Als ik niet kijk, zie ik het niet

Het is een gewoonte geworden dat buitenlandse correspondenten aan het einde van hun correspondentschap een boek schrijven over het land waar ze drie, vier, misschien wel vijf jaar hebben gewoond. Meestal beogen die boeken méér te zijn dan alleen een terugblik van de verslaggever. Het land in kwestie moet geduid worden, verklaard, uitgelegd aan een breed publiek. In het geval van Afrika-correspondenten betekent dat meestal dat ze zich een bij voorbaat onmogelijke taak stellen. De geografische reus Afrika leent zich niet voor eenduidige verklaringen; daarvoor is het te groot en te complex.

The New York Times-correspondent Howard French vindt dat ook. Zijn boek, geschreven na vier dienstjaren als chef West-Afrika in Abidjan, begint zo: `Afrika ontgaat ons; het staat zo duidelijk op de kaart, en is toch zo moeilijk te bevatten.' Toch kan hij de verleiding niet weerstaan een antwoord te formuleren op de vraag waarom Afrika geplaagd wordt door corruptie en geweld. Dat Afrika is het Afrika dat hij tijdens zijn correspondentschap bezoekt, niet het Afrika waar hij woont, het destijds nog welvarende Ivoorkust, dat rustig is – op het saaie af. Net als veel van zijn collega's wil French naar Afrika om die verhalen te schrijven die in zijn ogen nooit verteld worden, verhalen over de mensen en hun cultuur. Van zijn goede bedoelingen komt niets terecht. Het nieuws krijgt nu eenmaal voorrang. En nieuws is er in overvloed, tussen 1994 en 1998. A Continent for the Taking behandelt het uiteenvallen van Zaïre en de opkomst van krijgsheer Charles Taylor in Liberia. In mindere mate komen Nigeria en Mali aan bod.

Het boek is in de eerste plaats het verslag van een betrokken journalist. French, wiens voorouders uit Afrika stammen, maakt eerst kennis met Mali, waar hij als jonge rugzaktoerist op zoek gaat naar `authenticiteit'. Daarna volgen Nigeria en Zaïre, maar dan is French al correspondent en richt hij zijn aandacht op nieuwsverhalen als het Ebola-virus. Dat plaatst hem voor een onoplosbaar dilemma. Het Ebola-virus is het zoveelste gruwelverhaal uit Afrika dat wereldwijd de voorpagina's haalt. Het is precies het soort bericht dat op belangstelling van het Westen kan rekenen het énige soort bericht dat op belangstelling kan rekenen. French citeert een Keniaanse analist: `Wat Afrika betreft is er een voortdurende zoektocht naar tragedies met een nieuw gezicht; het heeft iets van: wat is de laatste trend in genocides?' Maar de epidemie is zo'n sappig verhaal dat French niet kan achterblijven bij de honderden buitenlandse collega's die spoorslags naar Zaïre zijn afgereisd. Met tegenzin zet hij zich aan het werk.

De dubieuze, hypocriete rol van het Westen komt steeds terug, en is het belangrijkste thema van dit boek. Het lukt French lang niet altijd een sluitende analyse te maken. De hoofdstukken over Mali en Nigeria overtuigen alleen in hun beschrijvingen. Pas als het op Amerikaanse politiek aankomt, raakt de auteur echt op dreef. Amerika heeft Afrika keer op keer verraden, meent French. Als correspondent van The New York Times zit French in een uitstekende positie om het Afrika-beleid van de regering-Clinton op de voet te volgen. Zijn kritiek is actueel. De grootste verandering onder Bush is dat Afrika zo mogelijk nog verder is opgeschoven naar de periferie van de Amerikaanse radar. French maakt gehakt van Madeleine Albright, aanvankelijk in haar rol van VN-gezant, later als minister van Buitenlandse Zaken. Veelzeggend is het bliksembezoek dat Albright in 1996 aan Liberia brengt. De strijdende partijen zijn het eens geworden over een staakt-het-vuren, de contouren van een broze vrede tekenen zich af, maar er is dringend geld nodig om het verwoeste land weer op de been te helpen. Liberia is het enige Afrikaanse land waarmee Amerika een historische band heeft. Maar Albright voelt zich tot niets verplicht. De motoren van haar vliegtuig bulderen terwijl ze een kille toespraak houdt. Liberia moet zijn eigen problemen maar oplossen. Als kort daarna het conflict weer oplaait, geeft zelfs de Amerikaanse ambassadeur toe dat het niet zover had hoeven komen. French is erbij als de hoofdstad Monrovia onder vuur ligt. Vorig jaar zomer heeft de geschiedenis zich herhaald. Opnieuw gaf Amerika niet thuis toen er hevige gevechten uitbraken.

Een ontluikende democratie als Mali wordt aan zijn lot overgelaten, ondanks voorbeeldig economisch gedrag en aandacht voor mensenrechten, terwijl Oeganda miljoenen aan hulp ontvangt omdat president Museveni de rebellen in buurland Soedan steunt in hun opstand tegen de islamitische regering.

Amerika's onvoorwaardelijke steun voor de Rwandese leider Paul Kagame stemt French het meest cynisch. Die is ingegeven door afgrijzen over de genocide en een daaruit voortvloeiende foutieve analogie met de holocaust. Amerika denkt in termen van goed of kwaad, van helden of schurken. Maar zo simpel ligt het niet, zeker niet in Centraal-Afrika. French beschrijft hoe de Amerikaanse diplomaat Bill Richardson in 1997 over het vertrek van Mobutu komt onderhandelen. Zaïre wankelt onder de opmars van de door Rwanda gesteunde rebellenleider Laurent Kabila. Van de ene op de andere dag wordt Mobutu, jarenlang de favoriet van Washington, afgedaan als een schurk. De nieuwe good guy heet Kabila. Dat tegelijkertijd een massaslachting plaatsheeft onder Rwandese Hutu-vluchtelingen, wil niemand weten, want dat past niet in het plaatje.

French laat weer eens zien hoe het Westen reageert als zich een drama in Afrika voltrekt: zolang we niet erkennen wat er gebeurt, hoeven we ook niet in actie te komen. De crisis in Darfour is daarop geen uitzondering. French heeft er genoeg van na een bezoek aan een Hutu-vluchtelingenkamp. Een muggenbeet doet hem de das om. Hij krijgt malaria en voelt zich zwakker dan ooit. Afrika-correspondent zijn betekent de rol spelen van veredelde brandweerman, zegt French, en dat vreet energie. French vindt dat het Westen meer oog zou moeten hebben voor de prestaties van Afrika, maar laat onvermeld welke die prestaties zijn. In Afrika is evengoed reden tot optimisme, maar journalisten die van brandhaard naar hotspot rennen, vergeten dat nogal eens.

Howard W. French: A Continent for the Taking: The Tragedy and Hope of Africa. Knopf, 304 blz. €25,55