Wilt u misschien een kopje cocathee?

Boliviaanse cocaboeren pleiten voor een andere aanpak van de internationale drugshandel. Coca moet weer legaal zijn. Cocaïne moet verboden blijven.

Het cocamuseum uit de Boliviaanse hoofdstad La Paz streek vorige week neer in Amsterdam. De oprichter van het Museo de Coca, de psychiater Jorge Hurtado Gumucío, wil bezoekers er van overtuigen dat de plant méér is dan een grondstof van cocaïne. Deze herfst stopte Hurtado een deel van de collectie in drie koffers en reisde af naar Europa. In Parijs, Barcelona en Amsterdam pakte hij ze uit om te lobbyen voor de cocaplant.

Op uitnodiging van een Amsterdams inloopcentrum heeft hij, in wat normaal een gebruikersruimte is, zijn museum ingericht. Onder het genot van een kopje cocathee verspreidt hij zijn boodschap: ,,Gebruik geen cocaïne.'' En: ,,Open de wereldmarkt voor cocaproducten: cocathee, cocashampoo of cocatandpasta.''

De psychiater raakte betrokken bij de cocabeweging toen hij cocaïneverslaafden ging behandelen met cocabladeren. Die blaadjes kunnen, volgens hem, een zelfde functie vervullen als methadon voor heroïnejunks. In 1995 nodigde de Jellinek-kliniek hem uit om te praten over zijn experiment. Men spreekt daar nog steeds van een ,,interessante benadering''. Christian Krappel, medisch directeur van Jellinek, benadrukt dat Hurtado geen wetenschappelijk bewijs heeft voor zijn behandelmethode. ,,Maar in een arm land als Bolivia, waar coca volop aanwezig is en medicijnen duur zijn, kan het sommigen wellicht helpen.''

Hurtado wijst op een onderzoek van de Amerikaanse Harvard Universiteit, waaruit blijkt dat bij het pruimen van cocabladeren slechts weinig alkaloïden (de werkzame stoffen in cocaïne) door het bloed worden opgenomen. Volgens de Amerikaanse onderzoekers zitten de blaadjes wel vol met vitaminen, mineralen en eiwitten. De bevolking van de Andes wist dit al: die kauwt de blaadjes sinds vierduizend jaar om honger, dorst, koude en vermoeidheid te onderdrukken. ,,Ook de Spanjaarden onderkenden dit toen ze [in de koloniale tijd] de indianen met zakken vol coca de mijnen in stuurden'', aldus Hurtado.

Sinds de tweede helft van de vorige eeuw probeert de Boliviaanse overheid de coca uit te roeien en boeren te stimuleren gewassen als maniok, ananas of koffie te verbouwen. De Amerikanen stimuleren en financieren deze programma's met titels als `Coca Nul' en `Plan Waardigheid'. Over het succes zijn voor- en tegenstanders verdeeld.

Waarnemers signaleren dat als de coca in de ene regio verdwijnt, de teelt elders weer opduikt. Grootste obstakel voor de complete uitroeiing is dat de alternatieve gewassen nooit zo veel opleveren als coca. Bovendien wordt coca met helikopters en vliegtuigjes opgehaald uit de meest afgelegen gebieden. Hurtado: ,,Terwijl boeren met hun ananassen uren moeten lopen naar de dichtstbijzijnde markt.''

Einddoel van het reizende museum is Genève. In deze stad, waar coca in 1961 tijdens een internationale conventie op een zwarte lijst werd geplaatst, wil Hurtado een petitie aanbieden. ,,Wij Bolivianen, maakten nooit drugs van coca, voordat de Amerikanen met hun cocaïne kwamen aanzetten. De plant verbieden is de wereld op zijn kop.''

Hij zal zich in zijn petitie ook richten op de uitzonderingen die in 1961 werden gemaakt: het cocaverbod geldt niet voor farmaceutische bedrijven en `smaakstoffen'. Hurtado is niet zozeer boos op de farmaceuten, als wel op Coca-Cola. Sinds het begin van de vorige eeuw mogen in frisdrank geen alkaloïden meer zitten, maar cola bevat nog wel een smaakextract gemaakt van coca. Hurtado: ,,Tijdens die drugsconventie werd speciaal voor Coca-Cola een uitzondering gemaakt.''

Hurtado heeft concurrentie van een eveneens rondreizende tentoonstelling van de regering-Bush waarin die een verband legt tussen haar oorlog tegen drugs en die tegen terreur. Vorige maand streek de expositie neer op het Times Square in New York. In een drie verdiepingen tellend gebouw zijn naast een Afghaans heroïnelaboratorium ook wrakstukken van het verwoeste WTC te bewonderen. Bezoekers wordt verteld dat narcodollars terechtkomen bij terroristen in Afghanistan, Peru en Colombia.

In Bolivia, het land met de grootste inheemse bevolking van Zuid-Amerika, manifesteert het verzet tegen de War on Drugs zich het sterkst. Bij presidentsverkiezingen in juli 2002 werd Evo Morales, de vakbondsleider van de cocaboeren, nipt tweede. Oktober vorig jaar moest president Gonzalez Sánchez de Lozada het veld ruimen na wekenlange protesten van cocaboeren, Aymará-indianen, leraren, vakbonden en politici van de oppositie. Bij deze anti-neoliberale en anti-Amerikaanse protesten onder leiding van Morales vielen destijds ongeveer 70 doden.