Kadare (2)

De laatste paar jaar ben ik als consultant in staat geweest langere tijd in voormalige Oostblok-landen te verblijven, waaronder Albanië, dat ter sprake kwam in het artikel over de schrijver Ismail Kadare (Cultureel Supplement, 1 oktober 2004). Om een schrijver te begrijpen is het volgens mij belangrijk te weten waar hij is opgegroeid. In het geval van Kadare is dat de stad Girokaster waar (toevallig?) ook de communistische dictator Hoxa vandaan kwam. Girokaster staat op de werelderfgoedlijst van de Unesco: een erg mooi stadje, op een zeer steile heuvel, bekroond met een zeer groot kasteel. Het was onder meer de verblijfplaats van Ali Pasja, wiens hoofd in de door Kadare beschreven Nis der schande werd getoond. De stad is nu in verval, het kasteel wordt ernstig verwaarloosd: in de kelders staat de inventaris van een legermuseum te verroesten, de oude gevangenis van het Hoxa-regime is bijna niet meer te bereiken door het gevaar van instorten van de kelders.

Kadare is volgens veel Albanezen overigens een grote profiteur geweest van het Hoxa-regime: terwijl iedereen in zijn `vrije tijd' moest werken aan trein, terrassering van land, irrigatiesystemen en dergelijke, was hij ter meerdere glorie van Albanië vrijgesteld. Door de indertijd communistisch-gezinde Tosk-Albanezen in het zuiden wordt Kadare nog steeds gezien als de verrader van zijn beschermheer Hoxa. De Gheg-Albanezen, die in het noorden en Kosovo leven met hun Kanun (beschreven door A. den Doolaard in De herberg met het hoefijzer) en dominant waren in de pre-communistische periode voor de oorlog, denken er mogelijk anders over.