Knappe ruiters en geduchte krijgers

In de afgelopen vijftig jaar is Nijmegen maar liefst 150 jaar ouder geworden. Terwijl in 1955 nog het 1850-jarig bestaan van de stad werd gevierd, zal in 2005 worden stilgestaan bij het 2000-jarig jubileum. In de tussenliggende periode zijn archeologische vondsten gedaan die erop wijzen dat de stad ouder is dan werd aangenomen, zodat nu een, wel erg optimistische, inhaalslag wordt gemaakt. Stadsrechten werden Noviomagus verleend door keizer Trajanus in het jaar 105, maar de nederzetting moet al omstreeks het begin van de jaartelling hebben bestaan. In of vlakbij Nijmegen lag `Oppidum Batavorum', de stad der Bataven.

Als de tentoonstelling die nu in Museum Het Valkhof wordt gehouden, beschouwd mag worden als opmaat naar de aankomende feestelijkheden, dan is de themakeuze dus toepasselijk. Terwijl doorgaans de eerbiedwaardige Romeinse wortels van `de oudste stad van Nederland' worden benadrukt, staat nu de Germaanse stam centraal die destijds een groot deel van het Midden-Nederlandse rivierengebied bewoonden. Tussen 50 en 20 v Chr zullen de Bataven uit het Duitse Hessen naar Nederland zijn gereisd.

De expositie vertelt, aan de hand van bodemvondsten en reconstructies, op heldere wijze de lotgevallen van de Bataven vanaf dat moment. Maar tenminste zo onderhoudend is de aandacht voor het voortleven en de receptie van de Bataven in de schriftelijke en visuele cultuur van later tijd. Van de beschrijvingen van de Romein Tacitus in de eerste eeuw tot de tekeningen van Fiep Westendorp van een Bataaf genaamd Grote Sof in Annie M.G. Schmidts verhaal over Tante Patent (1962): geen aspect van de Batavenverhalen lijkt onbesproken te blijven.

Uit schriftelijke bronnen is over de Bataven goedbeschouwd weinig bekend. Tacitus verhaalt van hun migratie, en schetst hun manier van leven. Veelzeggend is de nadruk die hij legt op het barbaarse karakter van een cultuur die de zijne niet is. Volgens Tacitus waren Bataven groot van postuur, hadden ze roodblond, in een knot opgestoken haren en ,,woeste blauwe ogen''. Ze kleedden zich in een mantel met een speld en in dierenvellen. Voorstellingen van Bataven in prenten, schilderijen en schoolplaten, tonen steevast dat ruige type, dat het vooral in 20ste-eeuwse karikaturen en beeldverhalen goed doet. In werkelijkheid schijnen de Bataven zich in kleding en haardracht wel degelijk te hebben laten beïnvloeden door de mode uit Rome en Gallië.

Een oud verbond van de Bataven met de Romeinen bepaalde dat de zij van belastingen werden vrijgesteld, maar wel troepen moesten leveren voor het Romeinse leger. Uit de bronnen komen de Bataven naar voren als, excellente ruiters, krachtige zwemmers en geduchte strijders die vaak deel uitmaakten van de keizerlijke lijfwacht. Het feit dat er bij Nijmegen opvallend veel Romeinse ruiterhelmen met gezichtsmaskers uit de eerste eeuw zijn gevonden, en dat helmen met pruikversiering alleen bekend zijn uit de streek rondom Nijmegen en Xanten, wordt in verband gebracht met ruitereenheden binnen het Romeinse leger die waren samengesteld uit Bataven.

In 69-70 werd het verbond verbroken en kwamen de Bataven, na onenigheid over het werven van troepen en de gevangenname van hun leider Julius Civilis, in opstand tegen de Romeinen. Die revolte tegen het wettige gezag heeft grote indruk gemaakt tijdens de Tachtigjarige Oorlog, toen de Nederlanden zich keerden tegen Spanje. De expositie toont deze 17de-eeuwse belangstelling voor de illustere Bataafse voorouders aan de hand van een fraaie reeks schilderijen en prenten waarin steevast de heldhaftigheid en de overwinningen van de Bataven wordt benadrukt. Voorstellingen van de uiteindelijke nederlaag tegen de Romeinen werden wijselijk achterwege gelaten.

Van minder evident ideologische aard zijn de boekillustraties uit de 18de en de schilderijen van kunstenaars als Charles Rochussen uit de 19de eeuw, die vooral getuigen van een groeiende belangstelling voor de nationale geschiedenis. In de 20ste eeuw transformeren Bataven tot pittoreske ruwe bolsters met blanke pitten, bij uitstek geschikt om hun naam te lenen aan sportclubs, zoals handboogschietvereniging `Soranus', genoemd naar de mannetjesputter die kans zag een afgeschoten pijl in de lucht met een tweede pijl te doorklieven. Reclameborden tonen dat ook typisch Nederlandse producten, zoals Batavusfietsen, Bato's `prima rinse appelstroop', of de Batavier-line per stoomschip van Rotterdam naar Londen, hun naam ontlenen aan het roemruchte volk van het rivierengebied. En eigenlijk zou een Bataaf ook het beeldmerk moeten zijn van het, met een beetje goede wil, 2000-jarige Nijmegen.

Tentoonstelling: De Bataven; verhalen van een verdwenen volk. Museum Het Valkhof, Nijmegen. T/m 9/1. Publicatie (Uitg. De Bataafsche Leeuw): 348 blz., €32,50 (geb. €39,50). Inl. 024-3608805.