Visum

Verandering van lucht kan ook voor een columnist nooit kwaad, dus waarom niet een poosje naar de Verenigde Staten, in casu New York, waar met het oog op de verkiezingen interessante weken aanbreken?

Ik wilde in mijn legendarische voortvarendheid het vliegtuig al boeken, toen ik hoorde dat journalisten tegenwoordig een speciaal mediavisum nodig hebben om Amerika binnen te komen. Er zijn gevallen bekend van visumloze journalisten, die op Amerikaanse vliegvelden grimmig werden vastgehouden en ondervraagd alvorens te worden teruggestuurd.

Ik wendde me tot het Amerikaanse consulaat in Amsterdam voor nadere inlichtingen. Voor vijftien euro, te geef, mag je bellen met een medewerkster, die vervolgens in hoog tempo een aantal eisen over je uitstort die je het gevoel geven dat je een atoomspion uit Noord-Korea bent.

Ik moest een afspraak maken met het consulaat om aldaar te overhandigen: fotokopieën van bankafschriften, salarisstroken, een financiële garantstelling voor mijn meereizende vrouw (hoewel zij aanzienlijk solvabeler is dan ik), het koopcontract van mijn huis, hypotheekovereenkomst en werkgeversverklaring.

In de tussentijd moest ik thuis lange vragenlijsten invullen. In het bijzonder troffen me de vragen: probeert u de Verenigde Staten binnen te komen voor subversieve of terroristische acties? Bent u lid van een terroristische organisatie? Heeft u ooit deelgenomen aan vervolgingen geleid door de nazi-regering van Duitsland, of aan genocide?

Gelukkig hoefde ik geen andere vragen over mijn wreedheid te beantwoorden, zoals: hoe vaak per week slaat u uw vrouw, en heeft u wel eens gewelddadige fantasieën bij het aanschouwen van de president van de Verenigde Staten?

Als ik tevoren ook nog eens 85 euro overmaakte, mocht ik me op een bepaald tijdstip (kwart over acht in de morgen) bij het Amerikaanse consulaat vervoegen.

,,En mijn vrouw'', vroeg ik onderdanig, ,,heeft zij ook een mediavisum nodig à raison van 85 euro?''

,,Natuurlijk'', zei de medewerkster.

Dat zij géén journalistieke arbeid zou verrichten, maakte niets uit.

Toen wij ons die ochtend bij het consulaat meldden, stonden er nog een stuk of tien lotgenoten te wachten. Vijf meter van ons vandaan hielden twee bewakers ons vanuit een politiebusje in de gaten. Uiteindelijk mochten we één voor één, gevisiteerd en wel, via detectiepoorten naar binnen. Ik overhandigde mijn paperassen aan een streng kijkende ambtenaar die ze snel doornam en toen vroeg: ,,Waarom heeft u het adres van uw middelbare school niet ingevuld?''

,,Die bestaat niet meer'', zei ik.

Hij zuchtte en stuurde me door naar het loket waar de consul, een vrouw van eind veertig, op me wachtte.

,,Uw vrouw heeft geen mediavisum nodig'', zei ze.

,,Maar ik moest het wel aanvragen'', zei ik. ,,Stort u dan die 85 euro terug?''

,,Nee'', zei ze allervriendelijkst, ,,terugbetalen doen we nooit.''

Toen begreep ik waarom het land waar ik heen wilde, het rijkste ter wereld is.