Mona Lisa met kamelenkop

Een industrieterrein in Shanghai is de broedplaats van de moderne kunst in China. Succesvolle kunstenaars tasten hier de grenzen af. ,,Vijf jaar geleden was men nog bang voor de donkere krachten van nieuwe kunst.''

Wie het atelier van Zhou Tiehai – Moganshan Lu 50, gebouw 6, vierde verdieping – binnenstapt, wordt verwelkomd door een stralend portret van Mao. Een doek van twee bij drie meter, in de gloriërende stijl die we van het communisme kennen.

De bezoeker die zijn wenkbrauwen ophaalt – Mao in Moganshan Lu? – krijgt een bijna terloops antwoord: ,,Een kopie van het portret van Mao aan het Tiananmenplein in Peking. Iedereen kent 't.'' Maar waarom? ,,Wel'', zegt Zhou Tiehai ineens bedachtzaam, ,,omdat ik nu over Mao begin na te denken.''

Aan de Moganshan Lu in Shanghai lijkt alles mogelijk. Hier, op nummer 50, ligt een wat verwaarloosd, morsig fabrieksterrein, waar zich galeries, ateliers, design- en fotostudios hebben gevestigd onder en boven de drukkerijtjes, textielwerkplaatsen, verf- en knopenfabriekjes. Dit is het kloppend hart van de hedendaagse kunst in Shanghai, gelegen aan Suzhou Creek, de rivier waarlangs een eeuw geleden de buitenlandse ondernemingen hun graanpakhuizen, brouwerijen, meel- en katoenfabrieken bouwden.

50 Moganshan Lu werd twee jaar geleden het alternatief voor 1131 West Suzhou Lu, het eerste gebouw in de stad dat een hedendaags, onofficieel kunstcentrum werd. In het oud-industriële pand, een Brits koloniaal graanpakhuis, begonnen twee gedreven kunstliefhebbers, de Zwitser Lorenz Helbling en de Chinees Li Liang, in de zomer van 2000 hun kunstcentra Shanghart Warehouse en Eastlink. Zhou Tiehai installeerde er een ruim atelier, andere kunstenaars volgden. In het pakhuis werd de hedendaagse kunst van Shanghai, die zich ondergronds aan het ontwikkelen was, plotseling zichtbaar. Maar in mei 2002 was het gedaan, het gebouw moest plaatsmaken voor de meedogenloze vernieuwingsdrang van het stadsbestuur en werd, na heftig protest, gesloopt. Onder de naam Shengli Macao Gardens verrees een serie glanzende woontorens.

Op drie minuten loopafstand begon de Shanghaise avant-garde met evenveel enthousiasme opnieuw. Het fabrieksterrein van Moganshan Lu is een doolhof van creatieve bedrijvigheid, waar de dreun van stans- en drukmachines naadloos overvloeit in het geblèr van video-installaties. Boven alles uit klinkt de toon van Shanghai, waar overal en altijd gebouwd wordt: gegil en gedreun van drilboren, elektrische zagen, hamers en beitels.

Mao

In zijn atelier oogt Zhou Tiehai (38), met golvend achterovergekamd zwart haar, vermoeid. ,,Iedereen heeft een mening over Mao, goed of slecht'', zegt hij. ,,Maar niemand praat over hem. In China vergeten we snel. Wat is er met ons gebeurd? De economie boomt, maar met de boeren op het platteland gaat het slecht. Shanghai ontwikkelt zich snel, maar de kwaliteit van het leven, van de lucht, van het voedsel is laag.''

De curatoren van de Biennale van Shanghai, die nu gehouden wordt, kregen geen kans het gloednieuwe Mao-portret te bekijken. Enkele weken voor de opening werd het verkocht aan de Duitse autofabrikant Porsche. Zhou had een vertoning bij de Biennale ook niet verstandig gevonden: ,,Mao hangt overal. Maar Mao in een museum, op een plek met moderne kunst, dat zouden de Chinese autoriteiten verdacht vinden.''

De snelle verkoop van het portret maakt duidelijk hoe goed het de kunstenaar zakelijk gaat. Zhou Tiehai is al een tijd bekend in het internationale kunstcircuit. Zijn werk was te zien op de Biennale van Venetië (1999), op belangrijke (Chinese) groepstentoonstellingen als Alors la Chine? in het Centre Pompidou in Parijs (2003) en The American Effect in het Whitney Museum in New York (2003). Hij had solotentoonstellingen in Rotterdam (De Kunsthal, 1998), Tokio (2000) en Milaan (2003), en doet het uitstekend bij Europese verzamelaars.

In 1995 trok hij aandacht met fake-covers van (kunst)tijdschriften als Time, Newsweek, Flash Art en Frieze. Hij plaatste foto's van zichzelf en zijn werk op het omslag met slogans als `Washington here I come!'. Zhou: ,,Ik realiseerde me dat je als Chinese kunstenaar pas succes hebt als je in het westen op een lijst staat'', zegt hij. ,,Als je aandacht krijgt in de pers, word je geselecteerd en kom je op de lijst.'' Met zijn fake-covers wilde hij dat mechanisme aan de kaak stellen, maar al spoedig bleek hij zelf op `de lijst' te staan: buitenlandse tentoonstellingsmakers begonnen hem te bellen.

De laatste paar jaar staat Zhou Tiehai vooral bekend om zijn Joe Camel-project. Hij kopieert klassieke Europese schilderijen – Mona Lisa, Goethe in Italië maar geeft de personages het hoofd van Joe Camel, de menselijke kameel die figureert in Amerikaanse reclames van het bekende sigarettenmerk dat ook in China gerookt wordt. ,,Ik zaai graag verwarring in Chinese en westerse manieren van kijken'', vertelt hij. ,,Klassieke westerse schilderijen worden in China gezien als het summum van Europese cultuur, maar de kameel is natuurlijk een bekende karikatuur voor de vreemdeling met de grote neus.''

In zijn atelier wordt druk gewerkt aan een nieuwe serie Joe Camels – Zhou Tiehai schildert al jaren niet meer zelf. Als een Shanghaise Warhol runt hij een kleine `art factory' met vijf assistenten. ,,Zij zijn veel betere schilders dan ik'', glimlacht hij. ,,Ze hebben jaren gewerkt voor een fotostudio, waar ze prachtige decors voor bruidsfoto's maakten.''

Zhou Tiehai is een bezield promotor van het werk van bevriende Shanghaise collega's, zoals Shi Yong, Yang Zhenzhong en Xu Xhen. In tegenstelling tot de anderen spreekt hij niet alleen behoorlijk Engels, maar weet hun werk ook te vertalen naar de (buitenlandse) media. Samen hebben ze een uitstekende vertegenwoordiger aan Lorenz Helbling, die in 1999 de eerste galerie voor hedendaagse kunst opende, ShanghArt, in het centrale Fuxing Park.

,,Het was de eerste galerie in Shanghai met witte muren in een vierkant'', zegt Helbling. ,,Chinezen dachten dat ik gek was.'' Helbling, een kunsthistoricus uit Bazel, kwam in 1995 naar Shanghai met het toen nog revolutionaire idee exposities te maken met hedendaagse Chinese kunst. ,,Er waren alleen staatsmusea en galeries van kunstacademies, waar ze traditionele kunst maakten. Alleen ondergronds, bij iemand thuis of in een afgehuurde opslagruimte, zag je nieuwe dingen.''

ShanghArt draait volledig op de verkoop van werk aan Europese, Amerikaanse en – sinds kort – Aziatische kopers uit Singapore en Hongkong. ,,Enthousiaste klanten steunen ons door te blijven kopen'', zegt Helbling. ,,Er is hier verder geen subsidie- of sponsorsysteem.''

Luide klappen

In 2000 opende hij ShanghArt Warehouse in het graanpakhuis aan West Suzhou Lu, en verplaatste de galerie twee jaar geleden naar Moganshan Lu. De voormalige pottenbakkerij staat tjokvol werk van Shanghaise kunstenaars die inmiddels, dankzij Helbling, internationaal op de kaart staan: van Zhou Tiehai een Joe Camel-doek, van Yang Zhenzhong kapotte, opengewerkte massagestoelen die op martelwerktuigen lijken; van Shi Yong een video met graaiende handen die steeds sneller graaien, toepasselijk voor het snelconsumerende Shanghai; van Xu Zhen de video Rainbow (in 2001 getoond op de Biennale van Venetië): je ziet een naakte rug steeds roder worden, hoort luide klappen, maar ziet de hand die slaat niet.

Het drietal zou in het straatbeeld van Shanghai niet opvallen, maar Shi Yong, Xu Zhen en Yang Zhenzhong zijn zelfbewuste Chinese kunstenaars die graag mogen provoceren. Kettingrokend zitten ze in het Warehouse rond de tafel, mobieltjes binnen handbereik.

,,Hoe vaker ik in het westen kom, hoe meer ik China ga waarderen'', zegt Xu Zhen (27), uitdagend. ,,Er is meer censuur dan hier.'' Hij vertelt over zijn videowerk Throwing a cat dat van een tentoonstelling in Italië werd verwijderd na protesten van bezoekers. In de video slaat hij een dode kat tegen de vloer en herhaalt die handeling tot er een bloederige massa overblijft.

,,In het westen pretenderen ze dat ze geen restricties hebben'', zegt Xu, met zijn brede mond in een grijns, ,,maar een dood dier mag je niet laten zien. In China zijn wel algemene beperkingen – geen politiek of seks – maar de grenzen zijn vaag en je hebt veel minder morele restricties.''

Zijn bewijs voor deze stelling: de ambtenaar van het Shanghaise cultuurbureau die naar de kat-video kwam kijken, kon er niks aanstootgevends aan ontdekken. ,,Er zijn hier gewoon nog geen normen voor nieuwe kunst'', voegt Xu er aan toe, ,,alle niet-traditionele kunst is totaal vreemd. Pas een half jaar geleden hadden we in Shanghai de eerste tentoonstelling van videokunst in een officieel museum.''

Kunst-aan-huis

China prikkelt voortdurend tot uitdagingen, vinden de drie. ,,Westerse tentoonstellingen zijn vaak rigide'', zegt Yang Zhenzhong (36). ,,Alles is geregeld, van de inrichting van de ruimte tot interviews met de pers. In Shanghai is alles nog in ontwikkeling. Als niemand ons uitnodigt voor een tentoonstelling, dan zoeken we een leeg appartement of een opslagruimte en maken die zelf.''

,,Of we brengen de kunst naar de mensen'', zegt Xu Zhen, die met Yang net een kunst-aan-huis-project is begonnen: wie het nummer van een Shanghaise koerier belt, krijgt een koffer met kunst thuisbezorgd. De koerier verschijnt op zijn scooter, trekt als een goochelaar de koffer open, toont foto's, papieren, touw, een megafoon, een flesje met pillen en meer van dergelijke dingen en geeft er uitleg bij. Op het eind haalt hij een pistool tevoorschijn, houdt het tegen zijn hoofd en haalt de trekker over: een nepstraal bloed druipt langs zijn gezicht.

Het trio heeft in de Shanghaise kunstscene een naam hoog te houden. In 1999 maakten ze de roemruchte tentoonstelling Art for Sale, georganiseerd in een groot warenhuis op Huai Hai Lu, Shanghais bekendste trendy winkelstraat. Op de als een supermarkt ingerichte expositie kon de bezoeker zijn kunstboodschappen doen: een miniatuurbeeldje van de Nieuwe Chinees (geblondeerde lokken, Mao-jasje en aktetas) van Shi Yong bijvoorbeeld, of Intellectuele Hersenen in weckpotten van Zhu Yu. Voor het eerst in Shanghai waren er installaties en performances te zien; zo scharrelden er een paar varkentjes rond gehuld in juwelen.

Het Shanghaise stadsbestuur was zo in de war van de kakafonie aan nieuwe, nog nooit vertoonde kunstuitingen, gebracht als koopwaar, dat het toch nog drie dagen duurde voordat ze ingreep en de zaak dichtgooide. Officiële verklaring: ze hadden geen vergunning om een supermarkt te openen.

De drie kunstenaars kijken er met enige weemoed op terug. ,,Het lijkt iets van een ver verleden'', zegt Shi Yong (39), met sprieten geblondeerd haar. ,,De regering is veel liberaler geworden. Vijf jaar geleden was men nog bang voor de donkere krachten van nieuwe kunst. Nu is men gewend aan vreemde dingen. Een tentoonstelling zal niet meer zo snel gesloten worden.''

Integendeel, het lijkt erop dat hedendaagse kunst wordt omhelsd als een nieuwe vorm van marketing van Shanghai. Dat deert de kunstenaars niet in het minst. Ze zien reikhalzend uit naar een florerend kunstklimaat in China en houden graag rekening met politieke gevoeligheden. ,,Niet alles kan, maar we mogen steeds meer'', zegt Shi Yong opgetogen. ,,We willen het liefst in China exposeren. We willen door het publiek in China gewaardeerd worden. Je werk laten zien in het westen kan geen kwaad, maar het gaat ons niet echt aan het hart.''