De tijd in maten

De schrijver David Mitchell is de grote favoriet voor de Booker Prize, met zijn boek `Cloud Atlas'. ,,Verschillende soorten tijd bestaan in ons leven naast en door elkaar heen.''

Aan het eind van het gesprek valt eindelijk het B-woord. ,,Ik ben blij en vereerd met de nominatie'', zegt David Mitchell voorzichtig. ,,Voor mijn boek dan.''

Het is hem al eerder overkomen. Zijn vorige roman, number9dream, haalde in 2001 ook de short list van de Booker Prize, de belangrijkste fictieprijs van het Engelse taalgebied. Maar dit keer is het anders. Want Cloud Atlas, zijn derde boek, was al een van de grootste literaire hits nog vóór het in de winkel lag.

,,Een hoorn des overvloeds, een elegie, een stralend festival van profetie en entertainment'', aldus één lyrische criticus die het manuscript had gelezen. A.S. Byatt, grande dame van de Engelse letteren, noemde het een ,,achtbaan waar je niet uit wil''. En The Independent had het over een ,,overweldigende literaire schepping''. Het is lang geleden dat een Brits auteur zo'n tsunami van lof over zichzelf afriep. En het is nog nooit voorgekomen dat een kandidaat bij de Britse wedkantoren zo'n grote favoriet was om de prijs te winnen, die volgende week dinsdag voor de 36ste keer wordt toegekend, met een prijzengeld van 50.000 pond (75.000 euro).

,,Je wordt gedwongen mee te doen in een circus dat zes maanden duurt'', zegt Mitchell (35) in een lawaaierige gelagkamer in het Zuid-Ierse stadje Clonakilty, waar hij sinds twee jaar woont met zijn Japanse vrouw en dochter van bijna twee. ,,Het is heel vreemd hoe je in de schijnwerpers wordt geduwd en je moet strategieën bedenken om er tegen te kunnen. Ik zet een hek neer tussen mezelf als schrijver – ik en mijn laptop – en de auteur David Mitchell, waaronder de rest valt, zoals met journalisten praten over mijn boeken. Alleen op die manier kan ik voorkomen dat ik zó volgepompt ben met adrenaline en endorfines dat ik niet meer aan schrijven toekom.''

Juist het ontbreken van zo'n hek in en rond zijn boeken, lijkt Mitchells handelsmerk. Toen zijn debuut Ghostwritten uitkwam, in 1999, leken de critici het er niet over eens of het een bundel korte verhalen was, of een incompleet bouwpakket voor een roman. Vijf jaar later heeft de spookschrijver hetzelfde procédé van losse episodes toegepast. ,,Mijn novelles staan niet op zichzelf, maar ik steek de grens naar de roman ook niet helemaal over'', zegt hij. ,,Het zijn een soort enclaves, zoals het Spaanse Casablanca in Marokko.''

Mitchell vergroot de verwarring aanvankelijk door in elk van de zes episodes waaruit `Cloud Atlas' is opgebouwd te wisselen van tijd, verteller en stijl en, zo lijkt het, ook van onderwerp. Toch hebben de vertellingen alles met elkaar te maken. Dat ontdek je echter pas gaandeweg.

Een van Mitchells hoofdpersonen is de mislukte Engelse componist Robert Frobisher, die wegens speelschulden naar het continent vlucht. `Cloud Atlas' is de titel van het muziekstuk waaraan hij al jaren werkt: ,,een sextet voor overlappende solo's: piano, klarinet, cello, fluit, hobo en viool, elk in zijn eigen taal van toonsoort, toonladder en kleur. In het eerste deel wordt elke solo onderbroken door zijn opvolger, in het tweede deel wordt elke onderbreking voortgezet, in dezelfde volgorde.'' Het is een prachtige metafoor voor de status van dit boek, tussen de symphonie van de roman en het strijkkwartet van de short story. Het is ook de kortste samenvatting van het verhaal.

Russisch poppetje

De roman begint met het dagboek van Adam Ewing, een Amerikaan die rond 1850 de Chatham-eilanden in de Stille Oceaan bezoekt en ziet hoe de inheemse bewoners, de vreedzame Moriori's, met goedkeuring van de koloniale bestuurders, het onderspit delven tegen de Maori's. Juist als Ewing de laatste `nobele wilde' heeft gered, breekt het verhaal af, halverwege een zin.

Het volgende hoofdstuk springt naar 1931 en de uitvreter Frobisher, die zichzelf heeft opgedrongen aan een componist in België, en die in brieven vertelt over zijn worsteling met de muziek en zijn bedavonturen met de vrouw en dochter van zijn werkgever.

Ook dat verhaal stokt halverwege, om plaats te maken voor een thriller die speelt in de jaren zeventig, over de Californische journaliste Luisa Rey, die een schandaal met een kerncentrale op het spoor komt. Vóór de climax wordt ook die episode onderbroken voor de tragikomische lotgevallen van de Londense uitgever Tim Cavendish in de jaren '80, die door een misverstand opgesloten raakt in een bejaardentehuis. En voordat hij kan ontsnappen wordt de lezer verplaatst naar het toekomstige Korea van Sonmi-451, een menselijke kloon die een eigen wil (en een geweten) bleek te hebben en daarom geëxecuteerd moet worden.

Haar getuigenis – in de vorm van een interview met de autoriteiten van de totalitaire staat waar consumptie een religie is – wordt weer onderbroken door het verhaal aan het kampvuur door Zachry, een geitenhoeder op Hawaï na de vernietiging van de beschaafde wereld, een paar eeuwen later, vermoedelijk door een ecologische ramp. Zachry's stam, net zo vreedzaam als de Moriori's, legt het net zo fataal af. En net als bij Ewings inboorlingen op het eiland uit het begin, gebeurt dat ook hier onder het oog van zogenaamd beschaafdere kolonisten.

Na het verhaal van de herder, in het hart van de roman, maakt Mitchell de halverwege afgebroken andere verhalen in omgekeerde volgorde af, om weer te eindigen bij het negentiende-eeuwse scheepsjournaal van Adam Ewing. Het verband: Frobisher krijgt Ewings dagboek in handen; Luisa Rey vindt de brieven van Frobisher én een zeldzame opname van zijn sextet; Cavendish krijgt een manuscript toegestuurd van de thriller over Rey's ontdekking, terwijl Sonmi-451 voor het eerst ontdekt wat menselijk geluk is als ze een film ziet over Cavendish. En voor Zachri's stam blijkt Sonmi een soort god geworden en haar getuigenis een evangelie. Zo passen alle verhalen in elkaar, als een Russisch poppetje.

Mitchell is een meester van de literaire mimicry. Hij `doet' Defoe en Melville en Joyce net zo gemakkelijk als Nabokov, Waugh, Raymond Chandler en een bibliotheek vol science fiction-schrijvers. Die verwijzingen, in woord en toon, zijn één van de talloze puzzels die Cloud Atlas bevat, evenals de subtiel opgebouwde suggestie dat de hoofdpersonen elkaars reïncarnatie zijn. Maar wat hou je over als je de puzzels hebt opgelost? Een paar geslaagde parodieën? Of heeft de schrijver ook een eigen stem?

,,Zeker, ik hou van puzzels maken. Maar ik onderzoek in elk verhaal ook het nogal universele thema van hebzucht en roofzucht, hoe de ene groep de andere uitbuit. Het boek toont bovendien allerlei manieren om een verhaal te vertellen; elk van de novelles heeft een andere vorm: een dagboek, een brievenroman, de thriller, memoires, Sonmi's interview, en als laatste de oudste vorm van menselijke vertelling, de yarn. Het is ook een museum van verschuivingen in de taal; ik probeer te laten zien hoe het neologisme van de ene generatie verandert in de alledaagse taal van de volgende, die weer het archaïsme is van de generatie daarna.

,,Een parodie doet alleen een bekend genre na, maar zonder dat je hart er echt in ligt. Dan is het alleen voor fun, not love en dat wil ik niet. De lijn tussen parodie en authentiek is niet consistent, het is geen helder afgebakende grens en ik schiet heen en weer in hetzelfde stuk. Orginaliteit ligt opgesloten binnen de clichés. Als je ze een klein beetje verdraait is het soms alsof je de jackpot hebt gewonnen op een fruitmachine. Toch werkt het alleen als de schrijver werkelijk geeft om zijn personages als drie-dimensionale mensen van vlees en bloed. Dat is de hoofdmotor van fictie. Dan maakt het niet uit of de toon soms speels is. Hoe absurd ook, als het past binnen de interne logica van een personage, hou je de lezers aan boord.''

Kop

Als Mitchells uitgever Cavendish het manuscript van de thriller voor het eerst doorbladert, ziet hij de recensies al voor zich: volstrekt niet origineel. Maar dat hoeft ook helemaal niet, zegt hij bij zichzelf. ,,Alsof er nog iets nieuws is toe te voegen aan wat al honderdduizend keer is gedaan tussen Aristophanes en Andrew Void-Webber! Alsof het in de kunst gaat om het `wat', niet om het `hoe'!''

Dat geldt ook voor Mitchell zelf. Als hij dinsdag wint van meer gevestigde auteurs als Colm Toíbím (The Master) en Alan Hollinghurst (The Line of Beauty), is het zonder twijfel wegens zijn virtuoze verteltechniek die van de pagina's spat.

Hij heeft zijn episodes geschreven in chronologische volgorde, van Ewings dagboek naar Zachry's vertelsels en van eindeloos doorcomponeren en opnieuw rangschikken was geen sprake, zegt Mitchell. Hij had van tevoren alleen in zijn kop waar elk verhaal moest afbreken om het volgende te laten beginnen.

Niettemin zet zijn boek je besef van tijd, de `echte' en de `vertelde' tijd, volkomen op losse schroeven. Het nieuwste verhaal staat in het midden, waarna je `terugleest' in de tijd. Dat wil zeggen, als je het boek van kaft naar kaft leest. Maar dat hoeft niet, want je kunt eigenlijk op elke plek beginnen.

`Time is what stops history happening at once', zegt een van zijn figuren. `Het is de snelheid waarmee het heden in het verleden verdwijnt.' Maar dat dat in een rechte lijn en met constante snelheid zou moeten, staat inderdaad nergens. Cloud Atlas maakt van de lineaire tijd eerder een ruimte, een landschap waarin gebeurtenissen zowel gelijktijdig als na elkaar gebeuren, afhankelijk van je perspectief. En waarin ook personages veranderen én gelijk blijven. Want `souls cross the skies of time', schrijft Mitchell, `net als wolken'.

,,Ik weet precies wat tijd is, totdat iemand me vraagt om het uit te leggen'', grijnst hij. ,,In ieder geval heb je verschillende soorten. Om te beginnen de tijd die ons lichaam meet in de vorm van baardstoppels en verouderde cellen. De historische tijd, afgemeten aan de geologische geschiedenis van de aarde, gaat in een nette lijn vooruit. Maar de ontwikkeling van beschavingen gaat in een cyclus van opkomst en ondergang. Misschien moet je zeggen dat tijd in cirkels gaat als dezelfde patronen terugkeren. Verschillende soorten tijd, soms snel, soms langzaam, bestaan in ons leven naast en door elkaar heen. Ook in mijn boek.''

Mitchell houdt van wetenschap, maar het is eerder de suggestie ervan dan de wetenschap zelf. Zijn verwijzingen naar Jungs ideeën over synchroniciteit of het bekende beeld uit de chaos-theorie dat de vleugelslag van één vlinder op den duur een orkaan aan de andere kant van de wereld kan veroorzaken, lijken vooral uitgekozen wegens hun poëtische kracht.

,,Dat is waar'', zegt hij. ,,Ik kan zelf de simpelste wiskundesom nog niet oplossen, al hing mijn leven ervan af. Maar ik voel me wel aangetrokken tot half en vaag begrepen wetenschappelijke concepten, als `relativiteit' of `Schrödingers Kat' [een gedachte-experiment uit de quantummechanica met een poes in een doos]. Wegens hun schoonheid. Daarin verschil ik trouwens niet van de meeste mensen. Door ze te gebruiken voor fictie, doe ik wat onze cultuur toch al doet. Het is aantrekkelijk om te zeggen dat `iets is als Schrödingers Kat'. Als beeldspraak komen ze ons leven binnen. Dan voelen we ons slim.

,,Daarbij komt de `dood van de religie'. Mensen houden de behoefte om te begrijpen, althans te geloven dat ze begrijpen wat er aan de hand is. Religie geeft het gemakkelijke antwoord: omdat God het wil. Veel mensen, mezelf incluis, kunnen dat niet echt geloven, maar we hebben ook geen passende vervanging. Als een wetenschappelijk concept, hoe rudimentair en vaag ook begrepen, dat kan geven, voelen we ons goed.''

Kwispelen

Eten en gegeten worden, moorden of vermoord worden, uitbuiter worden of slaaf, consumptie als een fundamentalistische religie; dat zijn Mitchells inktzwarte thema's, al kwispelt er vaak een lichtstraal tussen de donderwolken. Proberen te ontsnappen aan je schuldeisers is óók een Leitmotiv van het boek, maar dat pakt meestal humoristisch uit. Alles bij elkaar opgeteld kan het een sombere politieke boodschap lijken, erkent hij, maar dat is niet de bedoeling van de schrijver.

,,Het pad van de menselijke beschaving eindigt vermoedelijk in entropie, chaos en een terugkeer naar stammen. Maar de roman eindigt met Ewings [sociaal-darwinistische] preek aan zichzelf, waarin hij zegt dat er hoop blijft voor de mensheid, als die haar ergste instincten onderdrukt.

,,Daar staat tegenover dat het optimistische slot van Ewings verhaal in het verleden ligt, terwijl het pessimistische einde van het verhaal van de herder Zachry, halverwege het boek, de toekomst is. Je interpretatie hangt dus af van je interpretatie van de tijd. Zie het boek als een reeks tweesprongen tussen verleden en toekomst. Dan lijkt het verleden de beste plek om hoop te hebben.

,,Maar wie ben ik om te zeggen of we links- of rechtsaf moet slaan? Ja, ik wil dat de maatschappij zichzelf beschermt en dat wijze en integere mensen worden gekozen in posities met macht. Maar dat willen we allemaal. Ik kan niet zeggen wat de lezer moet willen, want ik zit, geloof ik, niet in de message business.

,,Ik las net een nogal overtuigende vergelijking tussen Graham Greene en George Orwell, met als conclusie dat Orwell vermoedelijk een betere schrijver is, maar te zwartwit om er echt iets aan te hebben. Hij reikt nuttige ideeën aan, en zonder hem zou onze taal een stuk armer zijn. Maar de morele inconsistentie en de grijze gebieden van Greene maken hem vermoedelijk waardevoller. Want ons bestaan ís een rommeltje en het is kunstmatig om het morele licht van het morele donker te scheiden. Je kunt zeggen dat je soms iemand nodig hebt die het zwartwit zegt, om je bewust te worden van de grijsnuances die ertussen bestaan. Maar die schrijver ben ik niet.''

De bom

Mitchell studeerde Engels in Canterbury en kon daarna geen werk vinden. Hij stond zelfs een jaar voor niks op de wachtlijst voor een baantje bij McDonald's, en het is geen toeval dat de kloon Sonmi-451 gekweekt is om een dienster te zijn in een fast food-restaurant in Seoul (`negentien uur per dag glimlachen'), waaruit ze vlak voor de apocalyps ontsnapt. Mitchell zelf ontsnapte naar Japan, waar hij aan de universiteit van Hiroshima acht jaar lang Engels gaf (en zijn vrouw Keiko ontmoette).

Dat hij juist in Hiroshima terechtkwam, was volstrekt toevallig, zegt Mitchell. Maar hoe kun je dat geloven als je weet dat zijn jeugd, in Malvern in het westelijke graafschap Worcestershire, op de grens van Engeland en Wales, zich afspeelde in de schaduw van de Bom. ,,Een paar mijl van ons huis stond een defensielaboratorium voor radartechniek, met grote ronddraaiende antennes op de heuvels'', zegt hij. ,,Toen ik een kind was, werd er altijd gezegd dat dit als een van de eerste plekken zou worden geraakt als de Derde Wereldoorlog zou uitbreken.''

Een jeugd op het hoogtepunt van de Koude Oorlog is het onderwerp van zijn volgende boek, dat al bijna af is. Die roman wordt ,,het omgekeerde van Cloud Atlas: niet meer dan 250 pagina's, een verhaal dat zich in één tijdzone afspeelt en met één verteller''. Die verteller is opnieuw een ik (Mitchell gebruikt zelden de derde persoon): een dertienjarige jongen die erg op de auteur lijkt, omdat hij óók een beetje stottert en ansichtkaarten verzamelt en zich staande houdt in de struggle for life and survival of the fittest van het schoolplein.

En het boek dáárna heeft Mitchell óók al in de steigers staan. Het speelt zich af in het zeventiende-eeuwse Nederland en op Decima, de VOC-handelspost bij het huidige Nagasaki (,,Alweer die Bom!''). Om research te kunnen doen voor dat boek woont hij vanaf januari 2006 met zijn gezin een halfjaar in Nederland op een beurs van het Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS) in Wassenaar.

,,Nederland wordt vaak over het hoofd gezien, maar het is een great country'', zegt hij, zonder de indruk te wekken dat het alleen Engelse beleefdheid is. ,,Ik wil weten hoe de regen ruikt, hoe het ruikt in kerken en ik wil luisteren naar de architectuur. Net als in Japan gaat het me niet om het clichématige idee van wat mooi is. De enige manier om de schoonheid van een land echt te begrijpen is door je handen ook vies te maken aan de lelijkheid.''

De schrijver Mitchell is dus al een paar jaar vooruit, maar de auteur Mitchell zal zich nog wekenlang bezig moeten houden met Cloud Atlas. ,,Ja, je ziet mij in het verleden, als het licht van een ster'', lacht hij. Om er haastig aan toe te voegen dat hij natuurlijk niet wilde zeggen dat hij een star is. Maar dat valt na volgende week nog te bezien.

David Mitchell: Cloud Atlas; uitg. Sceptre/Hodder and Toughton; 530 blz.; Prijs: £16,99

David Mitchell: Wolkenatlas; Vert. Aad van der Mijn; verschijnt begin november 2004 bij Querido; 536 blz.; Prijs: €22,50.