het CDA de huisarts buiten de no-claimregeling in de ziektekostenverzekering mocht houden die minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) wil invoeren.

De oppositie, onder aanvoering van Bos, had echter gelijk dat de timing van de coalitie moeilijk slechter kon. De verhoudingen tussen kabinet en sociale partners staan reeds onder zware druk getuige ook de politieke staking die gisteren het spoorwegverkeer lamlegde. En hoewel er goede argumenten zijn voor het `activerende arbeidsmarktbeleid' van de coalitie, heeft het `morrelen aan het minimumloon' een zware emotionele lading, vergelijkbaar met bijvoorbeeld het praten over aanpassingen van de oudedagsvoorziening, zoals het CDA bij de verkiezingsnederlaag van 1994 ervoer. De kans dat De Geus volgens de wens van de coalitie gaat sleutelen aan het minumumloon is dan ook zeer gering. Ook valt niet te verwachten dat de CDA-fractie veel moeite zal doen hem daartoe te bewegen: de christen-democraten hebben immers hún deel van de ruil al binnen.

Het saldo van een week oud-Haagse politiek levert geen fraai beeld op. De coalitie lijkt opgesloten in een ongezonde vorm van group think met te weinig oor voor de samenleving. De oppositie heeft een `emotiemotie' ingediend die juist vooral voor buitenparlementair gebruik was bedoeld. De polarisatie tussen politiek en polder is hierdoor alleen verder toegenomen, en daar is niemand bij gebaat.