Hoezo eerst begrijpen? Treed nu op in Afrika!

In een wereld waar armoede, ziekte, migratie en handel zich niet storen aan grenzen, is het onaanvaardbaar om hulpinspanningen te bevriezen totdat er nog meer is gestudeerd, meent Johan van de Gronden.

In Opinie & Debat van 2 oktober breekt Richard Dowden een lans voor een beter begrip van Afrika. Begrijpen, niet helpen is zijn devies. Jan-Bart Gewald doet daar in zijn reactie (NRC Handelsblad, 6oktober) nog een schepje bovenop. Hulp helpt geen zier, want ontwikkelingswerkers leren niet van hun fouten. Hij pleit voor nog meer gestudeer.

Voordat we ons terugtrekken in onze studeervertrekken om ons te buigen over alle fouten die we de afgelopen 40 jaar hebben begaan, is het aardig de redeneringen van Dowden en Gewald tegen het licht te houden. Dowden baseert zijn argument hoofdzakelijk op de enorme pluriformiteit van Afrika en het tastbaar gebrek aan vooruitgang. Maar zo subtiel als hij pleit voor een beter en diepgaander begrip van Afrika's culturele, historische en sociaal-economische verschillen, zo generaliserend is hij in zijn boude stelling dat hulp de situatie alleen maar verergert.

Ik zie niet in waarom een welkome verbetering van ons inzicht in de Afrikaanse realiteit niet gepaard kan gaan met een kwalitatieve verbetering van onze hulpinspanning. Dowden spreekt over diverse falende Marshallplannen in Afrika. Kletskoek. In 2005 zullen de Verenigde Staten 200 miljard dollar hebben besteed aan de oorlog in Irak. Dat is vier maal het wereldwijde budget voor ontwikkelingssamenwerking per jaar, besteed aan één oorlog. Als de mondiale uitgaven voor armoedebestrijding slechts 5 procent bedragen van wat we jaarlijks in de wereld gezamenlijk aan wapentuig besteden, moeten we niet te snel morele verontwaardiging veinzen over vermeend gebrek aan resultaat. Overigens, ter relativering van het debat, de wereldwijde hulp aan Afrika bedraagt slechts 3procent van de totale financiële overheidsmiddelen die het continent ter beschikking staan.

Gewald pijnigt graag zijn hersens over de lotgevallen van ontwikkelingswerkers. Zijn grootste droom is toegang tot de archieven van de Nederlandse SNV, een ontwikkelingsorganisatie die ooit begon als een club van vrijwilligers in de jaren '60 en die inmiddels is uitgegroeid tot een van de grootste in ons land. Hij is van harte welkom. Hij zal zien dat ontwikkelingssamenwerking in de loop der jaren een vak is geworden met zijn eigen CAO, met hoge eisen aan kennis en ervaring en drastisch afgenomen kansen voor welwillende Nederlandsers om hun solidariteit in de tropen te betonen. De overgrote meerderheid van SNV-personeel in Afrika is Afrikaan. Goed opgeleid, ingebed in de lokale cultuur, uiterst gemotiveerd en kundig.

Hoe zit het dan met al die lessen die we niet hebben geleerd? Valt ook wel mee. SNV heeft zijn oude rol van donor aan de dijk gezet en concentreert zich nu op de versterking van aanwezige capaciteit van lokale overheden, kleine bedrijven en coöperaties.

In een wereld die met rasse schreden tot de omvang van een dorp versmelt, waar armoede, ziekte, migratie en handel zich niet storen aan grenzen, is het kortzichtig en onaanvaardbaar om hulpinspanningen te bevriezen totdat er nog meer is gestudeerd. Wereldwijd blijven 115 miljoen kinderen verstoken van basisonderwijs. Onnodig, want hulp helpt. In Burkina Faso en Mali stijgt het afgelopen jaar het aantal kinderen dat basisonderwijs volgt sneller dan op enig moment in de moderne westerse geschiedenis. Beide landen behoren tot de armste ter wereld en zijn in hoge mate afhankelijk van donoren. Er sterven jaarlijks meer dan 3 miljoen mensen aan de gevolgen van HIV/aids, vooral in Afrika. Niet nodig, want goede hulp helpt. Oeganda, door vele deskundologen zo ongeveer opgegeven, bracht het besmettingscijfer begin jaren '90 terug van 30 procent in de zwaarst getroffen gebieden tot 6 procent nu. Dankzij preventie, voorlichting en hulp.

En wie liever studeert dan ageert, kan altijd nog terecht bij een van de 75 evaluatierapporten die de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) de afgelopen 15 jaar heeft gepubliceerd. Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken publiceerde sinds 2002 honderden voorbeelden van succesvolle hulp. Helaas zijn die alleen toegankelijke via het intranet van dat departement. Het verdient aanbeveling niet alleen de zelfkritiek van de IOB, maar ook de successen van ontwikkelingshulp publiek te maken.

Drs. J.A. van de Gronden is lid van de directie van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV