Probleemgevallen

Het aankomend dagelijks bestuur van de Europese Unie heeft nog voordat het met zijn werk is begonnen al het nodige stof doen opwaaien. Het Europees Parlement heeft na hoorzittingen met de kandidaat-eurocommissarissen ernstige twijfels over twee van hen: de Italiaan Rocco Buttiglione, een christen-democraat die de justitie-portefeuille moet krijgen, en de Hongaar László Kovács, een socialist die als commissaris met energie moet worden belast. Bij Kovács zijn de europarlementariës niet overtuigd van zijn kennis van zaken. Bij Buttiglione gaat het verder. Hij is in hun ogen niet geschikt voor zijn functie wegens zijn opvattingen over homoseksualiteit, die hij een ,,zonde'' vindt. Hij is als orthodox katholiek ook tegen abortus en euthanasie en vooral tegen moreel relativisme. Dat maakt zijn voorgenomen benoeming omstreden, maar ook interessant. De nieuwe voorzitter van het europarlement, de socialist Josep Borrell, was er als de kippen bij om Buttiglione om zijn opvattingen te kapittelen. De Italiaan bungelt nu en het is aan beoogd Commissievoorzitter Barroso om een oplossing te zoeken voor de twee `probleemgevallen'.

Als zo nadrukkelijk een punt van personen wordt gemaakt, gaat het vaak om zaken die op de achtergrond spelen. Buttiglione moest van de Italiaanse premier Berlusconi de plaats innemen van de goed functionerende commissaris Mario Monti. Die had best nog een termijn willen dienen, maar dat werd verhinderd. Dit zette de toon in een zaak die al snel naar politieke correctheid riekte. De vraag die echt telt is: staan de opvattingen van Buttiglione een goed functioneren van de man in de weg? Een parlementscommissie die over burgerlijke vrijheden rapporteert vindt hem ongeschikt voor zijn werk; de collega's die over justitie gaan achten hem daarentegen integer, onafhankelijk en ervaren. Buttiglione zelf sloeg de spijker op de kop met zijn uitlating het bij zijn benoeming belangrijk te vinden dat onderscheid wordt gemaakt tussen moraal en recht. Dát moet het uitgangspunt zijn; de rest is partijpolitiek. De Italiaan mist misschien de samenbindende eigenschappen die een eurocommissaris ook moet hebben, maar voorlopig is er voor kandidaat-Commissievoorzitter Barroso geen reden om Buttiglione wegens zijn opvattingen te dumpen.

Iets anders is de assertieve opstelling van de europarlementariërs. Het is goed dat het parlement, dat lang als machteloos te boek stond, het uiterste uit zijn bevoegdheden probeert te halen. Een parlement moet politiseren. En dat doet het met zijn aanpak van de kandidaat-commissarissen. Het houdt daarmee niet alleen de Commissie bij de les, maar ook de lidstaten. Wat niet vergeten mag worden is dat europarlementariërs een politiek mandaat van de kiezer hebben. Eurocommissarissen zijn benoemde uitvoerders; machtige functionarissen, maar niet meer dan dat. Het wringt dat het parlement zich wel roert in deze `hoorfase', en dat het zich dadelijk moet uitlaten over alle voorgedragen commissarissen tezamen, maar dat het geen beslissend slotoordeel kan vellen over individuele leden van de Europese Commissie. Alleen de hele Commissie kan gevetood worden, een effectieve manier om kritiek te smoren. Maar bij toenemende politisering hoort toenemende macht. Het Europees Parlement moet ook over individuele Commissieleden kunnen oordelen.