Slagzinnen en 90-seconden eloquentie

Het derde en laatste presidentiële debat ging vooral over binnenlands beleid. President Bush was in de verdediging.

Het derde en laatste presidentiële debat, gisteravond in Arizona, was anders dan de vorige twee. Nu ging het om heel Amerika. Het is onmogelijk gefundeerd te zeggen wie won, maar het was duidelijk wie in de verdediging was: George W. Bush.

In het eerste en tweede presidentiële debat probeerden Bush en Kerry op verschillende segmenten van het Amerikaanse kiezerspubliek te mikken. De Democratische uitdager wilde onafhankelijke kiezers en bezorgde moeders aanspreken. George W. Bush probeerde in de eerste plaats zijn conservatieve basis te behagen – doel: een maximale opkomst.

Gisteravond richtten beide kandidaten hun pijlen op de laatste zwevende kiezers. Dat leverde een meer gematigde president op, ook al had hij nog steeds zichtbaar moeite met zo veel ongunstige rapportcijfers, kalm gepresenteerd door zijn tegenstander.

Terwijl Kerry op een aantal onderwerpen opnieuw over de meeste feitenkennis beschikte, en beter een moeilijk onderwerp in vier alinea's kan behandelen, won Bush waarschijnlijk punten in de groep aarzelende vrouwen door een makkelijker, eenvoudiger toon en stijl.

Zoals één commentator na afloop opmerkte: Kerry won vast in de ogen van een debatingjury bij de Ivy League, de topuniversiteiten in de Verenigde Staten. Maar daarmee won hij niet noodzakelijkerwijs de harten van mensen die tegen beide mannen zo hun bezwaren hebben. In een groepje kiezers, dat voor tv-netwerk NBC had gekeken, kwam Kerry als winnaar uit het debat, maar dat belette een kleine meerderheid niet op Bush te willen stemmen.

De overmacht van Kerry de debater bleek vooral op onderwerpen als minimumloon, begrotingsbeleid, armoede en verrassend genoeg ook wapenbezit. George W. Bush kon er vaak niet veel meer tegenover stellen dan een herhaalde herhaling van zijn favoriete binnenlandse wet, de No Child Left Behind-onderwijswet. Het bleek voor Bush in eerste peilingen enige vrucht af te werpen op onderwijs-gebied, maar op de meeste andere thema's legde hij het af.

Dat was niet de visie van Karl Rove en Karen Hughes, de twee belangrijkste politieke adviseurs van president Bush. Zij meenden na afloop dat hun kandidaat de vloer had aangeveegd met Kerry, ,,misschien niet als debater maar op de inhoud''. Bill Kristol, hoofdredacteur van het neoconservatieve weekblad The Weekly Standard, sprak van ,,een vernietigende overwinning voor Bush''.

Gene Sperling, voormalig economisch adviseur van president Clinton, zei dat president Bush bij herhaling van onderwerp veranderde als hij geen verweer had op de diverse sociaal-economische aanvalspunten van John Kerry. Volgens Kerry's campagne-manager, Mary Beth Cahill, heeft ,,het Amerikaanse volk de beide kandidaten nu drie keer met eigen ogen de maat kunnen nemen''.

John Kerry liet, bij de bespreking van stamcelonderzoek, waar president Bush belemmerende voorwaarden aan stelt op aandringen van zijn christelijk conservatieve achterban, de kans lopen op het soort persoonlijk moment waar Amerikaanse kiezers van houden. Hij had als gast in de debatzaal de acteur Michael J. Fox uitgenodigd. Fox lijdt aan de ziekte van Parkinson en pleit voor ruim baan voor stamcelonderzoek. Kerry noemde hem niet.

De Democratische presidentskandidaat wist zich daarentegen knap te profileren met een vraag die hem in het nauw had kunnen brengen. Het ging over de actie van sommige rooms-katholieke bisschoppen in de Verenigde Staten die afraden op de rooms-katholieke Kerry te stemmen vanwege zijn abortusstandpunt. Kerry wijdde uit over zijn katholieke geloof, dat hij aan niemand wilde opleggen – hij noemde abortus `een zaak van een vrouw, God en haar dokter'. Zijn geloof bracht hem ertoe armoede te bestrijden, het milieu te beschermen en gelijkheid tussen mensen te bevorderen.

George W. Bush reageerde op dergelijke staaltjes 90 seconden-eloquentie voornamelijk met herhaling van zijn campagneslagzinnen. Hij is ,,voor een cultuur van het leven''. Bij deze en andere passages liet hij de details van de kwestie ter zijde en hamerde zijn stelling er in dat Kerry ultralinks is, dat Kerry zijn collega-senator uit Massachusetts, Ted Kennedy, rechts laat liggen.

De komende drie weken moet blijken of George W. Bush daarmee voldoende twijfelende kiezers naar zich toe heeft gehaald, of dat John Kerry zich in deze debatten blijvend als Witte Huis-waardig alternatief heeft gevestigd. De nasleep van het de debatten zal daarin een rol spelen.

In de eerste ronde `fact checking' die vannacht op gang kwam, bleek de meest vierkante onjuistheid te zijn gedebiteerd door de president. Hij ontkende ooit te hebben gezegd dat hij zich geen zorgen maakte over Osama bin Laden. Maar op 13 maart 2002 zei hij: ,,We hebben lang niets van hem gehoord, hij geeft geen leiding aan zijn organisatie, over hem maak ik me geen zorgen, dat was anders toen hij Afghanistan de facto bestuurde.'' Kerry's grootste onjuistheid was: ,,De president heeft nog nooit de zwarte leden van het Congres ontmoet.'' Bush ontmoette de Congressional Black Caucus in werkelijkheid twee keer.

Wat zullen de kiezers erger vinden? Welk soort fout zien zij door de ogen? Volgens vriend en vijand gaat het de laatste weken verder om het naar de stembus lokken van zo veel mogelijk kiezers. In Florida zijn de eerste rechtszaken over toegang tot de stembus al aangespannen. In Oregon en Nevada wordt het vernietigen van Democratische registratiebiljetten door een Republikeins uitzendbureau onderzocht. De grondoorlog is in volle gang.