Geen miljarden, maar miljoenen

De wegenbouwers krijgen `korting' op de boetes wegens de bouwfraude. Anders zou de hele sector zijn omgevallen, zegt de brancheorganisatie.

De bouwfraude is te omvangrijk om te kunnen worden beboet volgens de bestaande boeteregels van de kartelautoriteit NMa. Die conclusie hebben NMa, bouwsector en ministerie van Economische Zaken getrokken.

Na maanden overleg is er een nieuwe boeteregeling ontworpen, speciaal voor de GWW-sector (grond-, weg- en waterbouw). Een regeling die mogelijk ook gebruikt gaat worden als de andere bouwsectoren, zoals de bouw van woningen of kantoren, komend voorjaar beboet worden.

Kort samengevat leidt de nieuwe regeling tot lagere boetes, maar blijft de sector overeind. In plaats van miljardenboetes worden het miljoenenboetes. Dat blijkt uit een vergelijking van de twee regelingen.

Belangrijkste verschil is dat de NMa met de bestaande, standaardregeling een boete kan opleggen over álle jaren dat de wet is overtreden, terwijl de speciaal voor de wegenbouwers ontworpen regeling de periode waarover een boete wordt opgelegd beperkt tot één jaar. Ook bevat de nieuwe regeling een korting.

De speciale regeling [Bekendmaking boetetoemeting aangaande bepaalde mededingingsbeperkende activiteiten in de GWW-deelsector] was volgens het AVBB, de brancheorganisatie in de bouw, onvermijdbaar. Een woordvoerder zegt dat de sector collectief zou ,,omvallen'' als de hoge boetes van de algemene regeling worden opgelegd. Niettemin blijft er voor de ondernemingen een ,,zware pijp te roken'', aldus het AVBB. ,,Het idee dat de bouwsector hier gemakkelijk weg komt, is onjuist. De boetebedragen die worden opgelegd, zijn nog zeer fors.''

Wat hadden de wegenbouwers moeten betalen volgens de standaardregeling die geldt voor alle ondernemingen in Nederland die zich schuldig maken aan kartelpraktijken?

De boete is in dat geval gebaseerd op de omzet van de onderneming die tijdens de gehele duur van de overtreding is behaald met de handelingen waarop de overtreding betrekking heeft. Bijvoorbeeld: een bouwbedrijf dat dankzij een prijsafspraak van 1998 tot en met 2001 jaarlijks een omzet had van 100 miljoen euro, krijgt een boete op basis van de omzet van 400 miljoen euro in die vier jaar.

De hoogte van de boete bedraagt volgens deze regeling 10 procent van de omzet. Bij zware overtredingen – bijvoorbeeld wanneer de NMa belemmerd is in haar onderzoek – kan de boete oplopen tot 30 procent van de omzet. In dit voorbeeld gaat het dan om een boete van 40 tot 120 miljoen euro.

Wat moeten wegenbouwers betalen volgens de speciale `wegenbouwersregeling'?

Opnieuw gaat het in dit voorbeeld om een bouwbedrijf dat zich van 1998 tot en met 2001 schuldig heeft gemaakt aan prijsafspraken en daardoor een omzet heeft behaald van 100 miljoen euro per jaar. In dit geval hoeft het bedrijf alleen een boete te betalen over de omzet in het jaar 2001. De NMa noemt 2001 een ,,representatief ijkjaar''. Voorts wordt alleen een boete berekend over de aanbestedingsomzet. Dat is de omzet die is gehaald met de uitvoering van werken waarvan de opdracht via een aanbesteding heeft plaatsgevonden. De omzet die op andere wijze is gehaald, valt daarmee weg. Hoe hoog de aanbestedingsomzet was, mag het bedrijf zelf becijferen en aanleveren bij de NMa. De huisaccountant van de wegenbouwer moet er wel een verklaring bij doen. De huisaccountants werden twee jaar geleden door de parlementaire enquêtecommissie nog omschreven als ,,passief toeschouwer bij het overtreden van spelregels''.

De hoogte van de boete voor verboden vooroverleg is volgens de nieuwe regeling ,,maximaal 12 procent'' van de aanbestedingsomzet in 2001. De boete kan verhoogd worden met ,,maximaal 3 procent'' als sprake is van een bredere mededingingsbeperkende afspraak en gedraging.

Het bouwbedrijf in het voorbeeld betaalt maximaal 15 procent over 100 miljoen euro, oftewel 15 miljoen euro. Volgens deze speciale regeling krijgt het bedrijf als het meewerkt aan de versnelde sanctieprocedure nog een korting op de hoogte van de boete van 15 procent. In dit voorbeeld bedraagt de korting 2,25 miljoen euro. Blijft over als maximaal te betalen: 12,75 miljoen euro.

Het gaat in de GWW-branche om miljardenomzetten. De gezamenlijke omzet van de 2.659 bedrijven in de wegenbouw (GWW-sector) bedroeg in 2001 volgens CBS-cijfers 11,8 miljard euro. Daarvan werd 58 procent (6,8 miljard euro) behaald via aanbestedingen. Overigens mag worden aangenomen dat onder de vierhonderd aangeklaagde wegenbouwers alle grote en nagenoeg alle middelgrote ondernemingen zijn.

Los van de `goedkopere' wegenbouwregeling kunnen de ondernemingen ook gebruik maken van clementieregeling van de NMa. Die voorziet erin dat bedrijven die vrijwillig kartelafspraken gemeld hebben een deel van de boete niet hoeven te betalen. Onder de 473 bouwbedrijven die tot nu toe clementie vroegen (en karteldocumenten inleverden) waren 140 wegenbouwers. Van hen kunnen er 110 aanspraak maken op korting, meldt de NMa. De korting kan oplopen van 10 tot 50 procent. Daar komt dus de 15 procent korting voor het meewerken aan de snelle afhandeling bovenop.

De Tweede Kamer reageert verdeeld op de speciale behandeling voor de bouw. CDA en VVD wijzen de regeling niet af. GroenLinks en PvdA zijn kritisch. VVD'er Hofstra wijst erop dat het al met al nog om hoge boetes gaat. ,,In een aantal gevallen 2 tot 5 procent van de jaaromzet. Dan praat je over de totale winst van zo'n jaar.'' PvdA'er Depla zegt niet uit te zijn op boetes die kunnen leiden tot faillissementen. ,,Maar laat de NMa eerst eens uitleggen wat voor boetes er zouden worden opgelegd volgens de standaardregeling. Dan kan daarna gesproken worden over het afwijken daarvan. Maar dan wel in de openbaarheid.''

www.nrc.nl dossier bouwfraude