Afrikaans (1)

Getuige de alarmerende koppen boven het artikel van Elsbeth Etty (Cultureel Supplement, 8 oktober 2004) verkeert het Afrikaans in een `doodsstrijd' en `[breekt] Breyten Breytenbach met zijn moedertaal'. Toen ik de Zuid-Afrikaanse dichter en hoogleraar literatuurwetenschap Henning Pieterse met deze schrikbeelden confronteerde, was zijn reactie: ,,Nee, ek dink nie Afrikaans is in 'n `doodsstryd' gewikkel nie. Daar gebeur nog te veel m.b.t. Afrikaanse publikasies, Afrikaans in die `public domain'.'' En over Breytenbach: ,,Wat?! Het Breyten WEER met sy moedertaal gebreek? Dit moet nou al die tiende keer wees ...!''

Er gebeurt van alles binnen het Afrikaans (kijk maar op www.litnet.co.za). Als je zoals Etty een stel stoffige academici uit het oude Zuid-Afrika ontmoet, in een oerconservatief blank bolwerk als Potchefstroom, geheid dat je dan doemtaal te horen krijgt. Dat de geïnterviewde hoogleraren klagen over het wegblijven van studenten Afrikaans is vreemd: het Afrikaans was tijdens de apartheid beschermd, gedijde in een kunstmatige situatie. Het is dan ook geen wonder dat Afrikaner universiteiten na 1994 in rap tempo `zwart' werden. Ze moesten wel.

Het Afrikaans sterft heus niet uit. Welnee, het gaat een nieuwe toekomst tegemoet. Van ondermijning is echt geen sprake. Het Afrikaans moet zijn enorme potentie waarmaken, maar nu op eigen kracht.

Tot slot: Etty kan niet volhouden dat C.J. Langenhoven en C. Louis Leipoldt tegen de apartheid waren: zij overleden respectievelijk in 1932 en 1947.