De lift is een lijkkist

Het Ro Theater speelt twee romans van Jeroen Brouwers. ,,Stank delen is een puurdere vorm van intimiteit dan opgedoft naast elkaar lopen.''

Stropdassen, honderdnegentien bonte exemplaren, netjes aan een rek en klaar voor gebruik. Maar de man die ze staat te keuren smijt ze ineens op de grond. Kwaad stelt de man orde op zaken. Hij legt ze neer in de vorm van een opzichtig kruis.

Het is een scène uit Zonsopgangen boven zee – niet uit het gelijknamige boek van Jeroen Brouwers, maar uit de voorstelling. ,,Houd het grof, hè'', roept regisseur Alize Zandwijk tijdens het repeteren naar acteur Rogier Philipoom. Men oefent in Rotterdam, in het eigen Ro Theater, en daglicht valt hier niet naar binnen. De hoofdpersoon in boek en voorstelling lijkt op Brouwers zelf. Vol wrok kijkt hij om naar het pensionaat waar hij als jongen lijfstraffen in ontvangst moest nemen: ,,Die Servatius grijpt mij bij de knoop van mijn stropdas, trekt mij voorover, met mijn halsband word ik gewurgd, [-] ergens klinkt gregoriaans. In het sporthok trekt hij mij niet meteen voorover tegen het tafelblad waarop de handstoffer al gereed ligt, zoals gebruikelijk.''

Erger nog was het verraad van de moeder. Samen met zijn moeder had de kleuter Jeroen een Jappenkamp op Java overleefd. En toen, in Nederland, deed die moeder hem weg, liet zij hem achter in dat lugubere pensionaat, om gezeglijk te worden, zei ze. Brouwers beschrijft die rotstreek van de Vrouw der Vrouwen zo overtuigend dat je zelf ook kwaad wordt.

Mensenhaat. Maatschappijhaat. Bestaanshaat. Levenshaat. Vrouwenhaat. Zelfhaat. Ziehier het resultaat van Brouwers' kindertrauma. De veertiger in Zonsopgangen boven zee durft geen enkele vrouw nog te vertrouwen. Toch heeft hij vrouwen nodig. Futloos pikt hij er om de zoveel tijd een op. Met een van hen, Aurora, komt hij vast te zitten in een lift. Door het gedwongen samenzijn met het jonge meisje en doordat het bijna kerst is, het feest van de geborgenheid en van gezinnen, denkt hij terug. Aan het pensionaat en aan zijn mislukte huwelijk, aan zijn talloze vriendinnetjes en aan zijn zoontje, aan zijn verval,zijn bindingsangst en zijn obsessie met de dood.

Wrede poëet

In Zandwijks enscenering spelen twéé acteurs die gekwelde ziel in dat gekwelde lichaam: Rogier Philipoom krijgt assistentie van zijn eveneens kalende collega Paul R. Kooij. Fania Sorel speelt het meisje Aurora plus alle andere vrouwenrollen en gedrieën schutteren ze wat af, op een vies matrasje. Dat matrasje stelt nu eens de lift voor en dan weer het optrekje van de gescheiden man; het ligt bezaaid met boodschappen en in combinatie met de paarsfluwelen broek van de vrouw ademt het de treurige sfeer van de jaren zeventig, toen alles moest kunnen en niets er iets toe deed.

,,Jullie worden daar zó éénzaam van'', legt Zandwijk haar spelers uit. Het meisje in de lift moet poepen; ze schaamt zich dood en haar schoonheid dreigt te bezwijken onder de last van de alledaagse lelijkheid. ,,Krijg voorlopig de kolere maar. Je stinkt uit al je holten en spelonken'', snauwt de man haar toe.Alsof hij het geluk bij voorbaat wil vernietigen. Terwijl hij toch ook tot tederheid in staat is: ,,Ach Aurora, dat briljanten smoeltje van je.''

Onaardig en aardig tegelijk moet hij zijn, Brouwers' wrede poëet, en de beide mannen op de bühne drukken nu eens haat en agressie uit en dan weer hunkering. Twee weken voor de première van het stuk testen zij het effect van hun naaktheid. Hoe vaak moeten zij zich van hun bruine pakken ontdoen en wanneer kleden ze zich dan weer aan? Philipoom staat duidelijk te talmen. ,,Wat voor onderbroek heb je aan?'' vraagt de regisseur. ,,Een string'', zegt de acteur quasi-betrapt. ,,Pak die onderbroek van gisteren dan, die past beter bij je rol'', adviseert Zandwijk. Terwijl Fania Sorel het hemd van Paul R. Kooij openknoopt knijpt Philipooms personage vol weerzin in zijn blote buik: ,,Mijn pens gevuld met modder.'' Beschaamd trekt hij het veel te grote lichtblauwe dessous tot over zijn navel. ,,Ze omarmt mij als een moedertje. Ze verzwelgt mij'', horen we hem panisch over het meisje denken.

Na de repetitie zegt Rogier Philipoom: ,,Hij wil zich zó graag aan een vrouw overgeven, maar steeds zit er een duiveltje in zijn hoofd dat hem tegenhoudt. Heel stom en heel tragisch.'' Aurora is dood, vermoedt hij. ,,Ze heeft zelfmoord gepleegd – zie het motief van de stropdas, die voor het benauwdzijn staat, het wurgen, het verhangen. De man ervaart die zelfmoord als verraad, hij voelt zich in de steek gelaten. Zijn tekst is een ode aan haar, om haar opnieuw te begraven en haar dood te kunnen aanvaarden. En die lift is natuurlijk ook een lijkkist. Maar we zijn er nog niet uit of hij zichzelf méé begraaft.''

Paul R. Kooij had aanvankelijk moeite met het boek, dat geeft hij ronduit toe. ,,Het was zo zwart, zo somber, ik had er helemaal geen zin in. Maar dwars door mijn weerstand heen ging ik het mooi vinden. Omdat die man ook de goorste dingen bloemrijk verwoordt, wat heel grappig is. Zelfs schelden doet hij met stijl. Iets ordinairs als `stomme kut' zou hij nooit over zijn lippen krijgen. Hij noemt dat meisje liever een aangeknabbelde vlinder.''

Dramaturg Erwin Jans bewerkte Zonsopgangen boven zee tot een theatertekst. Van Brouwers' monoloog maakte hij een stuk met botsende personages, want, zegt hij, ,,Alize Zandwijk is niet het type regisseur voor monologen. Zij wil conflicten zien. Ze houdt van rauw-realistisch theater, waar je in kunt geloven.''

Zo moet de toeschouwer in staat zijn om het verlatingstrauma van de hoofdpersoon persoonlijk mee te beleven: ,,We zijn allemaal weleens door iemand verlaten. Wat dat betreft is Brouwers' proza niet zo excentriek als sommige critici beweren. Het knappe van zijn werk is dat alle motieven kloppen.Bijna mathematisch correct valt alles op zijn plaats en toch ontroert het. En dat komt door de heftigheid, de urgentie, het niet-anders-kunnen.''

Tweeluik

Zonsopgangen boven zee maakt deel uit van een aan Jeroen Brouwers gewijd tweeluik. Bezonken rood is de andere helft van de `double bill' en die roman wordt geënsceneerd door de Ro Theater-leider Guy Cassiers. Intens rood licht beschijnt het podium van een schouwburg in Roosendaal waar Cassiers repeteert. Onder een miezerig videoschermpje zit een man. Hij zegt: ,,Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt.'' Vrouwengefluister per voice-over. Plensbui-geluiden en lichtflitsen over de achterwand. Reflecties in met water gevulde geulen. We kunnen ons nu voorstellen dat die enigszins op Brouwers lijkende man aan het Jappenkamp denkt, aan de Javaanse stortregens en de hitte. En aan zijn moeder, die net gestorven is als het verhaal begint. De man windt zich op. Al pratend beroert hij zijn geslacht en zijn orgasme klinkt als het gekwaak van kikkers.

Ach ja, de kikkers. `Kikkeren', was een bevel van de Japanners. De vrouwen en kinderen in het kamp moesten op handen en voeten rondspringen en kwaken, kwaken, kwaken, en wee degene die het onderwijl begaf: die werd doodgeslagen. ,,De dood is een monumentale bloedrode kikker'', schrijft Brouwers in Bezonken rood, en Cassiers schildert het motief met licht, kleur en geluid. ,,Voor mij is deze voorstelling het logische vervolg op Rotjoch en De wespenfabriek'', zegt hij. ,,Als Rotjoch de wereld is van een kind die zijn omgeving niet begrijpt, en de jongen in De wespenfabriek een adolescent die totaal geïsoleerd een totaal fictieve realiteit opbouwt, dan is het personage in Bezonken rood een volwassene die zich eveneens volledig heeft teruggetrokken en die zijn verleden herdenkt. Hun contactgestoordheid heeft iets wreeds, maar is ook eigen en poëtisch. Bezonken rood is een mooie afronding van dat mannelijk perspectief in drie extreme situaties.''

Videocamera's zijn in Cassiers' voorstellingen geduchte tegenspelers van de acteurs. Dit keer zijn er vijf camera's die de man van alle kanten observeren. ,,In de roman'', legt Cassiers uit, ,,kijkt de man steeds naar zichzelf en zijn spiegelbeeld kijkt terug. Het hele boek is een keiharde zelfanalyse. De camera's doen bij ons wat bij Brouwers de woorden doen: ze brengen hem kritisch in beeld. Wat ontstaat is een zelfportret van iemand die uit elkaar valt. Door zijn toestand in kaart te brengen vindt hij zichzelf toch terug. Daar heeft hij lang op moeten wachten, tot aan de dood van zijn moeder.''

Een ode aan het moederschap, zo noemt Cassiers Bezonken rood. ,,Want die moeder zet in dat kamp wel haar leven op het spel om haar kind te redden. En ze geeft haar zoon daar een belangrijk boekje, Daantje gaat op stap. De ontbrekende bladzijden verzint de jongen zelf en dat zijn de eerste stappen op weg naar zijn schrijverschap. Het is logisch dat hun relatie na het kamp verslechtert: de intensiteit van die kampjaren valt niet te evenaren.'' Cassiers ziet veel overeenkomsten met de reeks stukken op basis van A la recherche du temps perdu van Marcel Proust die hij bij het Ro Theater ensceneerde: ,,Ook voor Proust was de verhouding tot zijn moeder het model voor alle verdere liefdesverhoudingen. Maar terwijl Proust probeert dat gevoel voor de moeder bij zich te houden, neemt Brouwers afscheid.''

Daarenboven beschouwt Cassiers Bezonken rood als een ode aan het overleven. ,,Brouwers beschrijft zo mooi hoe hij nooit meer op een normale manier naar een vrouw kan kijken omdat hij in het kamp leerde dat vrouwen gefolterd moeten worden en gestraft. Bij mij wekken die beweringen een tegenreactie op. Ik mag nóóit zo over vrouwen gaan denken, houd ik mezelf steeds voor. Brouwers' personage denkt bijvoorbeeld: mijn vrouw is moeder geworden van mijn kind, ze is bij het baren beschadigd, nou gooi ik haar maar weg. Zulke gedachten wil ik niet eens tóelaten. Maar het straffe van het boek is: als je het leest ben je het met Brouwers ééns.''

Op het toneel poseert acteur Dirk Roofthooft voor de fotograaf. Hij speelt in Bezonken rood de kalende, oudere man, helemaal in zijn eentje. Het kleine videoscherm lijkt nu op een met luxaflex bespannen raam, en Roofthooft kijkt door de kieren naar buiten. Als hij klaar is met poseren zegt hij: ,,Die man zit opgesloten in zijn emoties. Toch zitten er nog een paar spleetjes in dat raam, in zijn gezicht, zijn masker. Er staat nog iets op een kier. Dat biedt een greintje hoop.'' De spleten op scherm en achterwand verwijzen ook naar de voile die de moeder droeg toen zij haar zoon bij het pensionaat afleverde. De voile verandert in tralies – tralies tussen moeder en zoon, tralies tussen de zoon en het hele `verraderlijke vrouwendom'. Roofthooft is het gaan begrijpen. Daar ging wel een tijdje overheen. ,,Eerst ergerde ik mij aan die man. Ik dacht: Als je zo negatief staat tegenover je moeder, waarom schrijf je dan een boek over haar? Waarom pronk je zo met je eigen ongenoegen, met het feit dat je niet wilt communiceren? Communiceer dan níet! Later begon ik die tegenstrijdigheid te waarderen. Die man bouwt afstand in – niet alleen tegenover zijn moeder, maar ook tegenover het publiek, en daar zit 'm juist de kracht, dat hij die emoties probeert tegen te houden. Het ontroerendste moment van heel het boek is op het eind, als hij in het bos staat terwijl zijn moeder in de crematoriumoven wordt geschoven. Hij zegt: `En ik voelde niets.' Na alle emoties die hij al heeft opgeroepen! Meesterlijk vind ik dat.''

De afhoudendheid van de verteller vereist een speelstijl die niet mag overdonderen. ,,Soms'', zegt Roofthooft, ,,maak ik een zin expres niet af. Of ik probeer onverstaanbaar te brabbelen en het niet erg te vinden dat jij het niet begrijpt. De weerzin tegen het vertellen en het dan toch zo mooi vertellen: dat is de spanning die ik erin moet houden.''

Ondertussen, in Rotterdam, oefenen de spelers van Alize Zandwijk nog steeds met de stropdassen. De mannelijke acteurs moeten die om hun geslacht heen trekken. Daarbij oreren zij knarsetandend over `de vergieting van het haatzaad'.

,,Geweldig, zo fel als Brouwers kan haten'', vindt Alize Zandwijk. ,,Er zijn Boeddha's nodig in dit leven, kalmerende grijsaards die elke negatieve gedachte verbannen. Maar er zijn óók mensen nodig die hun woede blijven voeden.Want woede is een vorm van verzet tegen onrecht.'' Tegen de acteurs zegt ze: ,,Nog even kokhalzen – maar wel met schoonheid, hè!''

`Bezonken rood'. 13 t/m 31 oktober, Rotterdamse Schouwburg. `Zonsopgangen boven zee', 20 oktober t/m 7 november, Ro Theater. Op 22 oktober is er een literaire salon met Jeroen Brouwers. Reserveren: 010-18110 of 010-4047070. Inl: www.rotheater.nl.