Frankrijk: `ja' en `nee' tegen Turkse toetreding

Nergens wordt het debat over Turkse toetreding tot Europa zo heftig gevoerd als in Frankrijk.

Hoe gevoelig toetreding van Turkije tot de Europese Unie in de Franse politiek ligt, bleek gisteren in een debat in de Franse Assemblée. Het idee van `gepriviligieerd partnerschap' – dat vinden veel Franse parlementariërs een aantrekkelijke mogelijkheid voor de toekomstige verbintenis tussen Turkije en de Europese Unie. Maar een toetreding als volwaardig lid werd niet uitgesloten.

Het begrip `partnerschap' bleek tijdens het debat een onweerstaanbare aantrekkingskracht te bezitten. Voor zowel aanhangers van een ondubbelzinnig `nee', als voor die van een principieel `ja'.

Het vlammende betoog van François Bayrou, leider van centrum-rechts en fel tegenstander van Turkse toetreding, kwam neer op een vierkant nee, maar zelfs hij zei toch ook ja tegen onderhándelingen over toetreding. Op voorwaarde dat die slechts zouden kunnen leiden tot `gepriviligieerd partnerschap'.

Een speciale, versterkte samenwerking met Turkije: in een betoog waarin hij op Frans-literaire wijze het verbond tussen Rome, Athene en Jeruzalem roemde als grondslag van Europa, riep Bayrou de regering plechtig op die optie nadrukkelijk op te eisen als mogelijke uitkomst van de onderhandelingen met Turkije. Over het openen van die onderhandelingen, vorige week aanbevolen door de Europese Commissie, nemen de Europese leiders op 17 december een beslissing. Na zijn toespraak beweerde Bayrou in de wandelgangen van de Assemblée dat over zijn voorstel unanimiteit bestaat.

Omdat er na afloop van het debat niet is gestemd, bestaat daarover geen zekerheid, maar hoe vaag soms ook, bijna iedere spreker gaf aanleiding tot Bayrou's veronderstelling. Zeker, de woordvoerder van de PS, de socialistische oppositiepartij, putte zich uit in waarschuwingen tegen ,,de schok der beschavingen'' en in het aandragen van wat hij zag als bewijzen voor de Europese lotsbestemming van Turkije. Maar ook hij eiste het openhouden van twee uitkomsten: toetreding of gepriviligieerd partnerschap. Oud-premier Laurent Fabius, nummer twee van de PS, stond op hetzelfde moment in de wandelgangen een onverkort nee tegen zowel onderhandelingen als toetreding te verdedigen.

Ook de woordvoerder van regeringspartij UMP hield niet op te getuigen van zijn respect voor het Turkse volk, maar evenmin met te wijzen op alle ontsnappingsmogelijkheden die eenmaal begonnen onderhandelingen bieden. Zelfs premier Jean-Pierre Raffarin deed dat laatste met verve, steeds weer herinnerend aan de lange weg die Turkije nog gaan moet. ,,Noch Turkije noch Europa zijn vandaag klaar'', volgens de premier. ,,Toetreding [...] is vandaag niet mogelijk, noch morgen, noch in de komende jaren''. Hij drong erop aan niet voortijdig nee te zeggen, maar wees er tegelijkertijd op dat ,,de toekomst niet vastligt''. De premier ging zelfs nog verder dan Bayrou door zowel toetreding als versterkte samenwerking, als handhaving van de huidige situatie, een mogelijke uitkomst van de onderhandelingen te noemen.

Hoe dat ook zij, ,,het soevereine volk zal erover beslissen''. Raffarin zei het bijna opgelucht, en om begrijpelijke redenen. Hij is zelf tegenstander van toetreding en heeft zich hardop afgevraagd ,,of we moeten willen dat de rivier van de islam zich stort in de seculiere bedding van Europa''. Maar gisteren was hij in de eerste plaats woordvoerder van president Jacques Chirac, verklaard voorstander. Probleem is echter dat die hoe langer hoe meer geïsoleerd is geraakt in het verhitte debat dat het thema Turkije in Frankrijk heeft losgemaakt.

Chiracs eigen partij UMP verklaarde zich in het voorjaar al tegenstander, onder invloed van Nicolas Sarkozy, toekomstig partijvoorzitter en persoonlijke rivaal en kwelgeest van de president. [Vervolg DEBAT: pagina 5]

DEBAT

Niet stemmen, wel een referendum

[Vervolg van pagina 1] Uit peilingen blijkt dat driekwart van de Fransen tegen Turkse toetreding is en dat 66 procent van de Fransen een referendum over die toetreding wenselijk acht vóór 17 december. Om lucht te brengen in zijn benarde positie heeft Chirac dat referendum aan het einde van de onderhandelingen, op z'n vroegst in 2015, toegezegd. Maar François Bayrou vindt juist die toezegging `gevaarlijk', hoezeer hij ook tegen toetreding is en hoezeer hij ook verzekerd is van de steun van de kiezers. Volgens hem wordt door een referendum aan het eind van lange onderhandelingen ,,het ene volk tegen het andere opgezet''.

Premier Jean-Pierre Raffarin wilde aanvankelijk geen parlementair debat. Stemde vervolgens in met een debat ná 17 december, vervolgens `op elk moment' en dat belandde van de weeromstuit binnen 24 uur op de agenda. Alleen in de afwijzing van een stemming bleef hij onverbiddellijk.

Het kwam de premier gisteren op een honende, retorische vraag van Bayrou te staan. ,,Ziet u niet, meneer de eerste minister, dat wij het beeld uitdragen van een zieke, verzwakte en verarmde democratie?'' Hij legde daarmee de vinger op een open wond: de felle nationale discussie over Turkse toetreding en de al dan niet toereikende democratische gezindheid van het land wordt door velen gezien als een discussie die `eigenlijk' over de staat van de Franse democratie en, in het verlengde daarvan, over die van Europa gaat. Die heeft er immers toe geleid dat de burgers tot nu toe geen enkele zeggenschap hebben gehad over de Turkse kwestie en dat zelfs hun volksvertegenwoordigers een debat daarover voor de poorten van de hel hebben moeten wegslepen. Zonder erover te mogen stemmen.

Rede Bayrou pagina 6