Aanvaardbaar liegen

Vier weken had ik geen radio gehoord, geen televisie gezien, alleen de kranten gelezen. De voordelen van de krant zijn: dat hij geen geluid maakt, alleen beweegt als de lezer het wil, dat je kunt kiezen wat je wilt lezen en als je dat goed doet, blijf je beter op de hoogte. Op weg van de aankomsthal naar de taxi's stond ik opeens, onvoorbereid, weer in het keiharde, razendsnelle eigentijdse leven. Tegenover de uitgang stond een groot beeldscherm met geluid. Daar was iemand in spastische versnelling bezig, iets lekkers uit te pakken. Wat er gezegd werd viel niet te verstaan. Terwijl ik in de taxi stapte, zag ik aan zijn volgepropte wangzakken en zijn verheerlijkte ogen dat het hem goed smaakte.

De volgende dag op de redactie ging het gesprek over het tweede debat tussen George Bush en John Kerry, in het bijzonder over het jasje van de president. Dat had een kleine bult vertoond, of misschien was het een schaduw geweest, in ieder geval iets dat daar niet hoorde. De president is op zijn slagvaardigst als hij zijn eenvoudigste teksten zegt. Kerry is beter in de ingewikkelde argumentatie, en dan zegt Bush dat hij een liberal is die de belastingen wil verhogen. Geen kwaad woord over dit soort debatteerkunst. Als er geen demagogie was, dan ook geen politiek. Iedere kijker moet voor zichzelf uitmaken wie hij gelijk geeft.

Maar wat had die oneffenheid in het jasje van de president te betekenen? De meesten veronderstelden dat het een geheim apparaatje zou zijn waarmee de president door Karl Rove in geval van nood weer draadloos op het goede pad kon worden gebracht. De media hebben er verder geen aandacht aan besteed. Misschien hebben we ons vergist, misschien horen we het later. Het gaat hier niet om de waarheid, maar om de achterdocht tegen de voorstelling. Bij de geringste inbreuk op je normale verwachtingen geloof je al niet meer wat je hoort en ziet. Of moeten we zeggen dat je pas in de voorstelling gaat geloven als je merkt dat er een poging wordt gedaan om je bij de neus te nemen? Is het pas echt, als het bewijs van bedrog zichtbaar wordt?

Woensdagavond op het nieuws van RTL4 had Max Westerman, de Amerikaanse correspondent, een bijdrage met als strekking dat menig Amerikaanse kiezer nu zo weinig gelooft van wat de kandidaten beweren en wat de media er dan over te melden hebben, dat hij in zijn naderende radeloosheid alleen nog op de satirici vertrouwt. Vice-president Dick Cheney heeft een lesbische dochter. Dat is voor veel godsdienstig gemotiveerde kiezers geen aanbeveling. De grappenmaker verschijnt op het toneel, doet alsof hij John Edwards is, in debat met Cheney, en vraagt: ,,Hoe gaat het met uw LESBISCHE DOCHTER!?'' Zo bereikt deze waarheid het volk.

Waarheid en wat we noemen echtheid, authenticiteit, zijn in het hele westen en in het bijzonder in Amerika onontwarbare problemen. Liegen hoort sinds mensenheugenis tot iedere beschaving. Het mag niet, maar zonder een scala van tactische leugens zouden we misschien nog holbewoners zijn. Je moet maat houden, liever niet in een situatie raken waarin liegen verleidelijker is dan de waarheid zeggen. Dat wordt hoe langer hoe moeilijker. De publiciteit dringt naar een steeds geraffineerder vorm van liegen, tot we in een gebied raken waar de leugen aanvaardbaar is geworden. Het optuigen van de waarheid tot iets wat daar misschien in de verte nog iets mee te maken heeft, is een industrie geworden. Het is zo algemeen en vanzelfsprekend dat niemand nog iets van het product gelooft, terwijl iedereen er vrede mee heeft. Dat moet wel, want er valt niets aan te doen. Tot dat stadium zijn we in de politiek dicht genaderd.

Dan komen we aan de verhouding tussen de objectieve waarheid en de persoonlijke echtheid. In zijn serie `Gemengde berichten', in de Volkskrant, heeft Martin Sommer daaraan een mooi essaytje gewijd. Met Pim Fortuyn lijkt voor Nederland het probleem te zijn opgelost. Hier is nu de hoogste deugd de authenticiteit. ,,En in Nederland betekent authenticiteit: elkaar de waarheid zeggen. Vol overgave.'' Als voorbeeld voert hij o.a. Rob Oudkerk op. ,,U doet zo authentiek, krijgt u soms advies?'' vroeg iemand uit het publiek hem. ,,Ja, ik krijg advies'', zei de politicus. In de Partij van de Arbeid is grote behoefte aan authentieke mensen, lichtte hij toe.

,,Geen orgeltoon maar uw persoon!'' zei Nicolaas Beets. Komt dat niet in de buurt van `Ik zeg wat ik denk'? Beets is nog geciteerd door Conrad Busken Huet op de begrafenis van P.A. de Genestet. Het probleem van echtheid en waarheid bestond al, maar toen waren er nog geen moderne media, geen spindoctors, er was geen image waaraan je kon prutsen. Nu kunnen we alles produceren.