Peking wil pijplijn voor oliedorst

De Russische president Poetin is drie dagen op bezoek in China. De Russisch-Chinese betrekkingen staan momenteel vooral in het teken van een dispuut over een nog te bouwen oliepijpleiding.

Olie, daar draait het om tijdens het bezoek dat de Russische president Vladimir Poetin momenteel aan China brengt. Russische olie is essentieel voor China als het de hoge economische groei van het land ook op de langere termijn wil volhouden.

China wil daarom graag dat Rusland een pijpleiding aanlegt naar Daqing, in de Noord-Chinese provincie Heilongjiang. In Daqing wordt al sinds 1959 olie gewonnen, maar de voorraden raken steeds verder uitgeput. Voor China zou het ideaal zijn als er een ongeveer 2.400 kilometer lange pijpleiding zou komen die de olievelden bij Angarsk, aan de zuidkant van het Baikal-meer in Oost-Siberië, zou verbinden met Daqing. Daqing zou zich dan kunnen omvormen van een oliewingebied in een centrum voor de olieraffinaderij, waar op den duur 20 à 30 miljoen ton Russische olie per jaar verwerkt zou kunnen worden. Dat is tegen de 30 procent van China's huidige olie-import.

Over deze pijpleiding, die een kleine 2 miljard euro zou gaan kosten, zijn China en Rusland al meer dan tien jaar in onderhandeling. Tot China's grote irritatie kwam Japan eind 2001, toen het leek dat eindelijk met de aanleg van de pijpleiding zou worden begonnen, met een ander voorstel aan Rusland. Japan wilde de pijplijn niet naar Daqing, maar noordelijker naar Nachodka aan de Oost-Siberische kust laten lopen. Van daaruit kan de olie dan per schip naar Japan.

Deze veel langere pijpleiding is met geschatte aanlegkosten van 4,4 miljard dollar weliswaar ruim twee keer zo duur, maar Rusland kan de olie van daaruit niet alleen naar Japan, maar ook naar andere landen exporteren en is zo niet afhankelijk van slechts één afnemer. Ook is het met zo'n route makkelijker om Russische klanten langs de pijpleiding te bedienen.

Japan is bovendien bereid miljarden dollars te steken in de ontwikkeling van Oost-Siberië, een van Poetins prioriteiten. Niet onbelangrijk is ook dat Poetin zo zijn de gevangen zittende zakenman Michail Chodorkovsy verder de voet dwars kan zetten. Chodorkovsky is eigenaar van het in moeilijkheden verkerende privé-oliebedrijf Yukos, dat altijd betrokken was bij de plannen voor Daqing.

Kort voor zijn komst naar Peking zei Poetin tegenover Chinese journalisten: ,,Ik hoop dat jullie me begrijpen als ik het open en eerlijk zeg: we moeten eerst en vooral onze eigen nationale belangen dienen. We moeten het Verre Oosten van Rusland ontwikkelen'', een uitspraak die algemeen wordt uitgelegd als steun voor het Japanse voorstel.

De Chinese premier Wen Jiabao zei vorige maand in Moskou al dat Russische functionarissen hem hadden verteld dat de pijpleiding weliswaar naar Nachodka zou gaan lopen, maar wel met een aftakking naar Daqing. Experts wijzen erop dat die mogelijkheid theoretisch misschien wel opengehouden zal worden, maar dat het zeer waarschijnlijk is dat de vertakking er in feite nooit komt. Er zou eenvoudigweg niet genoeg olie zijn om zo'n aftakking ook van olie te voorzien.

Als de plannen voor Daqing inderdaad niet doorgaan, dan wordt het voor China een stuk moeilijker om aan een constante, nabije leverancier van olie voor zijn sterk groeiende behoefte aan energie te komen. Waar het land tot midden jaren negentig, onder meer door de voorraden in Daqing, nog geheel zelfvoorziend was, heeft China Japan inmiddels van de tweede plaats verdrongen als grootste importeur van olie na de Verenigde Staten. En die consumptie blijft razendsnel groeien. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs schat dat de Chinese import in 2010 zal zijn verdubbeld tot de hoeveelheid die de Verenigde Staten momenteel importeren.

China betrekt zijn olie nu nog vooral uit het Midden-Oosten. In 2001 kwam zo'n 60 procent van de olie met tankers over zee naar China. Dat is voor China niet ideaal, omdat de aanvoer in geval van bij voorbeeld een gewapend conflict met Taiwan kan worden geblokkeerd. Het land is extra kwetsbaar, omdat het momenteel nog niet beschikt over strategische olievoorraden.

China heeft in juni van dit jaar daarom met veel vertoon een akkoord getekend voor de aanleg van een alternatieve oliepijplijn vanuit Kazachstan naar de West-Chinese provincie Xinjiang. Of die pijplijn er uiteindelijk zal komen, is echter ook nog zeer de vraag. China wil de pijpleiding alleen financieren als er meer dan 20 miljoen ton olie per jaar doorheen gaat vloeien. De Chinese oliemaatschappij CNPC heeft meerderheidsaandelen in twee olievelden in Kazakstan, maar die zijn bij elkaar slechts goed voor zo'n 10 miljoen ton olie per jaar.

China zou graag meer oliebelangen in Kazakstan verwerven, maar vindt daarbij concurrenten op zijn weg, waaronder Amerika en (alweer) Japan. Daarmee lijkt het mogelijk niet doorgaan van de Russische pijplijn naar China een grotere klap dan het land wil erkennen.