Alleenheersers in Best

Het boek heet Zeldzame Mensen. Een rare titel eigenlijk, die doet denken aan vreemde volkeren die zich schuilhouden langs de Amazone of in de jungle van Afrika. Maar fotograaf Toon Michiels (1950) bleef dicht bij huis, in Noord-Brabant. Uitzonderlijk atmosferische fotografie heeft die Michiels in de afgelopen dertig jaar gemaakt. Kijk eerst maar eens naar het kleine boekje met een keuze uit zijn werk dat het Noordbrabants Genootschap in 1991 heeft uitgegeven. Hij vloog van het ene naar het andere werelddeel. Van IJsland naar Colorado, van Mississippi naar Spanje, terwijl hij zich best tot één enkel continent had kunnen beperken. Want waar Michiels met zijn camera voet op vreemde bodem zette, zocht hij de verlatenheid op, alsof hij steeds weer zoiets als visuele geruisloosheid wilde vastleggen. Wie bij het vallen van de avond tweeduizend meter boven het aardoppervlak alleen in de sneeuw heeft gestaan, herinnert zich hoe oren zo weinig raad weten met de stilte dat ze zelf maar wat gesuis gaan produceren. Dat is het gesuis dat Michiels zichtbaar maakt.

Zeldzame Mensen is een heel ander boek, een veel vroeger boek ook. Michiels heeft twee van zijn `zeldzame' soortgenoten langere tijd van nabij gevolgd in hun alledaagse doen en laten. Ze heten Sjo Pol en Marinus de Bresser en ze wonen op hun oude dag nog steeds in een Brabantse boerderij in Best, ergens tussen Den Bosch en Eindhoven. In zijn inleiding noemt Ronald de Leeuw, hoofddirecteur van het Rijksmuseum in Amsterdam, Sjo en Marinus `relieken van een vroeger leven', omdat ze `zo dicht bij het Paradijs lijken te staan'. De Leeuw houdt er 19de-eeuwse, romantische opvattingen op na. Zijn Paradijs komt overeen met een oord waar een soort `primitivisme' heeft gezegevierd over de vooruitgang – interessant om je verbeelding op los te laten, maar het is een prachtleven dat vooral anderen maar in die woeste vorm moeten leven.

Sjo zaagt nog zelf het hout voor de houtkachel, zoals ze ook zelf de kippen en varkens slacht. De koffie maalt ze op schoot in een molentje en de petroleumlamp vraagt steeds weer om petroleum. Op en nabij het erf, dat na elke regenbui in een moddervlakte verandert, moeten de aardappels worden gerooid, de koeien gemolken en de paarden gevoederd. Geen deur of hij hangt er maar een beetje bij, geen binnenmuur of hij is behangen met rook, vuil en spinnewebben, en nergens is een radio of televisie om zich van dit fundamentele bestaan te laten afleiden.

Is dat allemaal vreselijk? Welnee, Sjo en Marinus lijken het daar goed en vanzelfsprekend met elkaar en met de dingen te kunnen vinden. De foto's suggereren dat ze in die vertrouwdheid misschien al een eeuw samen zijn. Ze leven als alleenheersers, over hun land en hun dieren, ze doen wat hun voorouders deden en ze laten zich door niets en niemand van de wijs brengen. Marinus ploegt verder, Sjo bidt af en toe voor bijstand en ze zullen elkaar overeindhouden zolang het leven hun gegeven is.

Michiels heeft hen ongepolijst gefotografeerd in alle schakeringen die houtskool kan aannemen. Alleen pal voor het raam licht het wit op. De Leeuw vergelijkt dit fotowerk terecht met de tekeningen die Van Gogh maakte van de Nuenense landarbeiders: het existeren tussen hemel en aarde, zonder poespas. Michiels deed hetzelfde, en dat kon hij ook zo intiem doen omdat hij vermoedelijk als een onzichtbaar kind aan huis zijn gang kon gaan.

In 1974 verscheen het eerste boekje over Sjo en Marinus. Die opnamen zijn nu samengevoegd met tientallen niet eerder gepubliceerde foto's uit diezelfde jaren zeventig en tachtig, in totaal 120. Bijschriften en jaartallen zijn weggelaten, maar achterin het boekje is te zien hoe in het schemerdonker Marinus door Sjo moet worden geholpen met eten, en hoe hij vanaf zijn sterfbed in het bijna duister nog een blik werpt op de fotograaf. Niet veel later zou ook Sjo overlijden. Op de plek van die boerderij in Best staat nu een nieuwe stadswijk. De vooruitgang wint altijd. Gelukkig maar dat Toon Michiels destijds de zeldzaamheid van alles en iedereen op die plek heeft beseft en vastgelegd.

Toon Michiels: Zeldzame Mensen. Kempen Publishers, 142 blz. €34,50