Europa kan Turkije niet blijvend aanpassen

Als de Europese leiders eind dit jaar besluiten om onderhandelingen te beginnen met Turkije, mag dat niet automatisch tot een Turks lidmaatschap van de Europese Unie leiden, meent de Franse parlementariër François Bayrou. Hij wil de handen vrij houden voor andere oplossingen.

Er zijn over de toekomst van Europa twee visies: het geïntegreerde Europa en het versnipperde Europa. De Europese Grondwet die wij ondersteunen en die wij bij het referendum zullen ondersteunen, dient het geïntegreerde Europa. De toetreding van Turkije leidt naar het versnipperde Europa, het Europa dat uiteenvalt.

Voorstanders van de toetreding van Turkije tot de EU hanteren het argument dat Turkije een brug zou worden tussen Oost en West, tussen de islam en onze samenlevingen, met hun joods-christelijke erfgoed, met hun vrijheid van denken. Dat is een sterk, een waardig argument. Ik meen dat het niet juist is, maar ik neem het zeer serieus.

De oorzaak van mijn scepsis vind ik in de uitlatingen van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, José-Manuel Barroso. Hij is niet de enige die zich van dit argument heeft bediend, maar wel de meest recente. In het interview dat hij onlangs gaf aan [de Franse krant] Le Monde verklaarde hij: ,,Europa dient zich niet te voegen naar Turkije, Turkije dient zich te voegen naar Europa.''

Dat zinnetje behelst veel: in de eerste plaats dat het er heus om gaat zich te voegen, dat twee verschillende modellen het uitgangspunt zijn, twee verschillende mallen, en dat het ene moet wijken voor het andere.

Nu geloof ik niet dat het mogelijk is om culturen en volkeren blijvend bij te buigen. Integendeel: de omgebogen identiteit springt terug als een veer, keert terug als een boemerang. Dat kost de nodige tijd – tientallen jaren zijn daarbij niets – maar zij keert terug in de hardste, meest neurotische, gewelddadigste vorm, in de gedaante van fundamentalisme, fanatisme, gewelddadigheid. Hoe sterker zij omgebogen is, des te krachtiger zij zal terugveren.

Wilt u Turkije aanpassen, dan zal dat Turkije in andere vormen terugkomen. Ik vrees dat wie het met dwang probeert te integreren, zich een explosieve toekomst bereidt.

De aard van een volk zult u niet veranderen. Volkeren vinden hun weg niet in een opgelegd sjabloon, maar in hun eigen model, hun eigen cultuur – verlicht, getemperd door de democratie.

Dit brengt mij bij een ander argument van de voorstanders van Turkijes aansluiting: ,,Als u die toetreding niet in orde maakt, zal Turkije alle moeite voor niets hebben gedaan, en zal het terugvallen in het islamisme.'' Ik laat in mijn kritiek hierop overigens buiten beschouwing – maar onderken wel – dat er in die bewering een element van chantage kan schuilen.

En ik stel hier een fundamentele kwestie aan de orde: het streven naar democratie is voor ons niet een middel om een gunst te verwerven. Nee, als dat streven oprecht en diepgeworteld is, is het een doel op zich. Men bedrijft geen democratie om de Europese Commissie een plezier te doen, men bouwt aan de democratie omdat zij goed is voor het volk. De vrijheid en de mensenrechten zijn geen toegangskaartje, geen briefje waarmee je op de lijst komt voor hulp uit het Europese budget, maar zij zijn een emancipatie, zij zijn de voorwaarde zelf voor de ontwikkeling. Zij zijn geen formaliteit voor toetreding. Zij moeten net zo geldig zijn voor het partnerschap als voor het lidmaatschap, anders zijn zij niet meer dan een list, en geen echte bekering.

Ten slotte wil ik antwoorden op het argument der argumenten. Een argument dat als afdoende geldt, een verpletterend argument dat zogenaamd een einde zou maken aan het debat en dat wij ronduit onder ogen moeten zien: ,,Wij willen Turkije, omdat wij niet willen dat Europa een `christelijke club' is.'' Ik ga voorbij aan het neerbuigende, het verkapt vijandige daarvan, alsof de religie uit de Europese traditie de enige verdachte, verwerpelijke religie zou zijn. Ik ga voorbij aan wat helaas maar al te gebruikelijk is geworden. Maar ik weerspreek die bewering van `Europa, een christelijke club'!

Europa is geen `christelijke club'. Allereerst omdat 15 miljoen moslims onze medebewoners zijn, van wie vier of vijf miljoen in Frankrijk wonen, die dezelfde rechten hebben als wij, die onze medeburgers zijn, en van wie ik nooit zal toelaten dat men zegt dat hun geloof hen als burgers van ons moet onderscheiden. Voorts omdat wanneer Europese islamitische landen, zoals Bosnië, tot de Unie zouden willen toetreden, wij hen zullen steunen, daar sta ik voor in. En ook omdat het christendom niet in zijn eentje Europa heeft gemaakt.

Europa is de vruchtbaarste ontmoeting die de geschiedenis ooit heeft voortgebracht, de kruisbestuiving, zoals dat in de biologie heet, tussen Athene, Rome en Jeruzalem. En wie spreekt van het `christelijke Europa', die noemt maar één kant van die geschiedenis, en vergeet de rest. Reden waarom wij de polemiek over de religieuze bronnen, die sommigen in de constitutie wilden vastleggen, niet hebben gesteund.

De kracht en het recht en de politieke vorm, dat is Rome; de taal, al onze talen, dat is Rome. De filosofie, het licht van de rede, Socrates en Plato en Aristoteles, dat is Athene. En het joodse erfgoed, het christelijke erfgoed, dat is Jeruzalem, met zijn grootheid en zijn ellende. En die combinatie, dat zijn net zo goed de geleerden uit de Middeleeuwen en de Renaissance als de Verlichting en de vrijheid van gedachte.

Sluit één van die drie uit, Athene, Rome of Jeruzalem, en u sluit Europa uit. Reden waarom de klassieke talen, het Latijn en het Grieks, niet een luxe zijn voor de rijken maar een noodzaak voor iedereen!

Maar wat is dan de uitkomst van dit debat? Is er wel een uitkomst van een zo grote vraag, van een zo groot debat? Ik weet zeker van wel.

Wij stellen voor dat het parlement in een resolutie de regering verzoekt dat bij de opening van de onderhandelingen op 17 december de Turkse leiders duidelijk wordt gemaakt dat deze onderhandelingen op twee manieren kunnen aflopen: hetzij met toetreding, hetzij met een bevoorrecht partnerschap, als aanloop en sleutel tot een bredere politieke constructie.

Er moet worden afgerekend met dat mechanisme dat men heeft gewild en dat ons voortdurend als onontkoombaar, onomkeerbaar wordt voorgehouden; besluiten die zijn genomen zonder debat, zonder dat de volkeren hun zegje hebben kunnen doen. Wat u te horen krijgt, vooral in de kringen van de macht, is ,,U hebt geen ongelijk, maar het is te laat, het besluit is – volgens de een – genomen in 1963, volgens de ander in 1999 in Helsinki, en volgens weer een ander in Kopenhagen in 2002. Het is heel jammer, maar wij hebben geen keus meer!''

Wat de resolutie die het parlement zou moeten aannemen, wil bewerkstelligen, is ons die keus teruggeven. We moeten onze vrijheid herkrijgen, opdat wij niet meer worden ingeperkt door besluiten die zogenaamd al genomen zijn. De resolutie heeft als bedoeling de komende jaren te laten dienen voor bezinning, voor het bedenken van een reëel alternatief, terwijl intussen de democratische gemeenschap rijpt.

De Middellandse Zee is ons erfgoed. Sterker nog: de Middellandse Zee is onze opdracht.

Wanneer het verenigde Europa dat wij verdedigen eenmaal gevormd is, moet het samen met de landen van het Middellandse-Zeegebied bouwen aan een grotere gemeenschap, een gemeenschap van wederzijdse verplichtingen en onderlinge steun, een Euro-Mediterrane gemeenschap. Ik hanteer met opzet het woord gemeenschap, dat verwijst naar de eerste etappe van de mars van Europa.

Aan de ene kant de Europese Unie, met haar identiteit, die zij niet zou verloochenen en waarvoor zij zou staan; aan de andere kant de landen van het Middellandse-Zeegebied: alle landen rond de Middellandse Zee, Egypte net zo goed als Israël, de landen van de Maghreb net zo goed als Libanon, verbonden door een bevoorrecht partnerschap, een partnerschap van buren, waarin elk de anderen zou helpen te werken aan vrede en ontwikkeling.

De Gemeenschap van Europa en het Middellandse-Zeegebied, die inhoudt dat Europa zichzelf wil, zichzelf definieert en zichzelf aanvaardt, en dat het Middellandse-Zeegebied zich verenigt, die ervan uitgaat dat ieder aanvaardt dat hij is zoals is – die Gemeenschap is een oneindig veel rechtvaardiger en vruchtbaar project dan de gedwongen integratie, die erop berust dat ieder zijn identiteit inlevert.

Zo kunnen wij de kwestie van Turkije en Europa op een andere, positievere manier oplossen. Voorgesteld door het Franse parlement in een hervonden democratie: een perspectief dat het debat en het project hernieuwt, het Europa dat zichzelf aanvaardt, dat voorwaarts gaat, en de Gemeenschap van het Middellandse-Zeegebied, met elkaar verbonden, en waarvan Turkije, bevoorrecht partner van de Unie, niet de sluitsteen zou vormen, maar de eerste schakel.

Dit is een bewerkte tekst van de toespraak die François Bayrou gisteren hield in de Nationale Assemblée, de Franse Tweede Kamer, in een debat over de Turkse toetreding tot de Europese Unie. Bayrou leidt de UDF, die deel uitmaakt van de coalitie die president Chirac steunt.