Blind voor het onheil

in zijn indrukwekkende Wenen en de joden, 1887-1939 heeft Steven Beller de invloed beschreven van joden op het culturele leven in Wenen. Massaal hadden zij zich tegen het einde van de negentiende eeuw in die stad gevestigd. Wenen bood veiligheid en relatief veel vrijheid. Belmer liet zien hoe nauw de culturele bloei verbonden was met de opkomst van een liberale joodse middenklasse die zich volledig identificeerde met de Duitse cultuur en deze ook stimuleerde als gretig publiek voor vernieuwende stromingen in de architectuur, beeldende kunst, literatuur en wetenschap.

Er is geen betere illustratie te vinden van de manier waarop deze periode van intellectuele en artistieke bloei eindigde in een orgie van ressentiment en primitieve bloedlust dan het leven van David Oppenheim, leraar klassieke talen, schrijver van filosofische essays en lid van de kring rond Sigmund Freud en later Adler.

Dankzij de bio-ethicus Peter Singer, auteur van onder andere Animal Liberation, die een mooie en ontroerende biografie schreef van zijn grootvader David Oppenheim, heeft de geschiedenis van de joden in Wenen nu een gezicht gekregen. Singer beschrijft in Pushing Time Away zijn persoonlijke zoektocht, via Oppenheims brieven en gesprekken met tijdgenoten die hem hebben gekend, naar de grootvader die hij zelf nooit heeft gekend.

David Oppenheim, telg uit een geslacht van bekende rabbijnen, leefde en werkte in het Wenen van voor de Tweede Wereldoorlog. Uit de correspondentie met zijn toekomstige vrouw, de natuurkundige Amalie Pollak, verschijnt het beeld van een gevoelige, intelligente man met een diepe belangstelling voor psychologische en filosofische vragen.

De briefwisseling begint in de zomer van 1904, als beiden nog studeren aan de universiteit van Wenen, met een verzoek om advies van David aan Amalie, drie jaar ouder dan hij en in zijn visie iemand die hem volledig zou kunnen begrijpen. Het `probleem' waar David mee worstelt, is de aantrekkingskracht die zijn eigen sekse op hem uitoefent. Hoewel David zijn gevoelens geheel weet te plaatsen en te rechtvaardigen in de klassieke Griekse cultuur, lijkt hij er toch onder gebukt te gaan. Al spoedig blijkt dat hij voor een goed begrip bij Amalie aan het juiste adres is: ook Amalie koestert gevoelens voor haar eigen sekse, zoals blijkt uit de plagerige opmerkingen van David over haar vriendschap met de mooie Martina.

Het moderne sprookje is compleet als David en Amalie uiteindelijk met elkaar trouwen, in het volledige bewustzijn van hun eigen en elkaars biseksualiteit, maar beiden geheel toegewijd aan hun huwelijk, dat inderdaad zeer goed lijkt te zijn geweest.

Amalie was een veelbelovende natuurkundige, die na haar afstuderen een uitnodiging kreeg om te komen werken aan het Max Planck Instituut in Berlijn om daar te promoveren. Daar zou zij zich ongetwijfeld hebben ontwikkeld tot een wetenschapsvrouw van internationale bekendheid. Maar Davids carrière kreeg voorrang en Amalie sloeg de uitnodiging af. En dat terwijl Amalie vele malen intelligenter en succesvoller in haar vakgebied was dan haar echtgenoot. Maar, terwille van het huwelijk en om in staat te zijn een gezin te onderhouden, zag David af van een academische carrière en werd hij leraar klassieke talen aan het Weens gymnasium, een eliteschool met een zeer goede reputatie.

In deze periode kwam David in contact met Freud, die hem na lezing van een essay dat David hem had toegestuurd, schreef graag samen met hem te willen werken op het gebied van mythologie en psychoanalyse. David Oppenheim werd lid van de kring rond Freud, de Woensdag-groep die bij Freud thuis bij elkaar kwam. De samenwerking kwam inderdaad tot stand en duurde totdat Oppenheim in het conflict tussen Freud en Adler de kant van de laatste koos. Hij deed dat niet eens omdat omdat hij het inhoudelijk met Adler eens was, maar vooral omdat hij vond dat Freud zich dictatoriaal gedroeg en elke wetenschappelijke discussie onmogelijk maakte door vast te houden aan het dogma van de rol van het libido.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was David Oppenheim officier in het leger van de `Kaiser und König' monarchie. Hij ging als patriot en conservatief en met een zekere gretigheid de oorlog in en kwam er als pacifist en sociaal-democraat uit. Singer geeft een verbazingwekkend helder beeld van de verandering die zijn grootvader onderging en van de transformerende ervaring die eraan voorafging.

Hoewel de opkomst van het nazisme David Oppenheim met afschuw en zorg vervulde, maakte hij zich geen enkele zorg om zijn eigen veiligheid, overtuigd als hij was dat zijn militaire staat van dienst hem zou beschermen. Zoals zo veel Duitse joden ook dachten. Ook het vertrek van zijn beide dochters met hun gezinnen naar Australië en de invoering van de ene na de andere anti-joodse maatregel doordrongen hem niet van het gevaar waaraan hij zich zou blootstellen als hij zou blijven. Pas toen de deportaties begonnen, was David Oppenheim ervan overtuigd dat het beter zou zijn te vertrekken. Maar toen was het te laat.

David Oppenheim overleed in Theresienstadt, Amalie overleefde de oorlog en volgde na de oorlog de kinderen naar Australië, met alle documenten en brieven die bewaard waren gebleven.

Peter Singer heeft een waardig monument voor zijn grootvader geschreven. Tegelijkertijd is het ook een nieuwe fase in Singers eigen ontwikkeling, althans dat lijkt mij onvermijdelijk. Op verschillende plaatsen in het boek vraagt Singer zich af hoe dichtbij of hoe ver van elkaar verwijderd hij en zijn grootvader zijn op filosofisch gebied.

David Oppenheim was een humanist in de traditie van de Renaissance, zijn filosofische opvattingen zijn verbonden met die van de klassieke oudheid. Natuurwetenschappen spelen in zijn denken niet of nauwelijks een rol. Zijn wezenlijke belangstelling geldt `het wezen van het menszijn.' Peter Singer is eerder een romanticus. Bij hem liggen de concepten `natuurlijk' en `goed' heel dicht bij elkaar, als ze elkaar niet vrijwel geheel overlappen. De vraag die zich opdringt, is of Singer door het contact met de denkwereld van zijn grootvader of misschien nog meer door het lot van zijn grootvader niet zal gaan twijfelen aan zijn meer extreme opvattingen, zoals die over de gelijke waarde van een mensenleven en bij voorbeeld dat van een rat.

Peter Singer: Pushing Time Away. My Grandfather and the Tragedy of Jewish Vienna. Granta Books, 272 blz. €29,95