Column

Angsthazenwinden

Als morgen iemand in deze krant een vernietigende column over mij wil schrijven en de hoofdredacteur zou deze weigeren omdat het zielig voor me is, dan zou ik onmiddellijk mijn medewerking aan NRC Handelsblad opzeggen. Ik schrijf dit naar aanleiding van een weinig complimenteuze column van Arnon Grunberg over VPRO-medewerker Freek de Jonge, die door het gidsje van die omroep geweigerd werd. Dat is toch een regelrechte belediging van Freek, die mij mans genoeg lijkt om op een aanval op hem wel of niet te reageren.

Grunberg was zo slim om het stukje alsnog in het Belgische omroepblad Humo af te drukken. Hij vertelde daarin dat het elders geweigerd was. In Vrij Nederland van deze week verdedigt de hoofdredacteur van de VPRO-gids, ene Hans van Dalfsen, zich uiterst slap. Hij had net een interview met de jarige komiek afgedrukt en Freek was net aan een nieuwe serie voorstellingen begonnen, vandaar.

Het stukje van Grunberg was niet zachtzinnig en ik vond het persoonlijk erg geestig. Ik vrees dat Freek er zelf minder om gelachen heeft. Hoewel? Het lijkt me dat hij wel wat kan hebben.

Je kan Grunberg een hoop verwijten, maar schrijven kan hij. Tot nu toe ben ik zelf twee keer aan de beurt geweest in zijn VPRO-stukjes. Beide keren wilde hij me dood hebben. Hartstikke dood zelfs. De tweede keer gaf hij me ook nog een zelfmoordtip mee: ik moest met een defecte parachute uit een vliegtuig springen. Daarna heb ik weken met zelfmoordplannen rondgelopen. Waarom heeft hoofdredacteur Hans van Dalfsen mij dit aangedaan? Omdat ik bij de VARA zit? Ik ben toch ook een mens? Grunberg neem ik niks kwalijk. Kwetsen is ons werk.

Eerlijk gezegd ben ik verbijsterd dat een clubje als de VPRO dit soort censuur toepast. Als het Waddinxveense sufferdje een lullig stukje over de voorzitter van de Boskoopse winkeliersvereniging weigert, dan snap ik dat. En dat ik in het programmaboek van Ajax niet teruglees dat we Van der Vaart wat vaker op de sportpagina’s dan met zijn Barbie in allerlei glossy bladen willen zien schitteren, begrijp ik ook nog. Maar dat de VPRO een grappig stukje over

een kritische cabaretier weigert, vind ik ronduit onthutsend. Het leuke is dat als de column gewoon in het gidsje was afgedrukt er

geen haan naar had gekraaid.

Dan was het buiten de grachtengordel niemand opgevallen. Nu krijgt het veel meer aandacht.

Veel lezers willen nu weten wat hij precies over mijn jarige collega geschreven heeft. En inderdaad:

het cursiefje gonst over het internet.

Deze week hoorde ik nog een ander mooi voorval: Oltmans ging dood en in de Volkskrant verscheen een in memoriam waarin zijn verdediging van het vrije woord nogal geprezen werd. Arie Kuiper, de vroegere hoofdredacteur van De Tijd, stuurde een ingezonden brief dat het met die verdediging van het vrije woord nogal meeviel. Hij somde in zijn schrijven een aantal door Oltmans gesteunde dictatoriale regimes op. Stuk voor stuk regeringen en leiders die de perscensuur niet echt schuwden. In die brief sprak Kuiper ook zijn verbazing uit dat Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, een rouwadvertentie had ondertekend waarin Oltmans’ verdediging van het vrije woord ook al werd geprezen. De brief werd keurig afgedrukt, alleen werd de passage over de heer Broertjes geschrapt. Volgens de heer Broertjes heeft een vazal van hem dat gedaan. Niet op zijn gezag. Een inktkoelie die op promotie en een grotere lease-auto hoopt.

De penetrante geur van angsthazenwinden hangt op de redacties van beide ooit zo linkse clubjes. Wat zou ik me als cabaretier en/of hoofdredacteur genaaid voelen. Zelf schrijf ik wekelijks in de VARA-gids en in datzelfde blaadje word ik regelmatig afgeserveerd door Herman Brusselmans en Theo van Gogh. Bij de laatste vind ik dat zelfs prettig. Zou het verschrikkelijk vinden als hij fan van me was. Maar als ik zou horen dat de VARA zijn stuk geweigerd had of er in had geschrapt dan pas zou ik gekwetst zijn. Nu niet. Juist niet. Nu denk ik als ik zo’n stukje lees: ik irriteer, dus ik besta. Kortom: het leven is wél leuk!